Skip to content

DE GEESTEN VAN HET VERLEDEN

‘Het ging zo goed. In Italië was ze helemaal ontspannen, ik dacht dat ze weer gelukkig was.’ Wanhoop en onbegrip. De stem van Jeremy dringt langzaam tot Elizabeth door.
‘… tijd nodig … geen wonderen verwachten … ‘
De andere stem is laag en brommend, de huisarts.
Onder haar handen voelt ze de lakens van haar bed. Met moeite krijgt ze haar aan elkaar gepakte oogleden van elkaar. Daglicht komt binnen en doet zeer, in haar hoofd bonkt het.
‘Ze wordt wakker.’ Een vrouwenstem komt naar haar toe en even later verschijnt Jane in Elizabeths blikveld. Wat doet haar beste vriendin aan haar bed?
‘Gisteren belde ik je, ik wilde vragen of het goed was dat ik het weekend kwam logeren. Jeremy vertelde dat je … dat je …’ Jane bijt op haar lip. ‘Dat je in bed lag, je had een ongeluk gehad.’ Ze verplaatst haar ogen naar een punt achter Elizabeth.
Waarom lieg je? Elizabeths mond is te droog en de vraag blijft steken. Ze wil zich omhoogduwen en een pijnscheut gaat door haar been, haar enkel klopt.
‘Wil je een beetje water?’ Het bezorgde gezicht van Jeremy komt dichterbij.
Ze knikt en het gebonk in haar hoofd neemt toe.

‘Wat is er gebeurd?’ Elizabeth zit rechtop in haar kussens, Jeremy en Jane zitten op de rand van haar bed. De huisarts is weg, zijn pillen hebben het gebonk en geklop terugbracht tot draaglijke proporties.
‘Weet je het niet meer? Onze vakantie in Toscane?’
‘Natuurlijk weet ik dat. Het was heerlijk.’ De heuvels, hun wandelingen, het eten en hun hervonden intimiteit, ze glimlacht naar haar man. ‘Waarom lig ik in bed met hoofdpijn en een pijnlijke enkel?’
‘We kwamen ’s avonds thuis en toen ik de volgende ochtend wakker werd, was je er niet. Ik vond je in het veld.’ Verdriet tekent zijn gezicht, hij draait zijn hoofd van haar weg.
Zijn woorden brengen haar terug tussen de nevels. Haar kinderen die doelloos ontheemd boven de velden doolden. Hun begrafenis, haar gebed tot de Aes Sidh voor hun reis naar Ierland, waar haar thuis is en mama voor ze zal zorgen. Ze weet nog dat ze de schep pakte om de kuil die ze voor hen groef, dicht te maken. Daarna is haar geheugen zwart. Zou ze uitgegleden zijn? Vragend kijkt ze van Jeremy naar Jane.
‘Waarom heb je het gedaan? Wij zijn er toch om je te helpen?‘ De ogen van Jane lopen vol.
‘Wat gedaan?’’ Niet begrijpend gaan haar ogen heen en weer tussen haar vriendin en haar man.
‘Jezelf van … het leven …’ Jane schudt haar hoofd.
‘We waren net weer zo gelukkig. Waarom?’
Ze denken toch niet? Zelfmoord? Langzaam dringt tot haar door dat ze denken dat de kuil voor haar zelf was. ‘Het is niet wat jullie denken. Ik heb ze begraven.’
‘Begraven?’ Jeremy fronst en Jane kijkt haar aan of ze nu helemaal gek geworden is.
Hoe kan ze hen duidelijk maken dat ze haar te vroeg geboren baby’s rust wilde geven in de grafheuvels bij de Aes Sidh in Ierland? ‘Jullie begrijpen het niet.’
‘Rustig lieverd, het is goed. Je mag je niet opwinden van de dokter. Morgen bespreken we het met hem.’
‘Ga nu maar lekker slapen.’
Machteloosheid welt in Elizabeth op. Haar hoofd begint harder te bonken.

