Zelfs de zonsopgang lijkt anders. Ochtendmist kleurt roze en het is of de haveloze vissershuisjes hun adem inhouden alsof ze publiek zijn dat gespannen wacht op de voorstelling die ieder moment kan beginnen.
De deur van de post-shop gaat open. Jane, de winkelhouder, komt met een kop sterke thee naar buiten en gaat op het bankje onder het raam zitten. Het is lang geleden dat de gebeurtenissen van de voortgaande dag haar wakker hielden en nog steeds is ze in de greep van de vrees die de plannen van Dough, de nieuwe Laird van de Hebridensmaragd, in haar losmaakten. Al weken gonsde het van de geruchten welke begonnen op de dag van de begrafenis van Big Mac, de oude Laird en Dough’s vader. De plotselinge verschijning van zijn zoon die na veertig jaar afwezigheid bij de begraafplaats verscheen op het moment dat de mannen het graf wilde dichtgooien, deed haar denken aan een scène uit een slechte film. Een knappe vreemdeling met dezelfde onwaarschijnlijk blauwe ogen als de mondharmonicaspeler in Once upon a time, die opeens opdook en stilzwijgend bleef staan. De manier waarop hij knikte zijn hoofd en de vanzelfsprekendheid waarmee de ceremonie werd afgerond, deed haar beseffen dat de nieuwe Laird gearriveerd was.

Ze maakt een vuist van haar rechterhand en strekt hem weer alsof ze zo de achtergebleven tinteling van zijn hand, die bij het aanbieden van haar condoleances krachtig om de hare sloot, ongedaan kan maken. De felheid van zijn ogen drong diep in haar door en ze keek van hem weg om de beroering die hij in haar ontketende te ontvluchtten. Het was dan ook een opluchting dat hij zich na de begrafenis hier beneden bij de haven niet liet zien. Tot gisterochtend en hij iedereen uitnodigde voor een bijeenkomst bij hem in het grote huis op de heuvel in het midden van het eiland.
In colonne gingen ze de lichtstijgende onverharde weg langs het hotel en de kerk op. Ze liep achteraan en kon er niks aan doen dat het beeld van een groep ratten gelokt door de fluit van de rattenvanger zich aan haar opdrong. Een opgewonden geroezemoes dreef naar haar toe en ze vroeg zich af wat er waar was en wat er roddels waren.
‘Misschien wil hij het eiland wel verkopen dan moeten wij hier weg. Ik ben hier geboren en zou niet weten waar ik heen moet.’
‘Hoe verzin je die onzin?’
‘De huurders van …’
‘Ach, de huurders. Wat weten die hier nou van?’
‘Volgens mij treedt hij gewoon in de voetsporen van zijn vader en laat hij zijn gezin overkomen.’
‘Zijn gezin? Wie zegt dat hij dat heeft?’
‘Natuurlijk heeft hij dat. Zo’n knappe man en je hebt toch zijn ring gezien?’
‘Misschien is hij wel gescheiden.’
‘Hij is weduwnaar.’ De stem van Coira klonk zo beslist dat het wel waar moest zijn. ‘Hij vertelde Brodie bij het opruimen van de schuur dat zijn vrouw en dochter bij een auto-ongeluk zijn omgekomen.’

