OVERWERK

Er ligt een briefje in mijn locker. Mijn hart mist een slag. Hoe weet hij de code? Ik klem de papieren die ik erin wilde leggen tegen mijn borst en pak het eruit. Mijn handen beven en ook het briefje:
Je hebt een lekker kontje in die broek, maar ik zie toch liever je benen onder een rokje.

‘Is er wat?’ Mijn collega sluit haar locker.
‘Hoezo?’ Ik leg mijn spullen weg, verfrommel het briefje en volg haar naar de lift.
‘Je ziet zo wit en je bent steeds zo stil.’ Ze drukt op de knop voor de parkeergarage.
Achter haar rug gooi ik het briefje weg. Het begon zo leuk. Af en toe een gedichtje in mijn lunchtrommeltje of op mijn bureau. Het streelde mijn ego en ik hield het geheim. Nu de toon omslaat, durf ik het niemand te vertellen.

De volgende ochtend zijn mijn handen klam als ik mijn locker opendoe. Alleen de spullen die ik er gisteravond inlegde, tref ik aan. Langzaam laat ik mijn adem ontsnappen. Ik ga aan het werk. Hoe druk het ook is, de hele dag zeurt de gedachte aan een nieuw briefje in mijn achterhoofd. Voor ik naar huis ga tel ik tot tien voordat ik de locker openmaak. Leeg. Zo ook de volgende dag. Als ik ook de weken erna geen briefje meer vind, neem ik aan dat hij ermee opgehouden is. Op het moment dat mijn alertheid verdwenen is, houd ik een briefje in mijn handen dat ik zojuist op mijn bureau vond. Mijn vingers trillen zo dat ik het haast niet opengevouwen krijg. Eindelijk lukt het en ik lees:
Heerlijk dat opgestoken haar. Vanavond in de parkeergarage zal ik een voor een de spelden eruit trekken.
Mijn handen worden klam, mijn mond droog. Vanavond moet ik overwerken. Hoe weet hij dat? Mijn ogen speuren de kantoortuin af. Mijn collega’s gedragen zich zoals altijd.

De avondvergadering is voorbij en de zenuwen die ik de hele dag wegduwde, komen in volle hevigheid terug. Op mijn baas en mijzelf na is iedereen al naar huis. Ik leg mijn spullen in mijn locker. Er is geen ontkomen meer aan, ik moet gaan. Ik loop terug om mijn jas te pakken en speel met de gedachte de bus te nemen. Geen goed idee, ’s avonds is deze kantoorwijk uitgestorven en naar de bushalte is het een paar straten lopen.
‘Vind jij parkeergarages ’s avonds ook zo unheimisch?’ Mijn baas onderbreekt mijn gedachte. Ze pakt haar jas van de kapstok.
‘Zeker.’ De spanning in mij is gelijk een stuk minder.
‘Zullen we dan samen onze auto’s ophalen?’ Ze beantwoordt mijn glimlach.

We nemen de lift naar de parkeergarage. Op onze auto’s na is hij leeg. Haar auto staat vlakbij die van mij. Het geklik van onze hakken doorbreekt de stilte. Zonder dat er wat gebeurt komen we veilig bij onze auto’s.
‘Tot morgen.’ Ik open mijn portier en de laatste spanning vloeit weg. Er kriebelt iets in mijn nek. Het is haar hand die een speld uit mijn haar trekt.

Uit: Schandalig en ander zondagverhalen


Inmiddels is mijn nieuwe roman ‘Nevels’ ook verkrijgbaar als e-book. Ook is het te lezen met een Kobo-plus abonnement. De paperback is nog steeds bij iedere (online)  boekwinkel verkrijgbaar, een gesigneerd exemplaar bestel je hier.
Wil je weten wat anderen van Nevels vinden? Neem dan een kijkje op mijn recensiepagina.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

4 reacties

  1. Ben op 21 januari 2024 om 08:45

    Daar is ‘ie weer, de verrassende Marceline-twist! Mooi hoe je speelt met hoe we denken dat het zal gaan en dat het toch anders is.

    • Marceline de Waard op 21 januari 2024 om 14:43

      Leuk, Ben! Dankjewel.

  2. Karin op 21 januari 2024 om 20:26

    Haha geweldig! Die had ik niet zien aankomen👍🏻

    • Marceline de Waard op 21 januari 2024 om 21:33

      Fijn, Karin! Dat was de bedoeling. 🙂

Laat een reactie achter