‘Jules, ga toch naar huis. Slapen zal je goed doen.’ Nicolette komt zijn kantoor binnen. De lijnen in haar gezicht lijken dieper en haar lichte teint die hij normaal zo mooi vindt, is grauw van vermoeidheid.
‘Ik ga pas weg als ook Virgil en Brutus weer terug zijn.’ Het is inmiddels drie dagen geleden dat een dodelijke gifwolk de kant van de TBS-kliniek opkwam en hij de patiënten vrijliet omdat de wegen zo verstopt waren dat ze niet geëvacueerd konden worden door het gevangeniswezen. Pas nadat alle mannen vertrokken waren, kwam hij erachter dat de gifwolk helemaal niet zo gevaarlijk was. Inmiddels heeft de politie, op deze twee na, al hun patiënten weer kunnen terugbrengen.
‘Dat kan nog weken duren en misschien vinden zij ze nooit.’ Nicolette gaat tegenover hem aan zijn bureau zitten. ‘Ga naar huis. Ik beloof je dat ik je bel zodra we iets horen. Bovendien, als je binnen een halfuur niet weg bent, komt Bernard je persoonlijk halen om je naar huis te brengen.’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Van Virgil begrijp ik het wel. Maar van Brutus? Hij kan zich gewoon melden, sinds twee dagen is hij een vrij man. Zou het kunnen dat Virgil Brutus iets heeft aangedaan?’ Eindelijk durft hij het aan om zijn ergste vermoedens uit te spreken.
‘Maak je je daar zorgen om?’
Hij knikt.
‘Lijkt mij niet waarschijnlijk. Virgil is heel duidelijk georiënteerd op vrouwen en jeugd. Een man van middelbare leeftijd? Ik denk niet dat het hem aanspreekt.’
‘Ook niet als Brutus iets doet wat hem irriteert?’
‘Wat heeft Brutus dan gedaan?’
‘Niks, voor zover ik weet. Maar ik dacht: een impotente oude homo, misschien irriteert hem dat wel.’
‘Dat geloof ik niet.’ Ze schudt haar hoofd. ‘Ga naar huis, slapen. Dan verdwijnen die muizenissen vanzelf.’
‘Ik denk het niet.’ Hij haalt zijn handen door zijn haar.
‘Er is nog iets.’ Ze leunt naar hem toe en pakt zijn polsen beet en trekt ze weg van zijn gezicht. ‘Toe Jules, wat zit je dwars?’
Hij staart naar een punt achter haar schouder. Het is alsof de gifwolk die Knookgat nooit bereikte, zijn borst vond en een gat brandt op de plek waar ooit zijn hart zat.
‘Mij kan je toch wel vertrouwen?’
Het verdriet dat in haar stem doorklinkt, brengt hem bij zijn positieven.
‘Het hoofdkantoor belde toen we in de sportzaal voor onze patiënten stonden. Ze wilden vertellen dat de gifwolk niet dodelijk was en ik zette mijn telefoon uit.’ Haar gezicht tegenover hem wordt wazig.
‘Kwel je jezelf daarmee? Jij deed wat jou het beste leek, je bedoelingen deugden. Dat is het enige wat telt.’
Het snerpende geluid van zijn telefoon die overgaat, schrikt hen op. Aarzelend steekt hij zijn hand uit. Zoals iedere keer de afgelopen dagen is hij gevangen tussen de hoop dat Virgil en Brutus zijn gevonden en de vrees dat hem wordt gemeld dat er een jonge vrouw slachtoffer is geworden van Virgil. Op de display verschijnt het nummer van zijn schoonzoon. Snel pakt hij de hoorn.
‘We zijn in het ziekenhuis, het duurt niet zolang meer of onze dochter wordt geboren. Kom je?’
Voordat hij ja kan zeggen, klinkt een tuut in zijn oren. Zoals altijd is zijn schoonzoon gehaast.
‘Ik word bijna opa.’ Blijdschap verdringt de sores van de afgelopen dagen.
Nicolette beantwoordt zijn glimlach. ‘Een goede reden om eindelijk naar huis te gaan.’