‘Goedemorgen.’ De stem van Brodie haalt haar uit haar mijmeringen. Ze steekt haar hand naar hem op en tot haar verbazing – Coira’s man is nooit zo van de praatjes – komt hij haar kant op. ‘Ook vroeg op om plannen te maken?’
‘Ik kon niet slapen.’
‘Dat begrijp ik, het is natuurlijk ook fantastisch wat er allemaal te gebeuren staat.’
Fantastisch? Zo zou ze het niet willen noemen. Beangstigend of bedreigend zijn woorden die meer bij haar gemoedstoestand passen. ‘Het is inderdaad fijn dat jullie nu allemaal eigenaar worden van je eigen huis.’ Dat meent ze in ieder geval wel. Onder de oude situatie waren de bewoners pachtplichtig aan de Laird. Dough’s plan om van het eiland een community-based gemeenschap te maken, is het deel dat haar, zachtjes gezegd, niet enthousiast maakt. Vooral niet omdat de pijler van die gemeenschap in het toerisme wordt gezocht. Het rustige eiland, haar toevluchtsoord, nu slechts bezocht door een handvol toeristen die net zo van het ‘niets’ houden als zij.
‘Gillis wil een heus biermerk van zijn brouwsels gaan maken en de schuur ombouwen tot een bar en Coira zou graag zien dat ik de zolder verbouw tot een B&B-kamer. Of ik dat nou zo’n goed idee vind.’ Brodie lacht. ‘Maar het plan van Gillis is in mijn ogen zeker een welkome aanwinst voor de toeristen.’

De weken daarna vlecht de verandering zich langzaam door het trage, vertrouwde eilandritme. Huizen worden geverfd en plannen worden gemaakt. Vooral het plan voor Gillis’ bier en bar worden enthousiast ontvangen en de vrouwen komen met een plan truien en vesten te gaan verkopen. Hiervoor hebben ze old-widow-cottage op het oog. Dit huisje tussen Jane’s winkel en de bierschuur verderop bij de haven staat al jaren leeg en is nu een toevluchtsoord voor schapen. Om aan het schrikbeeld van al deze toeristische activiteiten rond haar huis en winkel te ontkomen, brengt ze al haar vrije uren door op de onbewoonde westpunt van het eiland. Als tijdens haar lange wandelingen de verflucht niet in haar neus was blijven hangen, had ze kunnen zweren dat alles zou blijven zoals het was.

De bel van de winkel klingelt. De glimlach op haar gezicht versteent. Wat moet de nieuwe Laird in haar winkel? Hij is hier nog nooit geweest. Oh, god, hij zou toch geen plannen hebben met de post-shop? Ze had nog niet eerder bedacht dat de veranderingen om haar heen ook haar bedoening zouden raken. Paniek groeit uit tot een misselijkmakende bal en ze slikt.
‘Ook hier is het geen spat veranderd.’ Zijn lach strekt zich uit naar zijn ogen en opnieuw dringt het stralende blauw door tot in haar hart. Ongemakkelijk kijkt ze over zijn schouder naar de deur alsof ze zo een nieuwe klant naar binnen kan lokken om de ruimte tussen hem en haar te vullen.
‘Eigenlijk kwam ik hiervoor bij je langs. Ik heb een proefverpakking voor Gill’s bier gemaakt.’ Hij zet een kartonnen cadeauverpakking met drie flessen bier op de toonbank en haalt er een fles uit. Wat je van het etiket?’ In glanzend groen staat Hebridensmaragd in een boog boven een foto van de haven. ‘Is het wat voor in je winkel? Ik denk dat veel mensen het leuk vinden om Eilandbier mee naar huis te nemen.’
‘Ik weet niet.’
‘Als je binnen je bank weghaalt, zouden ze daar mooi staan.’
‘Mijn bank weghalen? Waar moeten de mensen dan zitten als ze hun koffie of thee drinken?’
‘Wat dacht je van een serre?’
‘Ik vind mijn winkel goed zoals hij is, de koffie is slechts een bijzaak. Dit is in de eerste plaats een postkantoor en kruidenier.’
‘De nostalgische uitstraling is natuurlijk goed, met wat kleine aanvullingen is dit een superplek. Wat denk je van een espressomachine in plaats van die slappe brouwsels.’ Hij doet of hij haar niet heeft gehoord en wijst naar de plank met de cafètieres. ‘Misschien kan je dan ook wat eenvoudige lunches verzorgen. Sandwiches, panini’s. Een van de meisjes in het dorp wil vast een baan bij jou in de winkel en ik zorg voor de financiering van de serre. Als we de voorgevel uitbreken hebben de mensen een prachtig zicht op de baai en de haven. Denk je ook niet?’
Wat zij denkt? Hoe durft hij! Het ongemak in haar groeit uit tot een kolkende brei emoties die ze niet goed kan duiden en als een in de hoek gedreven kat haalt ze uit. ‘Wat denk jíj wel niet. Na jaren en jaren kom je hier opdraven en zonder rekening te houden met de gevoelens van de eilanders maak je van ons paradijs een toeristische trekpleister. Natuurlijk vind ik het een bezopen idee om hier in mijn winkel maar iets te veranderen.’
‘De gevoelens van de eilanders? Jij woont hier al jaren, heb jíj wel eens echt naar ze geluisterd? Ze kunnen hier amper het hoofd boven water houden en ze snakken naar vernieuwing. Zie je niet hoe iedereen hier straalt van plezier bij alle veranderingen?’
‘Daar gaat het niet om, de mensen die hier komen houden van de rust en de natuur. Die komen niet om te lunchen en bier te zuipen.’
‘Stel je niet aan, Jane. We hebben het hier over een paar simpele broodjes en een biertje na een dag in de buitenlucht. Mensen vinden het alleen maar leuk als ze dat op een mooie plek kunnen doen. Net als dat ze er plezier inhebben om lokale souvenirs mee te nemen. Wat is er nou leuker dan lokaal gebrouwen bier en een op het eiland handgebreide trui?’
‘Wat denk je dat Big Mac hiervan gevonden zou?’ Zijn vader, de oude Laird van het eiland was net zo gesteld op de stilte als zij.
Alle kleur trekt uit Dough’s gezicht en zijn sprankelende ogen zijn opeens donker en ondoorgrondelijk nu de levendigheid uit hem wegtrekt. Jane slaat haar hand voor haar mond alsof ze zo de woorden terug kan duwen.
‘Jij bent niet alleen een verzuurde oude taart maar ook een vals kreng.’ Hij draait zich om en slaat de deur van de winkel met een klap dicht. De ramen rinkelen hard in hun sponning, het is een wonder dat ze niet barsten.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

