‘Doughie komt thuis.’ Coiras wangen blozen zo dat ze geen dag ouder lijkt dan haar kleindochter die iedere zaterdag aan haar hand meekomt naar Jane’s winkel.
‘Wie is Doughie?’ Jane woont nu ruim twintig jaar op het eiland en was er van overtuigd dat zij iedereen kende.
‘De zoon van Big Mac, dat weet je toch wel?’
‘Jullie hebben het nooit over Big’s zoon gehad.’
‘Ach, ik vergeet steeds dat je eigenlijk niet van hier bent.’
Het eenzame gevoel van er niet bij horen steekt na tijden weer de kop op. De afgelopen jaren kreeg ze het idee dat ze door de bewoners van het afgelegen Hebrideneiland eindelijk geaccepteerd werd als één van hen. De woorden van haar beste vriendin vagen de warmte die dit gaf, in één veeg weg.
‘Doughie was een opstandige tiener. Op zijn achttiende vertrok hij naar de zoveelste ruzie met zijn vader en kwam nooit meer terug.’
‘Waar ging hij heen?’
‘Niemand heeft ooit meer wat van hem gehoord. Kom anders vanavond naar de vrouwenavond. Deze week is het bij mij. Nu kwam ik eigenlijk alleen even voor een blik gepelde tomaten.’
Terwijl ze het gevraagde blik van de plank pakt en de prijs aanslaat op de kassa denkt ze na over Coira’s vraag. Ze is niet zo dol op de wekelijkse vrouwenavond waar het voornamelijk over recepten, breipatronen en de kinderen gaat. Aan de andere kant heeft ze zich op deze manier natuurlijk ook zelf een beetje tot buitenbeentje gemaakt, bovendien is ze razend nieuwsgierig naar de mysterieuze zoon van Big Mac, de Laird die volgens een eeuwenoud systeem de bezitter van het eiland is en hun aller pachtbaas. ‘Dat lijkt mij gezellig, zal ik koekjes meenemen?’

‘Na het vertrek van Doughie is Big Mac nooit meer de oude geworden.’
‘Het was al eerder, na de dood van zijn vrouw.’
‘Zij hield inderdaad de harmonie in het gezin.’
‘Wat een drama was dat. Zo’n mooie, lieve vrouw en dan die vreselijke ziekte.’
‘Ze had ook eerder naar de dokter moeten gaan, dan was het allemaal niet zo uitgezaaid.’
‘Ik zie ze nog staan bij haar graf. Big Mac was minstens tien centimeter gekrompen en die arme jongen, geen land viel er daarna meer met hem te bezeilen.’
Klierend met een draadje dat maar niet door de oog van haar naald wil, luistert Jane naar de verhalen van de vrouwen over Big Mac en zijn zoon. Ondertussen is het of de wol op de pennen in hun handen moeiteloos groeit tot sokken en truien. Jaloersmakend vindt ze het, haar lukt het amper om losgeraakte knopen terug te zetten op haar vest.
‘Geef maar hier.’ Coira legt haar breiwerk neer en pakt de naald en draad uit Jane’s handen. ‘Je moet het dubbelvouwen. Kijk, zo.’ Onder haar vaardige vingers glijdt het garen door het oog en ietwat gegeneerd neemt Jane haar naald terug. ‘Hoe weten jullie dat hij terugkomt?’
‘Van de notaris natuurlijk, die heb je toch wel gezien?’ Kyra klinkt of ze het tegen een achtergebleven kind heeft en Jane buigt zich dieper over haar verstelwerk. Hoe had ze hem kunnen missen? De grijze man in het stijve pak, zo misplaatst als een bontmutus op een schapenkop. Hij kwam haar winkel binnen en met een schok ging ze terug naar de tijd dat ze op het vasteland in een pub de advertentie voor een zetbaas voor de post – shop op het eiland zag. Dit was de man waarbij ze het contract tekende en paniek vulde haar borst: hij zou toch niet gekomen zijn om het te beëindigen? ‘Wat doet ú hier?’ De vraag ontglipte haar spontaan.
‘Ik had een afspraak op het eiland en ik wil nog wat chocola voor de terugvaart,’ antwoorde hij.
Opgelucht dat haar leven hier niet werd bedreigd zocht ze verder niks achter zijn bezoek.

