TON BADHEMD

Sinds februari 2017 plaats ik iedere zondag een nieuw verhaal. Het is een mooi podium voor mijn schrijverschap geworden. Deze zomer deel ik het met plezier met andere schrijvers. Enthousiast stuurden zij in voor mijn wedstrijd ‘verlangen’, de titel van mijn nieuwste verhalenbundel. Deze zomer lezen jullie hier in willekeurige volgorde de verhalen die ik het mooist/best/aansprekends vond.
Vandaag een verhaal van Ton Badhemd. In eerste instantie heeft de band tussen broer en zus die hij beschrijft iets schattigs, gaandeweg het verhaal sluipt er iets ongemakkelijks in en aan het eind blijf ik treurig achter.

VERLANGEN – TON BADHEMD

Een man drukt op de STOP-knop en gaat bij de uitgang staan. Bij de halte op het plein steekt hij zijn hand op naar de buschauffeur en stapt uit. Voorovergebogen loopt hij de straat links van hem in. In zijn ene hand draagt hij een boodschappentas, in zijn andere hand heeft hij een bos bloemen.
Voor nummer twaalf blijft hij staan en belt aan.
Een vrouw opent de deur, lacht hem toe en spreidt haar armen.
Hij zet zijn tas op de deurmat, de bos tulpen legt hij er voorzichtig naast.
‘Dag, Lil, fijn je weer te zien.’
Hun armen pakken elkaars schouders, kussen klinken op vier wangen.
‘Insgelijks, broertje.’
‘Alsjeblieft, een bloemetje. Ik heb ook biefstuk meegenomen, voor vanavond.’
‘Wat een mooie, gele tulpen. Je brengt het voorjaar in huis. Lekker, die biefstuk, je verwent me maar weer. Wat lief van je.’
Hij hangt zijn jas aan de kapstok en vlijt zich binnen op de bank, terwijl zij in de keuken het vlees in de koelkast legt en de bloemen in een vaas zet.

Als kind deden ze veel samen: buitenspelen en met zijn tweeën naar school lopen en terug.
Hun ouders hadden het niet breed, ze woonden op een flatje. Lilian en Peter sliepen samen op een kamer, met een gordijn in het midden als afscheiding. Peter was bang voor onweer en als hij wakker schrok van de donder kroop hij bij zijn grote zus in bed. Dicht tegen haar aan met zijn neus in haar hals, ze rook zo lekker naar slaap.
Zij aaide hem troostend over zijn rug, hij wilde dat ze hem kriebelde.
Het was hun vaste ritueel.
‘Met je nageltjes,’ zei hij dan. Ze moest met haar hand onder zijn pyjamajasje, zodat hij het beter voelde. Hij rilde als haar koude vingers zijn naakte vel raakten, maar al snel knorde hij van genot.
Zijn handje ging dan onder haar pyjama om haar ontluikende borstjes te strelen.
‘Wil jij later ook mama worden?’
‘Ja, ik wil wel tien kinderen. Met een knappe man natuurlijk, hij moet krullen hebben en een baardje. En een goede baan, directeur of zo.’
‘Maar jij blijft toch wel mijn zus?’
‘Zeker weten, mallerd. Voor al- en altijd. Tot de wereld vergaat, en ook daarna nog.’
‘En blijf je me ook kriebelen, voor al- en altijd?’
Met gespeelde twijfel zei ze: ‘Hmm … dat weet ik nog niet, hoor.’
Peter kneep dan in haar borst en vroeg het nog eens.
‘Au! Jaaa … ik blijf je eeuwig kriebelen. Niet zo knijpen, je doet me pijn.’
‘Oké, afgesproken.’
Zo vielen ze vaak in slaap.

Peter heeft nooit een vriendin gehad, Lilian is gescheiden na een huwelijk dat toch nog tien jaar heeft standgehouden. Over een nieuwe relatie heeft ze nooit iets gezegd.
Peter werkte jarenlang in het archiefwezen, zoals hij dat plechtig noemde. Eerst bij het ziekenfonds, later meer dan dertig jaar bij de gemeente.
Het sjouwen met dossiers en archiefdozen en het gebogen staan over de laden van archiefkasten lieten hun sporen achter. Zijn kromme rug en zijn schouders doen hem constant zeer. Een operatie hielp niet, fysiotherapie verminderde de pijn slechts korte tijd, bovendien vergoedde zijn verzekering jaarlijks te weinig behandelingen. En in alternatieve geneeswijzen had hij geen vertrouwen.
Met pijnstillers, een middagdutje en regelmatig een wandelingetje weet hij zich aardig te redden.
Sinds zijn pensionering gaat hij driemaal per week naar zijn oudere zus die zijn pijnlijke lijf masseert. Dat geeft een beetje verlichting.
Na het avondeten gaat hij weer naar huis, een busritje van een kwartier.

Lilian komt de kamer in, zet de vaas met tulpen op de schoorsteenmantel.
‘Als jij je bovenlijf ontbloot en achterstevoren op de eetkamerstoel gaat zitten, masseer ik je rug, voor we aan de koffie gaan. Die staat nog maar net aan.’
Haar warme handen wrijven krachtig over zijn huid, het doet hem goed.

Na de koffie maken ze een ommetje door het park en eten ze een boterham.
‘Het was heerlijk even de benen te strekken, Lil. Ik denk dat ik nu twee uurtjes ga rusten. Doe je eerst mijn rug nog een keer?’
Peter kleedt zich uit en gaat op haar bed liggen, Lilian knijpt en wrijft zijn spieren, die daardoor iets soepeler worden. Samen met de warmte vermindert dat de pijn. Hij kreunt van genoegen, het voelt weldadig en vertrouwd.
Lil gaat ook in bed liggen en kruipt tegen hem aan. Ze slaat haar arm om hem heen en kriebelt hem tussen zijn schouderbladen.
Hij glimlacht naar haar; ‘Met je nageltjes.’ Hij streelt haar borsten. Zo vallen ze in slaap.

Als Peter na het eten naar de bushalte loopt, pakt Lilian haar mobiel.
‘Marja, met mij. Ik mis je. Kom je gauw?’

OVER TON
Ton Badhemd schrijft sinds 2017 korte verhalen, veelal naar aanleiding van opdrachten op het forum Schrijvers Online. Je kunt zijn verhalen vinden op www.tonbadhemdschrijft.nl

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

2 reacties

  1. Ben Bijker op 11 juli 2021 om 19:12

    Een intiem kijkje in het leven van een broer en zus die elkaar zo nodig hebben om het leven nog een beetje dragelijk te leven. Indringend zonder te vervallen in voyeurisme en met mededogen geschreven. Ik vind dat dit verhaal grote kans maakt op de publieksprijs als die voor deze reeks zou hebben bestaan… Fijn dat je dit met ons hebt gedeeld Marceline!

    • Marceline de Waard op 11 juli 2021 om 22:01

      Graag gedaan, Ben. Leuk te lezen dat dit verhaal van jou een publieksprijs verdient.

Laat een reactie achter