Jane, met ogen schitterend als smaragden en een lach tingelend als een helder klokje. Kan je morgen tussen de middag langskomen? Dan bespreken we het bij een sandwich.
Bij het wakker worden is het of ze bij Dough in de slaapkamer staat. Het is dat hij na de kerkdienst gisteren omringd was door de andere eilandbewoners, anders was hij haar gelijk achterna gerend.
Hij komt uit bed en zijn blik valt op het fotolijstje op zijn nachtkastje. Nellie. Haar ogen blauw als de lucht op een zomerse dag en met door de zon zichtbaar gemaakte sproetjes, de gouden spikkels waaraan zij zo’n hekel had en die hij zo charmant vond. Haar stem hoort hij niet meer.

Beneden gaat hij naar de studeerkamer. Kilte trekt door hem heen en herinnert hem eraan dat hij ook iets aan de modernisering van het huis moet doen.
Uit de bureaula haalt hij de map met foto’s die hij uit Nederland meenam en neemt hem mee naar de behaaglijke warmte van het houtgestookte fornuis in de keuken. Hij zet koffie en strooit de fotomap leeg op de keukentafel.
Kiekjes verspreiden zich en langzaam gaat hij door de foto’s van zijn leven met Nellie en hun dochter Lisette. Warmte, vertedering en liefde stromen door hem heen. De verscheurende pijn die hun dood bij hem achterliet, is eindelijk verdwenen. Wanneer is dat gebeurd? De laatste keer dat hij de foto’s bekeek was vlak voor zijn vertrek hier naartoe.
Hij pakt de foto van Nellie met hun pasgeboren dochter op. Verdriet dat zijn mooie meisje niet verder uit mocht groeien als vrouw vult zijn borst. Wat zou zij van zijn eiland hebben gevonden? Hij kan zich haar hier niet voorstellen. Net als haar moeder was ze een meisje van de warmte. Zon en zomer pasten hen. Zijn eiland is het tegengestelde. Koel en ruig, jagende wolken en het vrije spel van de elementen. Bij hem zit het in zijn bloed, hij realiseert zich dat zij het hier niets hadden gevonden. Als zij nog zouden leven, zou hij zich na de dood van zijn vader nooit definitief zijn teruggekeerd. De waarheid treft hem als de vloed die in een mum van tijd de toegangsweg naar het kleine eiland onmogelijk maakt. Hij weet niet zo goed hoe hij dit moet duiden, wel weet hij dat hij nooit meer weg wil van hier. De vluchtdrift die hem als jongeling in de greep hield, vindt hij ineens onbegrijpelijk.

Hij staat op om zijn koud geworden koffie weg te gooien en een zijn mok opnieuw vol te schenken. Zijn oog valt op de klok. Al dik na tienen, minder dan twee uur tot zijn afspraak met Jane. Jane, die net zo onderdeel van het eiland is als hij. Energie bruist door zijn aderen. Boven zoekt hij schone kleren bij elkaar, kleedt zich uit en stapt fluitend onder het lauwe straaltje van de gedateerde douche naast de keuken.

Nog zo’n acht minuten. Hoe vaak heeft ze nu op de klok boven de winkeldeur gekeken? Hoe dichter de wijzers richting twaalf uur kruipen, hoe groter de zenuwenkluwen in Jane wordt. Sinds zaterdagavond wordt ze achtervolgd door twee felblauwe ogen en vraagt ze zich af hoe de zoenen van Dough nu smaken. Zal ze de jaren proeven die sinds hun studententijd zijn verstreken? Ze heeft nog nooit een man met een baardje gezoend, eerlijk gezegd heeft ze meer dan twintig jaar geen mannenmond geproefd. Doe normaal, zegt ze in zichzelf, hij komt langs om de plannen voor een serre te bespreken. Maar toch, zaterdagavond op het strand bracht hij toch niet zomaar hun studententijd terug in haar herinnering?