8 reacties

  1. Ben op 27 september 2020 om 09:41

    Zo, dat is een heftig eind. Er moet nog veel gebeuren voordat het goed komt (en ik denk dat er misschien nog wel meer van komt…) In elk geval weer genoeg ingrediënten voor een heleboel heerlijke vervolgverhalen. Ik zit er helemaal in!

  2. Bep op 27 september 2020 om 11:01

    Zo, die komt binnen Jane……letterlijk en figuurlijk!
    Ik denk, dat dit nog maar het begin is van meer aanvaringen tussen de nieuwe Laird en Jane, wie gaat er winnen?
    Heerlijk verhaal Marceline, ik kijk alweer met verlangen uit naar het vervolg!
    Fijne zondag gewenst!

  3. Jenny op 27 september 2020 om 16:55

    Mooi vervolg op vorige week, het komt idd wel even binnen. Spannend hoe het verder gaat.

  4. Marceline de Waard op 27 september 2020 om 21:08

    Bep, Jenny en Ben, dank voor jullie enthousiaste reacties. Het is fijn te lezen dat het verhaal binnenkomt en dat jullie uitzien naar het vervolg.

  5. Louise Jonkman op 29 september 2020 om 11:58

    Hoop zo dat het verder gaat!
    Kan niet wachten …
    Fijne vertelstijl, beeldend!
    Ik zit er helemaal in.
    Tot zondag en fijne week Marceline.

    Louise.

    • Marceline de Waard op 29 september 2020 om 22:15

      Wat fijn om te lezen, Louise, ik ben blij met jouw complimenten!

  6. Thole op 29 september 2020 om 15:25

    Botsende karakters en een hel vonkenregen. Prachtig hoofdstuk. Volgens mij bloeit er wat op.

    • Marceline de Waard op 29 september 2020 om 22:16

      Dank je wel, Thole :-), je zou zo maar eens gelijk kunnen hebben.

Laat een reactie achter