‘En in deze situatie, moet hij ook wel terugkomen.’
Deze situatie? Met een ruk kijkt ze op.
‘De notaris komt niet zomaar van het vasteland, net zomin als de dokter,’ zegt Finola als reactie op de vraagtekens op Jane’s gezicht. ‘Big Mac heeft niet lang meer. We bidden dat de jonge Mac op tijd is om afscheid te nemen van zijn vader.’

‘Kom je volgende week weer? Dan is het bij mij en niemand bakt zulke lekkere koekjes als jij.’
‘Niet alleen voor je koekjes. Let maar niet op Kyra, zij is een onverbeterlijke snoepkous,’ zegt Coira. ‘Het was echt gezellig dat je er was en als je komt leer ik je eindelijk breien. Jij bent echt aan een nieuw vest toe.’
Jane knikt ja, op zoveel hartelijkheid kan ze geen nee zeggen hoewel ze er niet naar uit ziet om te gaan breien. Geef haar maar een boek en een knappend haardvuur waarvoor ze zich kan opkrullen.
Ze steekt haar hand op naar de andere vrouwen. Hun stemmen sterven weg als ze teruglopen naar hun cottages die in het maanlicht als uitgestrooide parels langs de bergrand oplichten. Ze
loopt de andere kant op naar haar bescheiden huis aan de nadere kant van de kleine vissershaven en de stilte van de naderende nacht streelt haar oren. Haar gedachten dwalen naar het gepraat van de vrouwen, ze kan haast niet geloven dat het zo slecht met Big Mac gaat en vervloekt zichzelf dat ze zo weinig aandacht heeft besteed aan het eilandleven.

Uit de schuur bij de haven komt geroezemoes. De vrouwenavond is ook de mannenavond en in de schuur hebben zij een geïmproviseerde bar waar ze het door Finola’s man gebrouwen bier drinken. Zouden zij het ook over de toekomst van hun eiland hebben gehad? Volgens Kyra hopen een aantal van hen dat na zijn dood de rechten van de Laird aan de eilanders vervallen. Hoe dat werkt werd Jane niet duidelijk, wel begreep ze dat dit op één van de kleine eilanden verder naar het zuiden ook is gebeurd. Daar hebben de bewoners alles opgeknapt en het is nu een geliefde vakantiebestemming. Een wolk schuift voor de maan en de sterren, het is alsof de rust en vrede die ze hier vond, wordt verdreven. Zelfs het bezoek uit het verleden een paar maanden terug voelde niet zo bedreigend. Er fladdert iets langs haar wang en in haar poging een kreet van schrik binnen te houden, struikelt ze. Moeizaam komt ze overeind en met haar armen om haar schrijnende knieën wacht ze zittend tot de maan weer achter de wolken tevoorschijn komt in de hoop dat deze het gevoel van naderend onheil kan laten verdwijnen. Tevergeefs, grote druppels vallen op haar neer. Ze staat op en schuifelt de laatste paar honderd meter naar huis. De zekerheid dat alles gaat veranderen, klemt zich angstig vast in haar borst.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

4 reacties

  1. Ben op 13 september 2020 om 09:22

    Ja, en als je dan zelf op een eiland bent, dan komt het verhaal nog dichterbij. Mooi deze, de sfeer, de mensen en dat wat er boven hun hoofd hangt, spanning. Een mooie interlude waardoor het nog meer doet verlangen naar het vervolg….. En natuurlijk heel fijn als Jane ook weer voorbij komt. Alles heeft altijd met alles te maken!

    • Marceline de Waard op 13 september 2020 om 22:06

      Fijn dat je het mooi vond, Ben! Een fijne tijd nog op het eiland waar jij verblijft.

  2. Bep op 13 september 2020 om 14:06

    Ik proef de sfeer tijdens het lezen, voel ook een gevoel van angst en spanning. Echt heel goed geschreven en ik kijk uit naar het vervolg……zal de zoon nog op tijd zijn, voordat zijn vader overlijdt?

    • Marceline de Waard op 13 september 2020 om 22:07

      Dank voor je complimenten, Bep. Dat is een hele goede vraag, volgende week weten we het.

Laat een reactie achter