De winkelbel klingelt. Boink, de zenuwenkluwen springt op in haar borst.
Coira en haar kleindochter Isla komen binnen.
‘Sorry dat we vlak voor je dichtgaat komen, maar Isla is de hele ochtend bezig geweest om seafood chowder te maken. In plaats van een sollicitatiebrief, zie je.’
‘Dank je wel, Isla.’ Met een glimlach neemt ze de pan van het licht zwakbegaafde meisje aan. Gisteren zegde ze, op de onuitgesproken smeekbede van Coira, toe dat het meisje deze week voor een baantje langs mocht komen.
‘Ik kan dus ook helpen met eten maken voor de lunch. Oma zegt dat je niet kan koken.’
‘Is dat zo?’
Coira kleurt rood.
‘Je kan wel goed bakken,’ zegt Isla snel. Ze mag in haar hoofd dan niet de slimste zijn, haar hart voelt stemmingen feilloos aan.
Opnieuw klingelt de winkelbel. Muskus en ceder, viriliteit stroomt met de frisse buitenlucht het pand binnen.

In de deuropening blijft Dough staan. Zijn glimlach voor Jane ebt langzaam weg, hij was ervan uitgegaan dat op dit tijdstip de winkel leeg zou zijn.
‘Meneer de Laird, ik heb soep voor u en miss Jane gemaakt.’
‘Wat lekker.’ Hij kan niet anders dan glimlachen om Isla’s enthousiasme
‘Er komt een serre en ik ga hier werken.’ Het is of een zonnetje haar gezicht beschijnt. ‘En oma zegt …’
‘Kom Isla, opa zit te wachten op zijn lunch.’ Coira pakt haar kleindochter bij de arm, en trekt haar mee de winkel uit.

Dough staat er zo perplex bij dat de spanning uit Jane wegvloeit. ‘Zal ik je eerst maar uitleggen wat ik voor de serre bedacht had voor ik de soep opwarm?’
‘Ik wilde voorstellen om sandwiches mee te nemen en op het strand te lunchen.’
‘Dat lijkt mij niet slim, je zag toch hoe Coira keek? Die soep van Isla was echt geen toeval.’
‘Denk je?’
‘Toe nou, jij bent op dit eiland geboren. Iedereen houdt hun Laird nauwlettend in de gaten.’
‘Je hebt gelijk, ik hoopte alleen … Kom.’ Hij trekt de winkeldeur open. ‘Vertel maar wat je zou willen.’

‘Ik snap wat je bedoelt met die dichte muur. Maar die glazen wand en dat terras met uitzicht over de haven en de zee worden vast fantastisch.’ Dough schuift zijn schetsblok opzij en Jane zet kommen romige vissoep bij de mand met brood en kaas op de tafel voor het raam.
‘Ik kan het voorleggen aan de aannemer.’
‘Daar heb ik geen geld voor. Ik dacht dat we het als gemeenschap allemaal zelf zouden doen.’
‘Dit is te ingewikkeld. Het opknappen van de huizen en het verbouwen van de schuur tot bar konden we nog net aan. Het aanbouwen van een serre vraagt meer kundigheid. Net als de verbouwing van oldwidowscottage tot truienwinkel en de modernisering van mijn huis. En maak je geen zorgen om geld, ik heb goed geboerd in Nederland.’
‘Dat kan ik toch niet zomaar aannemen?’
‘Van aannemen is geen sprake. Ik ben nog steeds de Laird en dit is een investering in de toekomst van mijn eiland.’
Etend van Isla’s chowder laat ze zijn antwoord bezinken. Is dit een opening om naar zijn leven in Nederland te vragen? Behalve dat hij weduwnaar is en zijn bedrijf in Nederland heeft verkocht, is er niets over de veertig jaar dat hij hier weg was in het roddelcircuit beland.

