Het normaal zo vriendelijke gezicht van Jane oogt alsof ze zojuist heeft gehoord dat het eiland door de januariregen wordt weggespoeld. Kyra vraagt zich af wat er is gebeurd in de paar uur die zijn verstreken nadat ze vanochtend een bestelling voor verse scones deed. Iets in de houding van de winkelhoudster weerhoudt haar de vraag te stellen en met een nietszeggende glimlach pakt ze de zak met haar bestelling aan.
Buiten oogt het alsof engelen alle kranen in de wolken hebben opengedraaid en met een hand aan haar capuchon worstelt ze zich tegen de wind en regen in naar huis. Ze verheugt zich op het bezoek van Maisie, haar hartsvriendin van vroeger. Na de drukte van de feestdagen hebben ze nu eindelijk tijd om bij te praten.

‘Wat een heerlijke scones. Ik wist niet dat je zo’n goede bakster bent geworden.’ Maisie veegt met een natte vinger de kruimels van haar bord en likt ze op.
‘Dat ben ik ook niet. Jane van de post-shop bakt ze. Wil je er nog één?’ Kyra houdt haar vriendin de schaal voor.
Ze schudt haar hoofd. ‘Straks krijg ik mijn broek niet meer dicht. Het verbaast mij trouwens dat Jane nog op het eiland is. Ik had nooit gedacht dat een Engelse het op deze plek zou uithouden.’
‘Meen je dat nou? Ze past perfect, alsof ze hier geboren is.
‘Ik had gehoopt de winkel te gaan runnen. Daar zit tenslotte ook een huisje aan vast.’
‘Ben je van plan voorgoed te blijven?’ Kyra was al verbaasd dat na een afwezigheid van twintig jaar Maisie terug kwam om de feestdagen bij haar ouders, Coira en Brodie, en dochter Isla door te brengen en het lukt haar niet het ongeloof uit haar stem te houden.
‘Kijk niet zo.’
‘Hoe moet ik dan kijken? Twintig jaar geleden ging je weg met je vakantieliefde. Zelfs nadat je Isla aan je ouders had meegegeven om hier op te groeien kwam je niet meer op bezoek.’
‘Wat klink jij opeens pinnig, zo ken ik je niet.’
‘Zo bedoel ik het niet. Ik begrijp alleen niet wat er is gebeurd.’
‘Niks bijzonders. Nu onze zonen het huis uit zijn beseften Thom en ik dat we elkaar niets meer hebben te vertellen.’ Haar gezicht is voor Kyra zo ondoorgrondelijk als een kluis waarvan ze de sleutel niet meer kan vinden en ze beseft dat de hartsvriendin uit haar jeugd samen met die sleutel is verdwenen.
‘Als je wilt blijven, er staan genoeg huisjes leeg.’ En misschien worden ze dan weer net als vroeger vriendinnen, denkt Kyra erachteraan. Het zal fijn zijn weer iemand van haar leeftijd te hebben om mee te praten, de andere vrouwen zijn of jaren ouder of jaren jonger.
‘Die moeten allemaal eerst opgeknapt worden, dat kan ik niet betalen. Weet je zeker dat we straks niet op zoek moeten naar een nieuwe winkelhoudster? Met kerst kon onze Laird zijn ogen niet van onze Jane afhouden en met Hogmanay dansten ze wel heel close.’
Kyra denk aan het treurige gezicht van Jane en schudt haar hoofd. ‘Volgens mij was dat de champagne. Net als bij iedereen.’
‘Denk je dat echt? Jammer. Maar genoeg over mij, ‘hoe is het hier met jou vergaan?’
‘Ik trouwde natuurlijk met Col. Je weet dat hij twee jaar terug op zee verongelukte?’
Maisie knikt en streelt meelevend over de arm van haar vriendin.
‘Het was of mijn wereld verging, maar ik moest door voor de kinderen. Nu gaat het wel weer. Colin is van school en als het toeristenseizoen begint gaat hij de pub runnen die ze in de oude schuur van Ian hebben gemaakt. Je moet Colin van de week even vragen of je een kijkje mag nemen, het is echt mooi geworden. Verder ben ik net begonnen met een Bed & Breakfast. David is mijn eerste gast.’
‘Jaaa, David. Vertel.’ Maisies ogen glinsteren en voor het eerst sinds ze terug is op het eiland, herkent Kyra iets van op de jonge vrouw die twintig jaar geleden bruisend van levenslust vertrok.
‘Wat moet ik vertellen? Hij is de aannemer die Dough in dienst heeft genomen om een serre aan de post-shop te bouwen en een Knitwearshop van Oldwiddowscottage te maken.’
‘Dat is allemaal leuk en aardig, maar ik bedoel natuurlijk hoe het zit met jou en David. Tijdens Hogmanay hadden jullie alleen oog voor elkaar en het is lang geleden dat ik een stel zo zag slijpen.’
Ineens zijn de ogen van haar vriendin als zoeklichten op haar gericht en Kyra slaat haar ogen neer.
‘Doe niet zo mal. Ik mag toch wel dansen met iemand nu Col er niet meer is? Bovendien is David mijn kostganger voor de tijd dat hij hier werkt.’
‘Ja, ja. Hij is een man uit de grote stad en jij bent altijd al liever geweest dan goed voor je is. Kijk je uit? Ik wil niet dat je straks gekwetst achterblijft.’
‘Je ziet dingen die er niet zijn.’ Om haar ongemak te maskeren stapelt Kyra de lege gebakschoteltjes op. ‘Wil je nog thee?’
‘Nee, dank je. Ik moet maar eens gaan.’

