Sinds het voorjaar van 2017 publiceer ik iedere zondag een nieuw verhaal. Het is een mooi podium voor mijn schrijverschap geworden. Deze zomer deel ik dit met collega-schrijvers. Enthousiast stuurden zij in voor mijn wedstrijd ‘het gebeurde op een zondag.’ Dertien weken lang lezen jullie hier in willekeurige volgorde de verhalen die ik het mooist/best/aansprekends vond. Vandaag de inzending die mij het meest verraste. Al is het maar omdat online Toby Faber alleen te vinden is als een in 1965 geboren Engelse schrijver.

DE KLOKKENLUIDER – Toby Faber

Ik had me de universiteit anders voorgesteld. De sleur van wiskunde, de vernedering bij Lichamelijke Opvoeding, het voorbijstaren van de avonden op de bank waren voorbij, ik zou vrienden vinden en we zouden tot laat drinken en over de Homerische hymne aan Demeter discussiëren.

Na drie weken gaf ik toe dat daarvan niets zou komen. In de introweek had ik nog krampachtig meegedaan met alle activiteiten, daarna zakte ik terug in mijn oude leven, zij het zonder de bezorgde blikken van mijn ouders in mijn rug. Ik sliep door de meeste lessen heen, bleef binnen en probeerde me op mijn huiswerk te concentreren. Door de dunne wanden van mijn studentenhuis hoorde ik mijn jaargenoten praten, lachen of kreunen, een constante herinnering aan het feit dat de enige vrouwen in mijn leven mythologisch of tweeduizend jaar dood waren. Mijn essays schoten niet op en pas diep in de nacht kreeg ik mijn werk af. Dan doezelde ik langzaam weg. In elk geval kon ik uitslapen.

Behalve op zondag. Bij mijn verhuizing naar Engeland was ik trots geweest op mijn kamer: recht tegenover de toegangspoort van het college; ik kon de maaltijden in de eetzaal ruiken. Na een week ontdekte ik waarom niemand hier wilde wonen. Naast onze bibliotheek stond de kapel van Merton College, waar de universitaire klokkenluidersvereniging haar training hield. Het lawaai uit de kerktoren was oorverdovend, en ondanks hun wekelijkse twee uur oefening gingen de leden er niet op vooruit. Zonder enig ritme bengelden ze elke hoop op doorslapen weg. Zo ontstond een zondags ritueel. Terwijl de andere studenten bijkwamen van hun nachten stappen zat ik in mijn erker en staarde naar de straat, normaal gesproken vol groepjes, ’s ochtends vroeg verlaten.

Tot ik een meisje zag oversteken. Ik had haar in de introweek vluchtig gezien: eerstejaars biologie, lang en bleek, stijl bruin haar. Gehaast liep ze naar het huis naast het mijne, en nog voordat ze aan had kunnen bellen ging de deur open. Nu woonde daar een nieuwe hoogleraar biologie uit Spanje voor wie de universiteit snel een onderkomen had moeten regelen. Zoals veel tutoren gaf hij zijn lessen aan huis, en door de week kwamen geregeld groepjes biologen langs. Maar op een zondag? Ik voelde een steek bij de gedachte dat deze besnorde vijftiger zijn vak voortaan in de praktijk onderrichtte. Met bonzend hart legde ik mijn oor tegen de muur, maar het tekeergaan van de klokkenluiders verdronk elk mogelijk gerucht. Pas na anderhalf uur ging de deur weer open en haastte het meisje zich terug naar het college.

In de dagen daarop was ik druk bezig met een opstel over Zeus en Europa, maar de volgende zondag was ze er weer, en die daarna, en die daarna. Ik begon voorzichtig inlichtingen in te winnen. Esmee, zoals ze heette, trok zich de laatste tijd steeds meer terug. Het ging niet goed met haar studie, en er werd zelfs gefluisterd dat het college overwoog haar weg te sturen, zo slecht stonden haar cijfers ervoor.
Ik schreef een brief aan het universiteitsbestuur waarin ik uitlegde hoe professor García Pérez van haar situatie gebruikmaakte, maar durfde niet op ‘verzenden’ te klikken. Zou ik Esmees situatie niet juist verergeren? En dus deed ik niets om te helpen. Ik keek hoe ze aan een van de drie lange tafels in de eetzaal zat of in de bibliotheek onder een groeiende stapel boeken verdween. Tenslotte ging ik zelfs naar het vrijdagse collegediner en bleef eten tot García Pérez’ steeds luidere gelal aan de lerarentafel me ondraaglijk werd.

Twee dagen later zat ik vanaf het eerste klokgelui klaar. Esmee bleef langer dan anders; toen de deur eindelijk openging was het klokkenspel verstomd tot een zacht geklingel. In plaats van naar het college te gaan bleef ze staan en keek langzaam naar boven, naar mij, half verscholen achter het gordijn.

‘Hé bochel!’ Voor het eerst hoorde ik haar stem, niet zacht zoals ik me had voorgesteld, maar fel. ‘Denk je dat ik je niet zie? Hoelang was je nog van plan me te stalken?’ Ik overwon de neiging het gordijn helemaal dicht te trekken en keek nu recht in een van walging en woede vertrokken gezicht. De laatste galm van Merton stierf weg. ‘Denk je dat ik je niet heb zien gluren? Laat me je één ding zeggen: ik ga liever voor een hond op mijn rug dan voor jou, misvormde freak.’

Daarna moet ze zijn weggegaan, maar ik zag alleen zwart en hoorde slechts het gedreun in mijn slapen. Laptop. Email. Eén klik.

Esmee heb ik daarna nooit meer gezien. Ik durfde mijn jaargenoten niet naar haar te vragen. García Pérez keerde korte tijd later terug naar Granada “wegens familieomstandigheden”. Maar elke zondag, als de hele straat door het kabaal van de kerk heenslaapt, zit ik in mijn erker en staar naar buiten.

OVER TOBY

Toby Faber werd tijdens zijn studie economie elke week helemaal gek van de klokkenluiders in Merton College Chapel. Hij schrijft pas sinds kort. Hij vindt goed: Het verboden rijk, de Olympische Winterspelen, station London St. Pancras, Die Welt von gestern, scubaduiken, Leffe blond, dEUS, Herodotus, de Leidse grachten, Pixies, appeltaart. Hij vindt fout: Queen, Honderd jaren eenzaamheid, Killing Eve, voetbal, de Indiase keuken, Rotterdam, Jan Cremer, de toenemende en onvermijdelijke digitalisering van de samenleving. Hij heeft geen bochel.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

4 reacties

  1. Ben op 23 augustus 2020 om 09:39

    Prachtverhaal met een meer dan rake titel. En terwijl ik het las klinkt het klokgelui van de dichtstbijzijnde kerk waardoor het nog meer lading krijgt. Fijn begin van de zondag! Mooi geschreven…

    • Marceline de Waard op 23 augustus 2020 om 09:43

      Fijn dat dit verhaal ook jou bekoorde, Ben.

  2. Bep op 23 augustus 2020 om 11:46

    Goed geschreven verhaal!

    • Marceline de Waard op 24 augustus 2020 om 09:22

      Vond ik ook, Bep! Dank voor je reactie.

Laat een reactie achter