Wat is ze toch mooi, denkt hij. De manier waarop ze de lepel tussen haar rozerode lippen laat verdwijnen, haar donkere wimpers die als een waaier het smaragd van haar ogen verhullen en het met donkerdoorschoten grijs dat vol haar gezicht omlijst. De jaren op het eiland hebben haar trekken geëtst, zacht en scherp tegelijk, hij vindt haar nog adembenemender dan in hun studententijd.
Ze kijkt op en een blos kleurt haar wangen, verlangend steekt hij zijn hand naar haar uit. Ze leunt iets naar achteren. Hij volgt haar blik naar de mannen die grote vaten bier de schuur inrollen.
‘Wat doen die nou?’
‘Volgens mij is dat het bier voor de mannenclub vanavond.’
‘Dat snap ik, maar ik dacht dat ze dat later zouden doen, het is immers nog etenstijd.’
‘Vandaag niet.’ Haar ogen twinkelen. ‘Iedereen heeft gisteren gehoord dat jij vandaag tussen de middag bij mij zou zijn. Waarom denk je dat Coira net hier was?’
‘Mijn hemel. Doe mij dan nog maar een kom vissoep. Die moet je straks echt op de kaart zetten.’

In de keuken schept ze met de soep ook een portie moed op.
‘Hoe kwam je in Nederland, of wil je daar niet over praten?’ vraagt ze zodra ze gaat zitten.
‘Na mijn afstuderen ging ik naar Londen. Daar kwam ik Nellie, een Nederlandse, tegen. Ze was op vakantie en toen ze naar huis ging, ging ik met haar mee. Als huwelijkscadeau kregen we van haar vader een startkapitaal. De computersector kwam in opmars, daar was ik handig in en we bouwden een succesvol bedrijf. Voor ik hierheen kwam verkocht ik het voor een kapitaal. Dat investeer ik nu in het eiland. Het moest zo zijn, net als dat ik hier mijn eerste liefde weer tegenkom.’
Het klinkt als een verhaal dat hij vaker heeft opgedreund en ze probeert te doorgronden welke emotie er achter zijn twinkelende ogen schuilt. Een tik tegen het raam schrikt hen op. Finola zwaait en Jane kijkt op de klok boven de deur.
‘Sorry, de winkel had al open moeten zijn.’ In haar haast op te staan, stoot ze bijna haar halfgevulde soepkom om.
‘Voorzichtig.’ Dough houdt de kom tegen. ‘Zullen we vanavond verder praten. Misschien tijdens een etentje in het hotel?’
‘Het is vrouwenavond, sorry.’
‘Je kan toch wel een keer overslaan?’
‘Nadat we vanmiddag ook al samen lunchten? Dat lijkt mij niet verstandig. Sorry.’ Verdomme, denkt ze. Voor het eerst in al die jaren als winkelhoudster draait ze met tegenzin het bordje voor de deur op open.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

8 reacties

  1. Ben op 15 november 2020 om 10:33

    Ha ha, ja dat gaat niet zomaar in één keer lukken. Heerlijk, ik werd er vrolijk van en ik denk we pas met kerst de liefde definitief beklonken zien…. Dit is een bestseller!

    • Marceline de Waard op 15 november 2020 om 12:59

      Wat heerlijk dat je er vrolijk van werd, Ben! We gaan zien hoe lang het nog duurt 😉

  2. Bep op 15 november 2020 om 23:31

    Jammer dat Jane de winkel open moet gooien, maar het is wel zeker dat er vervolgontmoeting komt, ik kijk er al naar uit!

    • Marceline de Waard op 16 november 2020 om 21:16

      Dank je wel, Bep, dat is goed om te lezen!

  3. Louise op 18 november 2020 om 17:01

    Eindelijk tijd om te lezen. Je hebt soms van die dagen!
    Daar weet jij ook alles van Marceline … lees ik tussen de regels door.
    Fijn mijn uitstapje naar de Hebriden, ik ben er en proef het!
    En verlang naar meer …
    Maar forceer jezelf niet.
    Liefs Louise.

    • Marceline de Waard op 18 november 2020 om 21:48

      Dank je wel, Louise. Net als jij geniet ik van mijn wekelijkse uitstapje naar de Hebriden, maar ik zal mijzelf in acht blijven nemen. Liefs, Marceline

  4. Thole op 22 november 2020 om 09:48

    Ontroerend hoe je beschrijft dat je je dierbare overledenen hoe dan ook en te koste van heel veel bij je wilt houden, maar dat de herinnering toch vervaagd. Prachtig gedaan.

    • Marceline de Waard op 22 november 2020 om 12:33

      Wat een mooi compliment. Dank je wel, Thole 🙂

Laat een reactie achter