Jules trekt het autoportier dicht. Een walm van zweet, urine en nog iets beneemt hem de adem. Het stinkt alsof de patiënten zich een paar dagen terug in zijn auto uitleefden. Hij draait zijn raampje open en vraagt zich af hoe dit kan. Op deze beveiligde parkeerplek doet hij zijn auto nooit op slot, hij kan zich echter niet herinneren dat er mannen deze kant van het parkeerterrein opliepen. Hij draait de sleutel om in het contactslot. De laatste keer dat hij van hier vertrok naar het ziekenhuis was voor zijn vrouw. De operatie die zo goed gelukt leek en dan toch dat telefoontje. Haar dode gezicht. Met al zijn denkkracht dwingt hij zijn geheugen dieper terug in de tijd, naar de tijd dat hij zelf vader werd. De slierten haar die aan het gezicht van zijn vrouw kleefden en de onbeschrijflijke gloed van geluk waarmee ze opkeek van hun pasgeboren dochter in haar armen. Het lijkt of het gisteren was, bijna onvoorstelbaar dat hun kleine meisje op het punt staat zelf moeder te worden. Hij zet zijn richtingaanwijzer uit en draait vanaf de parkeerplaats van de tbs-kliniek de openbare weg op.
Op de N-weg is nauwelijks verkeer en hij kan zich haast niet voorstellen dat nog maar een paar dagen terug het hier helemaal vast stond. In de verte doemen de lichtjes van de stad op. Nog even en hij is bij het ziekenhuis. Zijn gedachten gaan naar zijn dochter.
‘Aan het einde van de weg rechts.’
Een sissende stem en een prik in zijn zij. Van schrik laat Jules zijn pedalen los.
‘Niet doen, eikel. Gas geven. Nu.’
De punt van een mes dringt door zijn kleding heen. Hij herstart de auto en herkent de stem van Brutus.
‘Rechts.’
Hij volgt de aanwijzing op en ordent zijn gedachten. Nieuwsgierigheid wint: ‘Waarom doe je dit? Je was bijna een vrij man, je had je alleen maar moeten melden.’
‘Waarom?’ De lach van Brutus klinkt spottend. ‘Na al die jaren dat jij met dat lekkere kontje rond paradeerde? Eindelijk gaf je mij de kans. Dacht je nou echt dat ik die aan mij voorbij zou laten gaan?’
‘Heb je de afgelopen dagen in mijn auto gezeten?’ Jules kan het zich niet voorstellen, zijn ze echt zo stom geweest om niet op het parkeerterrein te zoeken naar de vermiste Brutus en Virgil?
‘Bek houden. Verderop moet links.’
De adem van Brutus kriebelt in zijn oor, Jules vraagt zich af hoe hij aan het mes is gekomen en of hij weet waar Virgil is. In zijn binnenspiegel vangt hij de blik van Brutus, hij slikt zijn vragen in.
De instructies brengen hen in een vergeten industriegebied waar geen mens meer komt. De auto hobbelt over een stuk land en stopt tussen twee leegstaande gebouwen.

‘Kleed je uit.’ Brutus’ ogen glanzen.
Jules doet een stap naar hem toe en steekt zijn hand uit naar het mes.
Brutus trekt zijn wenkbrauwen op, een lachje kruipt over zijn gezicht. ‘Wat nou, meneer de directeur.’
Het mes glinstert in de zon, de punt krast langs zijn wang. Zijn dochter bijna moeder, een snik ontsnapt hem. Hij hikt.
‘Komt er nog wat van?’ De scherpe pijn van de steek onder zijn kin doet hem beseffen dat hij zijn kleindochter in zijn armen wil houden. Gehoorzaam voert hij de opdracht uit.
Brutus’ tong glijdt langzaam langs zijn lippen. Zijn glimlach maakt Jules misselijk, hij kijkt weg.
Koud staal onder zijn ballen doet hem huiveren.
Met de punt van zijn mes speelt Brutus met zijn geslacht. ‘Draai je om.’
Hij heeft de opdracht nog niet uitgevoerd of een duw tussen zijn schouders laat hem op de grond vallen. Met al zijn trots lukt het hem een kreet van pijn in zijn mond vast te houden. Handen om zijn heupen dwingen hem op zijn handen en knieën.
‘Woef.’ De lach van Brutus snijdt door hem heen.
Het mes prikt in zijn bil. Brutus duwt zijn hoofd naar beneden.
Jules hapt naar lucht, aarde vult zijn mond. Een vlammende pijn gaat door zijn onderlijf. Zijn wereld wordt zwart.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

10 reacties

  1. Antoine Lagrouw op 31 mei 2020 om 08:33

    Goedemorgen Marceline,

    Als je zo verhaal op de vroege morgen leest dan ben je ineens klaar wakker!.
    Zo impotent was Brutus klaarblijkelijk niet.
    Leuk om te lezen met een verrassend plot.

    Hartelijke Groet,
    Antoine

    • Marceline de Waard op 31 mei 2020 om 09:04

      Goedemorgen Antoine, dat blijkt! Leuk om te lezen dat je het een verrassende plot vond.

  2. Ben op 31 mei 2020 om 10:51

    Oef, wat een vreselijke wraak van Brutus….. Moet er even van bijkomen. Sterk verhaal deze trilogie. Tot het laatst boeiend en spannend! Ik neem even een sterk bakkie koffie.

  3. Bep op 31 mei 2020 om 15:30

    ………dat het zo af zou lopen had ik niet.zo bedacht…….heel goed geschreven en fantastisch om te lezen👍dankjewel Marceline!

    • Marceline de Waard op 31 mei 2020 om 21:41

      Dank je wel voor het compliment, Ben, Ik hoop dat de sterke koffie hielp!

    • Marceline de Waard op 31 mei 2020 om 21:42

      Graag gedaan, Bep! Fijn dat ik je verraste met de afloop.

  4. Thole op 1 juni 2020 om 11:42

    Ik ben erg gecharmeerd van Scandinavische Thrillers van o.a. Mankell, Larsson en Nesbo. Dit verhaal doet me daaraan denken. Verrassend! Mooi!

    • Marceline de Waard op 1 juni 2020 om 14:06

      Dat is nog eens een compliment. Wauw! dank je wel, Thole

  5. Karin op 1 juni 2020 om 12:55

    Hoi Marceline heb net de verhalen van de afgelopen weken als trilogie gelezen. Continue verrassende wendingen, spannend!

    • Marceline de Waard op 1 juni 2020 om 14:07

      Dat is leuk, om ze achter elkaar te lezen. Fijn dat het geheel verrassende wendingen heeft én spannend is. dank je wel, Karin.

Laat een reactie achter