MIDZOMERNACHT

Elk jaar komt Nigel naar Orkney voor het Midsummer Artsfestival en elk jaar vraagt hij of ik met hem mee terug ga. Overmorgen is de opening en morgenmiddag komt hij met de ferry aan.
Tegenover mij schuift Julius met zijn ellebogen op tafel zijn puree en worstjes naar binnen. De aanblik verdrijft het beetje trek dat ik heb en ik gooi mijn portie in de vuilnisbak. Als hij eet, ontgaat hem alles; een preek over verspilling blijft mij bespaard.
Aan de andere kant van het keukenraam maken de vrijwilligers plezier bij de archeologische opgraving . De paar jaar dat Julius hier de opgraving zou leiden zijn er nu bijna twintig geworden. Het oranjegeel van de avondzon geeft de harde stenen een zachte gloed. Zenuwen nemen bezit van mijn lijf.

De dagen erna groeien de zenuwachtige gevoelens verder uit en op midzomeravond is het of ik uit elkaar spat als ik niet íets doe tegen de druk die Nigel de afgelopen dagen steeds meer op mij legt. Julius is buiten. Samen met de vrijwilligers bereidt hij de zonnewendeviering voor die vannacht bij de stenencirkel plaatsvindt. Ik leg een briefje neer voordat ik wegrijd in de jeep.

In een impuls sla ik de weg naar de noordwestelijke punt in. Naar Brough Head in plaats van naar Nigel in de stad zoals ik van plan was. Orkney ligt er verlaten bij. Het landschap is magisch. Hoe zou het hier geweest zou zijn ten tijde van de oude Kelten? Orkney ligt vol met de archeologische resten uit hun tijd en het vieren van de zonnewende is nog een overblijfsel van hun cultuur. Zij geloofden dat op midzomeravond de sluier tussen onze wereld en die van de elfen verdween. En als ik zo het zonlicht over het groenbruine landschap zie glijden, geloof ik bijna dat ze gelijk hebben.

Bij Brough Head parkeer ik aan het eind van de weg. Het is eb, waardoor het pad naar het kleine eiland bij de punt niet onder water staat.
Op het eiland ga ik met mijn rug tegen de oude vuurtoren zitten. Ik sluit mijn ogen en de onrust vloeit weg. Als ik mijn ogen weer open, kleurt de hemel langzaam van geel naar oranje en wordt roze. Met de spanning van een kind dat weet dat er iets bijzonders gaat gebeuren, ga ik zo recht mogelijk zitten, mijn zintuigen staan op scherp. Elfen verschijnen, het is alsof ik droom en toch weer niet. Ik laat mij meevoeren en blijdschap bevangt mij als ik het tafereel herken.
Het was de dag voor het begin van het Midsummer Artsfestival. Ik hielp die avond met de bediening in de pub van vrienden. De vlinders van die tijd vinden opnieuw een plekje in mijn buik. De week die volgde was een van de mooiste van mijn leven. Ik geef mij over aan het geluksgevoel die de beelden en de vlinders oproepen. Het duurt kort, de elfen nemen mij mee naar de volgende scene.

Nu herken ik de hotelkamer van Nigel waar ik hem de afgelopen drie dagen opzocht en waar ik mij verloor in een hartstocht die steeds minder zegt. De vlinders verdwijnen en nemen het geluksgevoel mee,. Ik probeer de boodschap te bevatten maar de elfen nemen een sprong in de tijd en dansen door. Zij nemen mij mee naar de opgraving. De plek waar ik mij al twintig jaar verlies in een huwelijk dat steeds leger wordt.

‘‘Ik wil het niet, ik heb het nooit gewild. Dat weet je.’ Julius ogen schieten vuur.
‘Maar als ik het nu graag wil. Ik zal er voor zorgen, je zal er geen last van hebben. Alsjeblieft?’ Ik probeer hem te overreden met mijn liefste glimlach.
‘Nee. Hoor je me? Nee, nee, nee en nog eens nee. Als je zo nodig kinderen wilt, rot je maar op. Zoek daarvoor maar een andere gek.’ Hij loopt de kamer uit en knalt de deur dicht. De jeep start en grind spat op als hij vol gas wegrijdt. Ik ga aan de eettafel zitten met mijn hoofd in mijn handen, druppels vallen op het tafelblad.

Het is nu zo’n tien jaar geleden en nog steeds schrijnt het alsof het gisteren was. Daar zit ik dan. In het donker. Alles wat ik nog heb is een ter ziele gegane relatie en een doodgebloede affaire. Ik haal mijn neus op en veeg met mijn mouw over mijn wangen.
Het schemerduister verdiept zich tot haar donkerste tint. De elfen maken zich opnieuw op en gaan nu ver terug in de tijd. Hun ballet is duister, ik probeer te duiden wat ik zie. Met een schok besef ik dat ik naar mijn vader en moeder kijk en de geboorte van mijzelf.

‘Gefeliciteerd! Een meisje.’ De vroedvrouw legt mij in mijn moeders armen. Ze kijkt naar mij. Boven haar hoofd beginnen zwarte elfen een nieuw ballet. Ik herken mijn moeder van oude foto’s van haar als meisje. Een elf die op mijn oma lijkt laat een stok op haar rug neerkomen. Geschokt sla ik mijn handen voor mijn mond..
Mijn moeder strekt haar armen met de baby naar haar stralende echtgenoot uit. ‘Jouw dochter.’
Mijn vader pakt mij aan. Zijn ogen glinsteren vol liefde naar mij.