Na het vertrek van haar vriendin zet ze in de keuken de theeboel in de week. Ze pakt de aardappelen om te beginnen met het avondeten. De wind geselt de regen tegen het raam en het zeeuitzicht is verdwenen achter een grijs gordijn. Haar gedachten dwalen naar het afgelopen jaar. Ze kan zich bijna niet voorstellen dat het nog geen jaar geleden is dat Dough terugkeerde naar het eiland om zijn overleden vader op te volgen als Laird. Het elan waarmee hij zorgde dat de huizen van de eilanders werden opgeknapt en de faciliteiten voor toeristen nu worden uitgebreid. Ze weet dat sommige eilanders achter zijn rug om klagen over de vanzelfsprekendheid waarmee hij de zaken verandert, zij is het daar niet mee eens. De investeringen die hij doet om het eiland in de eenentwintigste eeuw te brengen en aantrekkelijk te maken is iets om dankbaar voor te zijn. Kyra beseft zich heel goed dat dit het eiland behoedt voor verder verval en armoede en gelukkig denken de meeste bewoners hier net zo over als zij. En dan is er nog de komst van David. Kon ze zich tot vandaag nog wijs maken dat ze vooral blij was met de inkomsten die hij geeft, de woorden van Maisie hebben iets naar boven gebracht waarvan ze dacht dat ze het kon negeren. Het is of haar oude vriendin de stop van een dure fles parfum heeft gehaald en ze nu beneveld wordt door een verleidelijke geur waarvan ze weet dat ze hem niet kan betalen.

