De weg verdwijnt in de natte nevel, in de vachten van de schapen die eruit tevoorschijn komen glinsteren achtergebleven druppels regen als glaskristallen. Voor de deur van het eilandhotel steekt Marianne aarzelend haar hand onder het afdak vandaan. Het regent in ieder geval niet meer. Ze heeft nog een paar uur voordat Dough haar komt afhalen voor de picknick. Ze rilt, met dit kille weer kan ze zich leukere plekken om te lunchen dan buiten voorstellen. Misschien kunnen ze beter in het hotel lunchen? Hoewel, gisteravond was het niet veel soeps: visfilet met vette patat en wat slappe sla. Ze kijkt de richting in waarheen Dough gisteren vertrok en vraagt zich af waar hij woont. Zal ze durven voorstellen bij hem te lunchen?
Ze ritst haar fleecejack tot aan haar kin, stopt haar opvouwbare regenjas weg in haar tas en loopt de andere kant op in de richting van de kleine haven. Op een paar mannen bij de schuur na, is het stil. Ze loopt de pier op. Gisteren kwam ze hier aan het begin van de avond aan. De twijfel waarmee ze de ferry nakeek, Doughs voetstappen achter haar en zijn vriendelijke glimlach alsof ze een vreemde was die hij nooit eerder zag. Natuurlijk was hij charmant als vanouds toen hij haar eenmaal herkende, toch weet ze zeker dat ze opluchting zag toen ze zijn aanbod om wat te drinken in de hotelbar afsloeg. Een gevoel van vergissing kruipt in haar omhoog en ze draait zich om alsof ze er zo aan kan ontsnappen.

De deur van de post-shop gaat open, een vrouw komt naar buiten om de picknicktafels voor de winkel af te nemen. Ze herkent Jane, de peetmoeder van Shauna, de sprankelende jonge vrouw die ze ontmoette op de ferry. Marianne denkt met plezier terug aan haar gebabbel tijdens de reis naar het eiland en vraagt zich af waarom haar peetmoeder zo ontoeschietelijk van haar wegdraaide nadat Shauna hen aan elkaar voorstelde. Zou ze soms een oud-vriendinnetje van Dough zijn en nu hopen op een nieuwe start? De gedachte dat ze beoordeeld werd als serieuze concurrentie verdrijft het zware gevoel van vergissing. Ze vraagt zich af hoe het nu precies zit tussen Shauna en haar zogenaamde peetmoeder, de gelijkenis tussen de twee is zo sterk dat ze eerder moeder en dochter lijken.
Of ze door heeft dat Marianne aan haar denkt, kijkt Jane haar kant op. Haar blik glijdt langs haar heen. Herkent ze haar niet of heeft ze besloten dat zij niet belangrijk is?
Jane draait zich om en Marianne duwt haar handen diep in de zakken van haar jack. Ze loopt de pier af en draait zich weg van de kant waar de winkel staat. Een onverharde weg slingert langs de kleine cottages die als verdwaalde kralen langs de voet van de berg lijken uitgestrooid. Ze komt langs de schuur en de geur van versgezaagd hout prikkelt haar neus. De zon prikt voorzichtig haar eerste stralen door het grijze wolkendek en de huisjes glanzen van de verse verf. Vernieuwing en verwachting, de lucht om haar heen is ermee gevuld en voor het eerst sinds ze is hier is, wordt ze geraakt door de charme van deze plek.

Na het laatste huisje splits de weg zich in twee smalle paden, een gaat de bergen in, de ander verdwijnt tussen de donkere keien die de afscheiding vormen tussen het land en de zee. Ze is geen wandelaar en het bankje dat bij de splitsing is neergezet, ziet er uitnodigender uit. De zon heeft de wolken verdreven en met haar gezicht omhoog geheven, ritst ze haar nu te warme fleece open. Heeft ze er goed aangedaan om hier te komen? Het is waar dat ze altijd een bijzonder band met Dough heeft gehad als zijn zakelijke rechterhand. Ook is het een feit dat ze het met geen een man langer uithield dan een paar jaar. De opmerking van haar beste vriendin dat ze altijd de mannen in haar leven tegen de meetlat Dough hield, maakte iets los wat altijd al sluimerde. Tenslotte is hij alweer een paar jaar weduwnaar. Een man heeft een zetje nodig. In Nederland leken deze woorden van haar vriendin zo logisch, maar na gisteravond …

‘Morgen.’
Ze schrikt op. Een man komt met zijn hond de berg af.
‘Goedemorgen,’ antwoordt ze en kijkt op haar horloge: ze moet zich nog haasten om op tijd voor haar afspraak met Dough te zijn.