Mijn hart bedaart. De moeizame relatie met mijn moeder en de keuzes die ik in mijn leven maakte. De donkerste schemering trekt weg en het volgende tafereel ontrolt zich.

‘Je kan mij niet meer dwingen. Ik ben nu achttien, volwassen. Ik kan gaan waar ik maar wil.’ Mijn kin steekt naar voren naar mijn moeder.
‘Kind, waar wil je heen. Jij kan niks en niemand wil je hebben.’
‘Oh, nee? Ik ga met Julius mee naar Schotland. Hij houdt van mij en heeft beloofd voor mij te zorgen.’
‘Julius? Dat waardeloze sujet? Die man gaat je alleen maar ellende brengen. Is dat mijn dank voor al die jaren dat ik voor je gezorgd heb?’ Mijn moeder houdt haar gezicht vlak voor dat van mij en speeksel spettert op mijn gezicht.
Ik doe een stap naar achteren. ‘Gezorgd? Gezorgd? Je hebt mij altijd alleen maar klein gehouden en belachelijk gemaakt.’
Mijn vader gaat achter mijn moeder staan. ‘Toe, doe dit nou niet. Je krijgt er spijt van en je doet je moeder verdriet.’ Hij komt achter mijn moeder vandaan en probeert zijn arm om mij heen te slaan.
Ik duw hem weg. ‘Blijf van mij af.’ Ik slinger mijn weekendtas over mijn schouder. Ik zie zijn ogen glanzen en zijn blik raakt mij diep in mijn ziel. Ik ben bang dat als ik nu niet snel wegga ik mij bedenk en mij in de armen van mijn vader stort.

Mijn lichaam voelt zwaar, het beeld van mijn vader die mij tegen probeerde te houden, wil maar niet verdwijnen. Een voor een omhelzen de elfen mij en kussen me gedag.
Langzaam verdwijnt het schemerduister en een zachte bries droogt mijn gezicht, hier zal ik niet vinden wat ik mijn hele leven zo wanhopig zoek.
Als de zon opkomt, sta ik op en straal naar haar terug. Een nieuwe dag breekt aan.

‘Waar hing jij uit? Hoe kon je mij zomaar alleen laten tijdens de zonnewende?’
‘Ik was naar Brough Head en vergeten wanneer het vloed werd.’
‘Midden in de nacht? Waar zit jouw verstand? Wat ben je toch een egoïstisch kreng!’
Rustig stap ik uit en sluit de jeep af. ‘Ik ga straks trouwens niet mee.’
‘Wat jij wil.’ Hij beent weg naar de opgraving. Ik kijk hem na, hij is nog steeds een knappe man. Twee vrijwilligsters snellen op hem af. Iets in hun houding doet mij denken aan mijzelf twintig jaar geleden. Julius slaat zijn armen om hen heen. Het doet mij niets meer.
Hij stapt in de auto bij de vrijwilligers zodat hij zich niet in hoeft te houden met bier drinken.
Op onze slaapkamer stop ik mijn persoonlijke bezittingen in een rugzak. Achter uit de kledingkast pak ik de duizend pond voor noodgevallen die daar al jaren ligt.

Aan het eind van de ochtend rijd ik naar St Margaret’s Hope. De lucht is blauw en gaat bijna naadloos over in het blauw van de zee, het groen van het land steekt er scherp bij af.
In St Margaret’s Hope laat ik de auto met de sleutels in het contactslot achter. Ik loop de pier af naar de ferryterminal. Het water kabbelt, zeemeeuwen krijsen en verderop hippen drie scholeksters op hun vrolijke rode pootjes rond. Eentje vliegt er weg.

***
Uit: Schandalig en andere zondagverhalen


Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

7 reacties

  1. Ben op 20 november 2022 om 09:28

    Ah, wat een feest om dit verhaal uit je eerste bundel weer te lezen! Zo fijn beschreven hoe de elven het innerlijke proces van weggaan op weg helpen en hoe sterk de innerlijke kracht daartoe zich manifesteert. Ik ga “Schandalig” er nog eens bij pakken vandaag!

    • Marceline de Waard op 20 november 2022 om 17:21

      Wat leuk, Ben 🙂 Dank je wel!

  2. Jenny Brands op 20 november 2022 om 10:13

    Wat heerlijk weer! Ik laat me graag weer verrassen op de zondag door jou prachtig geschreven verhalen.
    Ik zou graag willen dat ik zo’n gave had.

    • Marceline de Waard op 20 november 2022 om 17:22

      Wat fijn, Jenny! Dank voor je prachtige compliment.

    • Bep van Vlijmen-van Dijk op 23 november 2022 om 01:28

      Wat een heerlijk verhaal weer, Marceline, het was of ik erbij was! Ik kon het nu pas lezen, problemen met internet😐
      Fijne week verder en tot zondag.

  3. Nelleke S op 20 november 2022 om 11:42

    Mooi! Duren alleen altijd veel te kort….

  4. Marceline de Waard op 20 november 2022 om 17:23

    Dank je wel, Nelleke. Tja, dat korte: dat is het kenmerk van het zondagverhaal. Gelukkig zijn er ook mijn boeken nog voor wie meer wil. 😉

Laat een reactie achter