De keukendeur zwaait open en ze draait zich om. In haar ontsnapt een zwerm vlinders en warmte kruipt in haar omhoog.
‘Het is of de weergoden besloten hebben dat gewoon regen niet nat genoeg is en ze het water nu maar met emmers tegelijk naar beneden gooien.’ David pelt zich uit zijn regenkleding en gaat aan de keukentafel zitten, een plas water bij de deur achterlatend.
De alledaagsheid van zijn woorden neemt de spanning bij haar weg en ze vult de waterkoker. ‘Je hebt vast zin in thee en er zijn nog verse scones.’ Ze schuift hem de schaal toe.
‘Heerlijk.’ Hij neemt een hap en met volle mond gebaart hij naar de stoel tegenover hem. ‘Heb je tijd om even te komen zitten?’
‘Wat is er?’ Ongerust neemt ze tegenover hem plaats.
‘Vandaag sprak ik met Dough. Hij zou ook graag zien dat ik zijn huis verbouw zodra ik klaar ben met de andere opdrachten en het onderhoud van de vakantiehuizen erbij neem.’
‘Dat is toch geweldig?’
‘Het zou betekenen dat ik hier in principe permanent blijf.’
‘Wat een goed nieuws.’ Opluchting stroomt door haar heen, even was ze bang dat hij zijn vertrek ging aankondigen
‘Ik ben blij dat je zo reageert, want ik ga wel weg uit jou B&B.’
‘Heb ik iets verkeerd gedaan?’
‘Natuurlijk niet, ik wil niet permanent in een Bed & Breakfast wonen. Van Dough kan ik voor een zacht prijsje de lege cottage hiernaast kopen.’
‘Dat is toch geweldig? Ik was even bang dat je genoeg had van dit eiland.’
‘Natuurlijk niet, ik vind het hier heerlijk.’
‘Ondanks dat wij in deze uithoek zelfs midden in de winter regen hebben in plaats van sneeuw?’’
‘Juist daarom. Sneeuw is alleen leuk als je vrij bent en midden in de natuur zit. Als je in de stad woont en naar je werk moet is het alleen maar lastig. Het punt is alleen … Jij kookt zo goed.’
‘Dank je wel.’ Verrast door het compliment kijkt ze hem vragend aan.
Hij haalt zijn hand door zijn haar en leunt achterover. ‘Het is misschien een gekke vraag. Maar zou ik bij jou in de kost kunnen komen zonder dat ik hier slaap? Ik kan niet koken, zie je. ’
‘Meen je dat nou? Ik wil het je anders wel leren.’
‘Alsjeblieft niet, ik ben hopeloos in de keuken. Maar als ik hier ’s avonds terecht kan voor een warme maaltijd. Uiteraard tegen betaling.’
‘Natuurlijk.’ Ze staat op. ‘Sorry, maar als je vanavond ook een fatsoenlijk maal wil, moet ik weer aan het werk.’
‘Zoals gewoonlijk ruikt het verrukkelijk. Wat eten we vanavond?’

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

8 reacties

  1. Jenny op 17 januari 2021 om 11:43

    Nieuwsgierig, nieuwsgierig naar het vervolg😀

    • Tonnie op 17 januari 2021 om 12:40

      Jammer weer week wachten en volgende week zondag weer verder dus heel fijne week groetjes

  2. Ben op 17 januari 2021 om 13:17

    Ja, het zit er aan te komen….. dit geeft vast weer allerlei extra verwikkelingen en gedoe. Alsof we aan Jane en Dough niet genoeg aan ons hoofd hebben! Heerlijk! En ja, dat beeld van die parfumfles waar je van in vervoering raakt en die niet kan betalen, dat is prachtig en misschien wel een verwijzing… Ik kijk weer uit naar volgende week!

  3. Marceline de Waard op 17 januari 2021 om 14:31

    Jenny, Tonnie en Ben, dank voor jullie enthousiaste reacties. Ik zal met veel plezier deze week het volgende deel schrijven!

  4. Bep op 17 januari 2021 om 19:15

    Het is elke week weer heerlijk om je verhaal verder te lezen en ook nu ben ik alweer nieuwsgierig naar het vervolg, maar dat duurt nog weer een week!
    Fijne avond verder en een fijne week.Marceline

    • Marceline de Waard op 18 januari 2021 om 07:35

      Dank je wel, Bep!

  5. Louise op 21 januari 2021 om 08:36

    Een tweede romance op het eiland.
    Weer genoten …
    Maar de spanning stijgt.

    Op naar zondag!

    • Marceline de Waard op 23 januari 2021 om 09:39

      Morgen alweer!

Laat een reactie achter