‘Haar enkel geneest voorspoedig en met nog een paar dagen rust komt het lichamelijk wel goed. De dokter beëindigt zijn onderzoek van Elizabeth en richt zich tot Jeremy alsof ze een onmondig kind is. ‘Alleen haar geest, die heeft misschien toch wat meer nodig dan medicijnen tegen depressie. Heeft u al nagedacht over die kliniek?’
‘Als u denkt dat dat het beste is.’
‘Een kliniek, wat voor kliniek?’ Paniek grijpt Elizabeth bij de keel.
‘Om tot rust te komen lieverd, zodat je alles kan verwerken met hulp van mensen die er verstand van hebben.’ Jeremy schenkt haar een mislukte glimlach.
‘Ik heb helemaal geen hulp nodig. Het gaat beter met mij dan ooit.’ De paniek slaat om in een boosheid die ze in geen tijden meer heeft gevoeld. ‘Het zijn de middeleeuwen niet meer. Jullie kunnen mij niet zomaar naar een gesticht sturen. Er is niks mis met mij en die stomme pillen hoef ik ook niet meer.’ Haar stem slaat over en haar hart bonkt in haar keel.
‘Rustig nou maar. Er gebeurt niks wat jij niet wil.’ Jane pakt Elizabeths handen vast, ze draait zich naar de mannen aan het voeteneind. ‘Toch?’
De dokter haalt zijn schouders op en kijkt Jeremy aan. ‘Madhouse on the Moores heeft een uitstekende reputatie. Praat u er nog eens samen over. Morgen kom ik weer langs en als er iets is, belt u maar.’
Jeremy knikt. ‘Ik laat u even uit.’

‘Ik laat mij echt niet opsluiten. Beloof dat je me helpt ze tegen te houden.’ Elizabeth trekt haar handen los en legt ze op Janes schouders. ‘Ik ben niet gek, geloof me.’
‘Natuurlijk geloof ik je.’
‘En je helpt mij uit dat gekkengesticht te houden?’
‘Het gaat mij er alleen om dat je beter wordt.’ Voordat Jane kan antwoorden komt Jeremy de slaapkamer binnen en gaat op de rand van haar bed zitten.
‘Daar heb ik dat gekkenhuis niet bij nodig.’
‘Het is geen gekkenhuis. Even weg van hier, tot rust komen in een andere omgeving. Is dat geen goed idee?’
‘De enige omgeving waar ik mij misschien nog beter voel dan hier, is thuis in Ierland.’
In de stilte die volgt kleurt Jeremy rood.
‘Waarom mag ik niet terug?’
‘Je vader wil het niet.’
‘Waarom maak jij je daar zo druk om? ‘ De Aes Sidh die de ingang tot de andere wereld bewaken. Misschien kan ze de elfen nog een keer boven het meer zien dansen, voelen hoe ze voor haar kinderen en mama zorgen.
‘Ik heb het beloofd in ruil voor je hand.’
Het woord van een Engelse graaf, begripvol gaan de hoofden van Elizabeth en Jane op en neer.
‘Jane, weet jij waarom mijn vader zo moeilijk doet? Het lijkt mij zo fijn om nog een keer naar huis te gaan, eventjes maar. Zien of alles goed is.’ Hunkering kruipt in Elizabeths stem.
‘Ik heb geen flauw idee. Zal ik anders mijn moeder bellen en vragen of zij het weet?’
‘Wil je dat doen?’ Een voorzichtige lach breekt door op Elizabeths gezicht
Jane springt op, blij iets te kunnen doen dat haar vriendin laat glimlachen. Met vijf minuten is ze terug, ze lacht naar Elizabeth. ‘Ze komt morgen, ze zegt dat er te lang tegen je gezwegen is.’