‘Sorry, ik was de tijd vergeten.’ Ze snelt naar Dough toe die met een rugzak voor het hotel staat te wachten.
‘Dat maakt niet uit. Ik ben blij dat mijn eiland je zo in de greep had dat zoiets onbelangrijks als tijd je ontging. Ben je klaar voor onze picknick? Ik heb de lunchpakketten al afgehaald en ik wilde je meenemen naar mijn favoriete plek aan de westkant.’
‘Mag ik mij nog even opfrissen?’ Nu hij opeens voor haar staat zijn haar benen als die van een zestienjarige tegenover de leukste jongen van de school.
‘Natuurlijk, ik loop niet weg.’

‘Deze kant op.’ Dough neemt haar mee langs de post-shop. Donkere keien contrasteren tegen witbeige zand waar de zee als vloeibaar azuur overheen vloeit en weer terug. Het is alsof ze van een nat Schots eiland in de Cariben is beland.
‘Tot ik het na mijn terugkomst terugzag, was ik vergeten dat het hier zo mooi was.’ Naast haar klinkt de stem van Dough hees. Het liefst zou ze een arm om hen heen slaan, maar iets in zijn uitstraling weerhoudt haar. ‘Waarom ben je nooit teruggegaan?’ vraagt ze in plaats daarvan.
‘Als ik eerlijk ben, was ik daar te koppig voor. Ik ben vertrokken na een knallende ruzie met mijn vader en ik had gezworen nooit meer terug komen.’
‘Waar ging jullie ruzie over?’
‘Ik zou het niet meer weten. Ik weet alleen dat toen ik het bericht kreeg dat hij op sterven lag, ik te laat was om het uit te praten. Om hem te vragen …’ Het geluid van zijn stem verdwijnt met de wind naar een plaats waar zij hem niet meer kan horen en ze stopt haar handen diep in haar zakken om te voorkomen dat ze eigenstandig hun gang gaan om hem te troosten. Ze denkt aan wat hij koppig noemt. In zaken was hij dat ook, hij had een onverzettelijkheid die hem dreef zijn doelen te bereiken. Het was de bodem onder zijn succes en voor haar maakte dat van hem een held.

Van de berg aan het eind van het strand komt iemand naar beneden. Als ze vlak bij hen is, herkent ze Shauna. Haar ogen schitteren als smaragden in de nu volop schijnende zon en met de blos die haar wangen kleurt is ze zo betoverend als een Keltische godin van de schoonheid. Zonder naast zich te kijken voelt Marianne hoe de jonge vrouw Dough raakt en een steek van jaloezie gaat door haar heen.
‘Hallo, leuk je weer te zien,’ zegt ze tegen Marianne en steekt haar hand uit naar Dough. ‘U moet de nieuwe Laird zijn.’
‘Zeg maar Dough. Wie ben jij dat je weet wie ik ben en ik jou niet ken.’
‘Ik ben Shauna, ik logeer bij Jane in de post-shop. Marianne ontmoette ik op de ferry en omdat ik weet dat ze op weg was naar de nieuwe Laird kan het niet anders dat jij dat bent.’
Het valt Marianne op dat ze dit keer niet zegt dat ze Jane’s peetdochter is, ze vraagt zich af waarom.
‘Komen jullie vanmiddag thee drinken in de post-shop? Ik maak graag nader kennis maar ik moet nu door, ik heb beloofd om op tijd voor de lunch terug te zijn.’
Na de toezegging van Dough, steekt ze haar hand op en zet er stevig de pas in.

Dough en Marianne komen aan het einde van het strand.
‘We zijn bijna bij onze lunchplek. Even de berg over en dan kijken we prachtig uit naar het oude klooster op Beag, als het tij een keer laag is moet je daar zeker ook een keer naar toe lopen.’ Hij zet zijn voeten op een pad vol stenen dat in haar ogen amper breed genoeg is voor een schaap.
Dough kijkt om, zijn blik glijdt langs haar heen om te blijven rusten bij haar modieuze gympen en het liefst zou ze willen verdwijnen in de zee achter haar.
‘Je hebt geen goede wandelschoenen aan, zie ik. Zullen we anders hier lunchen?’ Hij komt terug en zet zijn rugzak neer bij een groep keien aan de voet van de berg.
‘Sorry,’ zegt ze.
‘Ben je mal. Ik had moeten zeggen dat je stevige wandelschoenen moest aantrekken. Bovendien is dit ook een prachtig plekje.

