MOEDER AARDE

‘Waarom ben je hier?’ Groene ogen priemen in de mijne. De roodharige vrouw kijkt voor mijn gevoel recht in mijn ziel en ik sla mijn ogen neer.
‘Ik las over jullie orde van de Ierse elfen, over het thuiskomen bij de werkelijkheid en je ware zelf. Het sprak mij erg aan.’
‘Kijk mij aan.’
Gehoorzaam kijk ik op.
‘Hier kan je geen geheimen hebben. Het is belangrijk dat je alles met ons deelt. Wat er gebeurd is en wat je drijft. Vooral waarom je hierheen kwam is erg belangrijk.’
Het is of ze geheimen ziet waar ik zelf het bestaan niet van ken, in een poging aan haar doordringende blik te ontsnappen schuif ik onrustig heen en weer.
‘Vannacht mag je hier blijven.’
Zonder haar blik van mij los te maken, haalt ze een sleutel uit de la van het bureau waaraan ze zit. ‘Morgenochtend heb je een gesprek met Moeder Aarde, zij bepaalt of we je hier opnemen.’ Ze staat op. ‘Loop je mee? Ik breng je naar je kamer.’

Ik friemel tussen het setje schone kleren in mijn rugzak en haal mijn kostbaarste bezit tevoorschijn.
Mijn moeder en ik als baby bij haar op schoot, ik zet het fotolijstje met daarin de foto van ons op het nachtkasje. Niet lang na het nemen van dit plaatje verdween ze. Niemand wist waarheen of waarom. Ze is nooit gevonden en heeft nooit meer wat van zich laten horen.
‘Waarom ging je weg?’ Ik kan mij niet herinneren hoe vaak ik deze vraag fluisterde, ook dit keer komt er geen antwoord.
Met mijn wijsvinger volg ik de rand van haar gezicht naar de hanger die boven mijn hoofdje hangt, een paars-groen gemarmerd hart.
De kleuren doen mij denken aan de rit hiernaartoe. Een slingerende weg door heuvels in dezelfde tinten. Hei en mos, het maakte me rustig.
Het moment dat ik dit eenvoudige witte gebouw zag, kreeg ik het gevoel dat hier de bestemming ligt waar ik mijn hele leven al naar zoek.
Ik til de lakens van het smalle bed op en kruip eronder. De kamer is klein, de muren zijn wit en kaal.
Net een cel en toch voelt het prettig. Misschien komt dat door het geruis en de geur van de zee die door een raamkier naar binnen stromen.
Waarvoor kom je hier? De vraag van de vrouw met de groene ogen en het rode haar, dringt zich aan mij op.
Wat ik tegen haar zei over deze orde van de Ierse elfen was waar, al was het niet de hele waarheid. Hoeveel kerken, sektes en orden heb ik in mijn leven al niet bezocht?
De laatste therapeut die ik had, zei dat ik rusteloos ben doordat mijn moeder mij als baby achterliet. Ik vind het teveel een damesbladentheorie. Volgens mij heeft het met erfelijkheid te maken en stel mij zo voor dat mijn moeder dezelfde gejaagdheid ervaarde, die ik ook voel.
Ik knip het licht uit en trek de lakens omhoog. Wat zal Moeder Aarde voor iemand zijn? Ik hoop dat ik mag blijven.

De volgende ochtend schittert de zee groenblauw in de zon. De paars-groene heuvels steken er imposant bij af. De lucht ruikt fris en nieuw en een verwachtingsvolle blijdschap vertelt mij dat er iets bijzonders staat te gebeuren.
Ik laat het gordijn voor mijn raam terugvallen en ga naar de zaal waarvan mij gisteravond werd verteld, dat ik mij er moest melden voor het ontbijt. Tot mijn verbazing is hij leeg.
‘Wij staan altijd met zonsopgang op.’ De stem van de groen-rode vrouw komt uit het niets.
Hoe zou ze eigenlijk heten?
‘Heb je lekker geslapen? Ik haal je ontbijt.’
Voor ik mijn vragen kan stellen is ze weg. Ik ga zitten en een paar minuten later zet ze een blad neer met een kom yoghurt, granen, fruit en een beker sterke thee met melk. Opnieuw laat zij me alleen. Door een leeg gat op de plek waar mijn maag hoort te zitten, besef ik dat ik bijna een etmaal niet heb gegeten.

Ik neem het laatste stuk appel en of ze erop stond te wachten, is de vrouw er weer. ‘Ga je mee?’

Een lange gang met aan het eind een grote houten deur. Ze legt haar hand op de klink en draait zich naar me toe.
‘In het midden van de kamer ligt een kussen. Daar kniel je en wacht tot Moeder Aarde zo ver is.’
Ze duwt de deur open en ik stap naar binnen.
Aan de andere kant van de langwerpige kamer staat een vrouw met haar rug naar me toe. Haar witte haar golft tot aan haar middel. Voor haar is een Keltisch kruis en haar armen wijzen in een V naar de lucht. Ik ga op mijn knieën op het groene kussen zitten.
Achter mij valt de deur in het slot.
Moeder Aarde laat haar armen zakken en draait zich om. Een ketting met daaraan een paars-groen gemarmerde hanger in de vorm van een hart hangt om haar hals.
De belofte toen ik las over de orde van de Ierse elfen, de rust die over mij heen daalde bij mijn aankomst gisteren, opnieuw ervaar ik het gevoel thuis te komen.
Mijn laatste restje rusteloosheid verdwijnt, ervoor in de plaats komt warmte en een diep gevoel van mijn wezenlijke zijn.
Twee amberkleurige ogen waarvan de buitenste ooghoeken iets omhoog wijzen, kijken me aan. Het is of ik naar mijzelf in een spiegel kijk.

—-

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

6 reacties

  1. Jenny op 8 mei 2022 om 11:17

    Apart, maar gevoelig

    • Marceline de Waard op 8 mei 2022 om 21:51

      Dank je wel, Jenny!

  2. Ben op 8 mei 2022 om 11:25

    Het blijft mooi en ontroerend hoe je eigenlijk in een paar zinnen de last van het bestaan van de vrouw weet te treffen en hoe haar bestemming wordt bereikt. Een contemplatief begin van deze zondagochtend…..

    • Marceline de Waard op 8 mei 2022 om 21:52

      Wat een mooie woorden, Ben. Dank je wel!

  3. Bep op 9 mei 2022 om 00:28

    Zo gevoelig, vol emoties en ik voel , net als haar, de rust in me komen.
    Ik heb je verhaal al meerdere keren gelezen en elke keer voel ik dezelfde rust in me komen. Dankjewel Marceline!
    Fijne week gewenst!

    • Marceline de Waard op 9 mei 2022 om 21:45

      Wat prachtig, Bep, dat dit verhaal dat bij je losmaakte. Dank dat je het me laat weten.

Laat een reactie achter