De zeewind blaast haar krullen als rode linten rond haar hoofd. Met haar handen bij haar middel houdt ze haar rok omhoog, golven rollen over haar voeten en trekken zich terug.
De kleine jongen naast haar trekt aan de onderkant van haar rok.
Voorovergebogen houdt ze haar oor voor zijn mond, haar hoofd draait over haar schouder. Haar ogen raken die van de man op het kustpad. Haar rok valt uit haar handen en ze slaat haar ogen neer.
De man vervolgt het pad langs de kust. Voor de bocht draait hij zich om. Ze loopt met de jongen het strand af naar de pub aan de overkant van de weg. Met haar hand op de deurklink kijkt ze om. Opnieuw maken hun ogen contact. Haar wangen kleuren roze en ze opent de pubdeur.

Het kustpad slingert. Het is of deze plek alleen van hem is en de schapen die het begrazen. Af en toe blijft hij staan. De ene keer met zijn blik op de Twelve Pins, de bergen die bruin en oker boven het rotsige land van de Connemara uittorenen, de andere keer met zijn gezicht naar de zee. Meeuwen schateren. Hij proeft het zilt op zijn lippen en stelt zich voor dat haar krullen zijn gezicht strelen en zijn mond beroeren.

Op een droog plekje laat hij zijn rugzak van zijn schouders glijden. Hij haalt zijn lunch tevoorschijn en met zijn rug tegen een steen eet hij de boterhammen met ham. In de verte vaart een oceaanstomer, vol Ieren die hun geluk in Amerika gaan zoeken. Hij denkt aan het dorp van waaruit hij vanochtend vertrok. Mannen met magere gezichten onder hun pet, kinderen in verstelde kleren met schoeisel dat hun voeten amper bedekte, een ezel die een kar met turf trok. Op de zee verdwijnt de oceaanstomer vol hoop in de verte. Zijn blik dwaalt weg van de zee naar de schapen op het steenrijke land waar weinig vruchtbaars groeit. Hij sluit zijn ogen en opnieuw is daar de jonge vrouw met de wapperende krullen, er roert zich iets in zijn buik. Zijn vette handen veegt hij af aan zijn broek en hij komt overeind. In plaats van zijn tocht voort te zetten naar het volgende dorp om een plaats voor de nacht te zoeken, hijst hij zijn rugzak op zijn rug en neemt de weg terug naar de pub waarin zij verdween.


Ben je benieuwd hoe het afloopt? Vier weken geleden verscheen Thuisreis, mijn eerste roman. Verlangen is een prequel.
Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

4 reacties

  1. Nelleke op 19 april 2020 om 10:23

    Thuisreis inmiddels met veel plezier gelezen en door jouw beeldende manier van schrijven zag ik de taferelen en landschappen zo voor me. Dank voor deze parel in Corona tijd.

    • Marceline de Waard op 19 april 2020 om 10:30

      Wat een fijn compliment, Nelleke, je maakt mij er heel blij mee. Een “parel in coronatijd’ nog wel, ik bloos.

  2. Ben op 19 april 2020 om 10:28

    Zo mooi geschilderd, dat kun je zo fijn met jouw persoonlijke stijl. Heerlijk. Nog even Thuisreis, nog even weg van hier….

    • Marceline de Waard op 19 april 2020 om 10:31

      ‘Zo mooi geschilderd’: ook dat vind ik een heerlijk compliment om van te stralen. Ik ben blij dat ik je even weg van hier kon nemen, Ben.

Laat een reactie achter