‘Wat vind je tot nu toe van mijn eiland?’ Dough reikt Marianne een dikke sandwich aan. Ze neemt snel een hap om zichzelf tijd te gunnen een antwoord te vinden.
‘Het is mooi,’ zegt ze neutraal, ‘zo heel anders dan alle andere eilanden die ik gezien heb.’
‘Wat vond je van het dorp?’
Dorp? Die paar huisjes bij de haven? ‘Heel pittoresk en alles stond zo mooi in de verf.’
‘Wat goed dat dat je opviel. We zijn het eiland aan het opknappen. Een nieuwe boost om het aan te passen aan de huidige tijd. Zag je de schuur bij de haven? Daar maken we een café van.’ Zijn gezicht straalt zoals ze het sinds het overlijden van zijn vrouw niet meer heeft gezien. Vol vuur vertelt hij over wat hij en de eilandbewoners allemaal aan het doen zijn. Hij verhaalt over de plannen van de vrouwen om hun breisels te gaan verkopen, de ideeën om het hotel te moderniseren en zijn voornemen om de tuinen van zijn huis in oude glorie te herstellen.
‘Dat is veel werk. Hoelang ben je van plan hier te blijven?’
‘Hoe bedoel je? Dit is mijn thuis.’
Ze draait van hem weg en richt haar blik op de zee. Die wordt wazig en de sandwich die net nog zo lekker smaakte, is nu als zaagsel in haar mond.
‘Je was de meest fantastische Personal Assistant die ik mij had kunnen wensen.’ Zijn stem dringt door de mist in haar hoofd. ‘Zonder jouw hulp was het bedrijf nooit uitgegroeid tot wat het was. Daar blijf ik je eeuwig dankbaar voor. Maar …’ Hij zoekt naar woorden en ze wil hem zeggen dat dat niet hoeft, dat ze het begrijpt en dat ze wenste dat ze hier nooit naar toe was gegaan.
‘Dit is mijn leven, hier hoor ik thuis.’
‘Ik zou het niet kunnen, hier wonen.’ Eindelijk lukt het haar om iets te zeggen.
‘Nee, jij hoort in Nederland. Net als Nellie.’ Een moment hangt de naam van zijn overleden vrouw zwaar tussen hen in. Hij staat op en stopt de overblijfselen van hun lunch in de rugzak. ‘Ga je mee? Dan gaan we die kop thee halen die Shauna ons beloofde.’

De weg terug leggen ze zwijgend af in een wereld die ze alleen delen met een enkel schaap dat vanuit de bergen het strand op dribbelt en de vogels in de lucht. Gaandeweg beginnen Mariannes bovenbenen te trillen en de knokkels van haar voeten te schrijnen. Het is een opluchting als ze het dorp inlopen en Dough de deur van de post-shop opent, ze kan zich niks meer goddelijker voorstellen dan een stoel en een kop hete thee.
Achter de toonbank kijkt Jane op. Haar aandacht gaat naar Dough en het is of de lucht tussen hen siddert van verwachting. Als een overtollig aanhangsel laat Marianne zich zwaar op de dichtstbijzijnde stoel zakken. Het beloofd een lange week te worden voordat ze met de vrijdagferry weg kan van hier.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

6 reacties

  1. Ben op 18 oktober 2020 om 09:54

    Ja, nou ben ik helemaal verloren. Ik kan niet meer wachten tot volgende week. Wat bouw je de spanning toch op. Effe koffie nu….

  2. Bep op 18 oktober 2020 om 10:35

    Ik zou mee willen wandelen door de bergen en het strand, mee beleven wat zij beleven,
    Ik zou nu het liefste dóór willen lezen tot het einde toe!
    Geweldig Marceline! Fijne zondag.

  3. Thole op 18 oktober 2020 om 10:57

    Je componeert met woorden waarbij er filmische beelden ontstaan. De basis voor een HBO-serie maar dan met betere teksten.

  4. Marceline de Waard op 18 oktober 2020 om 11:37

    Wat een hartverwarmende reacties allemaal. Bep, Ben en Thole: dank jullie wel 🙂

  5. Jenny op 18 oktober 2020 om 15:02

    Wat heerlijk….ik zit zelf midden op het eiland.

    • Marceline de Waard op 18 oktober 2020 om 17:11

      Wat heerlijk, jenny! dank je wel.

Laat een reactie achter