Buiten drijven schapenwolkjes langs een helderblauwe lucht.
‘Elizabeth, zullen wij even naar buiten gaan? Of kan je niet lopen?’ Tante Cathy wijst naar Elizabeths enkel.
‘Als u mij een arm geeft en we het rustig aandoen, moet het wel lukken.’
Een paar minuten later zijn ze buiten. De vroege herfst is kleurig en geurig, de zon maakt de lucht zacht.
Een zenuwachtig gevoel fladdert in Elizabeth rond, wat heeft tante Cathy haar te vertellen? Het voortstrompelen aan haar tantes arm, kost haar teveel energie om de vraag te stellen en ze zucht van opluchting als ze gaan zitten op een bankje buiten het zicht van het huis.
‘Wat weet je van de dood van je moeder?’
‘Tante Dorothy zei dat ze gestorven was door de griep.’ De begrafenis van haar moeder, het gesprek dat ze per ongeluk hoorde op de wc. Elizabeth haalt diep adem. ‘Ik hoorde ook iemand fluisteren dat ze in bad gevonden was met rood water van het bloed.’
‘Nee toch? Ik hoop niet dat je al die jaren met zo’n verschrikkelijk beeld rondgelopen hebt.’
‘Is het waar?’
Tante zucht. ‘Je moeder is niet bloedend in bad gevonden, ik weet niet waar die onzin vandaan komt. Wel heeft ze zichzelf het leven ontnomen. Het was een combinatie van pillen en met whisky.’
Elizabeth zwijgt, verdriet hangt in haar keel.
‘Het is niet verwonderlijk dat Jeremy zich zorgen maakt als jij over de hei zwerft en kuilen voor jezelf graaft.’
‘Het was niet voor mezelf. Het was …’ Ze zwijgt. Hoe kan ze iemand uitleggen dat het voor haar baby’s was? Dat ze nu veilig bij mama zijn en de Aes Sidh over hen waken in Ierland?’
‘Het is een van de ergste dingen die een vrouw kan overkomen, het verlies van haar kinderen, ook als ze ongeboren zijn.’ Tante Cathy pakt de handen van Elizabeth. ‘In een kliniek kunnen ze je helpen dat te verwerken.’
‘Ik heb geen kliniek nodig.’ Boos trekt Elizabeth haar handen los. ‘U moet mij geloven, het gaat nu goed met mij. Het heeft een plek, daar tussen de bomen.’
Tante Cathy kijkt van het punt dat Elizabeth aangaf naar haar nichtje.
‘Ik heb geen kliniek nodig, ‘ herhaalt ze.
‘Je moet er over praten. Deel je verdriet met Jeremy, hij heeft hier ook pijn van.’ Ze legt haar handen om het gezicht van haar achternichtje. ‘Beloof je dat? Dan wil ik je steunen. En geen pogingen meer om jezelf het leven te ontnemen. Beloofd?’
Elizabeth knikt, tranen vol opluchting laten haar glimlach schitteren in de zon.
‘Zullen we teruggaan?’ Na een paar minuten onderbreekt tante Cathy de stilte die vredig tussen hen inhangt.
‘Mag ik nog een vraag stellen?’
Tante Cathy knikt, haar gezicht staat nieuwsgierig.
‘Waarom trouwden mijn vader en moeder met elkaar?’
‘Och jee.’ Nu is het de beurt van tante Cathy om in de verte te staren. ‘In de tijd dat jij geboren werd, was het een schande als een ongetrouwd meisje in verwachting raakte. Zeker in Ierland, je kent de onverbiddelijke Ierse moraal.’
Langzaam dringt de betekenis van haar tantes woorden tot Elizabeth door, haar hart roffelt.
‘De vader van je moeder ging in Engeland op zoek naar een geschikte echtgenoot. Ze was zijn enig kind, de man die haar trouwde kreeg zijn landgoed.’ Tante Cathy slaat haar arm om de schouders van haar nichtje. ‘Het spijt mij, lieve kind.’
Haar vader die haar vader niet is, ze nestelt zich tegen de veilige warmte van haar tante. ‘Wie was mijn vader dan?’
‘Dat weet ik niet, je moeder weigerde daar ook maar een woord over los te laten.’


Het eerste ochtendlicht sijpelt door de driehoek waar de gordijnen net niet sluiten. Voorzichtig glipt ze onder de lakens uit en hinkt naar het raam. Bij de gordijnen blijft ze even staan en luistert naar het gelijkmatige gesnurk van haar man. Behoedzaam duwt ze de gordijnen opzij en gaat er op het raamzitje achter zitten. Ochtendnevels slierten over de velden. Witte vrouwen en ruiters. Haar kinderen dolen er niet meer bij. Misschien moet ze hun ingang naar de andere wereld beschermen met een stenen cirkel. Ze glimlacht en laat haar tranen los.

‘Elizabeth.’ De stem van Jeremy. Geritsel van lakens en twee voeten die met een bonk op de grond belanden. ‘Waar ben je?’
‘Hier.’ Ze schuift de gordijnen opzij.
‘Goddank. Ik dacht even dat je … Net als die keer.’ Zijn ogen steken donker af tegen het wit van zijn gezicht.
‘Daar hoef je niet bang voor te zijn.’
Het gesprek met tante Cathy en haar belofte om haar verdriet met Jeremy te delen. Ze steekt haar hand uit naar haar man.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage. Dan ontvang je iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

4 reacties

  1. Ben op 3 november 2019 om 09:38

    Zucht…. Alle ingrediënten voor een meeslepende roman die later ook nog es indringend verfilmd zal worden, zijn aanwezig. Ik vond het prachtig!

    • Marceline de Waard op 3 november 2019 om 09:57

      Dat is heerlijk om te lezen, Ben! Dank je wel.

      • Bep op 4 november 2019 om 04:00

        Boeiend en intrigerend om te lezen, van begin tot het eind!

        • Marceline op 4 november 2019 om 06:15

          Dat is fijn, Bep. 😊 Dank je wel!

Laat een reactie achter