MARLOES SCHEL

Sinds februari 2017 plaats ik iedere zondag een nieuw verhaal. Het is een mooi podium voor mijn schrijverschap geworden. Ook deze zomer deel ik het met plezier met andere schrijvers. Enthousiast stuurden zij in voor mijn wedstrijd ‘Eilanders’, een thema ontleend aan de setting van mijn laatste boek ‘Terugkeer, een Schotse eilandnovelle’. De komende weken lezen jullie hier in willekeurige volgorde de verhalen die ik het mooist/best/aansprekends vond.
Op een eiland is het soms net of iedereen met elkaar is verbonden, of je dat nu leuk vindt of niet. Het fenomeen dat je soms spoken ziet waar ze niet zijn, is velen wel bekend. Samen vormen ze een speels, lief verhaal.

FAMILIE – MARLOES SCHEL

Maandag
‘Hier moet het ergens zijn.’ Mijn vriendin kijkt zoekend om zich heen.
‘Zullen we anders even op dat bankje gaan zitten? Bij het beeld van Ritske?’ Ik wijs naar het bronzen beeld van een oud vrouwtje met een wandelstok.
Corine kijkt op. ‘Ritske?’
Ik had kunnen weten dat dat haar niets zou zeggen. Mijn liefde voor legenden, mythen en sagen is er een die mijn beste vriendin niet deelt. ‘Dit is het beeld van Ritske Mooi, een bekende jutster van Ameland. Omstreden, omdat ze bewust schepen op de kust liet stranden. Op een dag vond ze haar eigen omgekomen zoon Sjoerd op een gestrand schip. Uit wanhoop stortte ze zich in zee. Zeelieden vertellen dat ze bij zware stormen nog steeds haar gedaante zien en haar nog altijd klagend horen roepen om haar zoon, Sjoeoeoerd!!!’
Corine kijkt me hoofdschuddend aan.
‘Kijk, ik denk dat het daar is!’ Ze wijst naar een huis schuin achter het beeld.
Er hangt een uithangbordje aan de muur met daarop de afbeelding van een lepelaar. We lopen langzaam het tuinpad op richting het huis. Voor het raam staat een bordje met ‘kamers vrij’. Dit wordt ons verblijf de komende week, een heerlijk vooruitzicht. De stilte hier is anders dan thuis. In de verte krijst een meeuw.
Net wanneer ik wil aanbellen, vliegt de deur al open. Direct achter de deur staat een vrouwtje met een knotje, grijze rok en blouse en met een soort slofjes aan. Kleine kraaloogjes nemen ons op. Haar stem klinkt krasserig. ‘Ik ben mevrouw Lepelaar, welkom op Ameland. Jullie zijn deze week de enige gasten. Jullie kamer is boven, tweede deur aan de rechterkant.’
We rekenen af voor de hele week en willen net naar boven gaan, als ze voor ons komt staan.
‘Hoeveel broodjes eten jullie eigenlijk bij het ontbijt? En hoeveel plakken vleeswaren of kaas? Mijn vorige gasten waren zo hongerig. En ze gebruikten zoveel handdoeken, ik bleef maar wassen. Gebruiken jullie ook zoveel handdoeken? En willen jullie morgenochtend ook een ei? Ik heb zelf kippen.’
Eenmaal boven kunnen we ons niet meer inhouden en barsten in lachen uit. Er zijn vier kamers op de bovenverdieping. Onze kamer is heel sober ingericht. Aan de muur hangt een donker schilderij. De sfeer in de kamer is niet heel gezellig. Op ieder bed ligt een opgevouwen handdoek.

Dinsdag
‘s Ochtends brengt mevrouw Lepelaar ons ontbijt in de zitkamer beneden. Het bestaat uit wat fruit en heel kleine broodjes. Ze zet er een schaaltje naast met afgemeten plakjes kaas en vleeswaren.
‘U bent onze eieren vergeten, geloof ik.’
Mevrouw Lepelaar kijkt me aan met fijngeknepen oogjes. ‘De kippen hebben niet gelegd vanochtend.’
Ik vraag maar niet verder.
‘Wat gaan jullie deze week allemaal doen?’
Corine vertelt over onze plannen om het eiland te verkennen.
‘En we zijn hier voor een zoektocht,’ begin ik. ‘Mijn overgrootoma woonde op Ameland en we gaan proberen om haar oude huisje op te sporen, om te zien waar zij gewoond heeft. En kijken waar ze begraven ligt.’
Mevrouw Lepelaar veert op. Haar kleine oogjes schitteren. ‘Speuren en stambomen uitpluizen is mijn grootste hobby,’ kraait ze. ‘Ik kan jullie helpen, ik ken iedereen op dit eiland.’
Met een onbestemd gevoel neem ik een slokje van mijn inmiddels koude duindoornthee.

Woensdag
Mevrouw Lepelaar laat er geen gras over groeien en komt aan met een adres van een keramiekatelier. De eigenaresse kan ons vast verder helpen. We melden ons telefonisch aan voor een workshop ‘schapen kleien’ en vertrekken diezelfde middag nog naar Hollum.
Het atelier is gevestigd naast een oude melkfabriek. Ada, de eigenaresse, is vriendelijk en legt ons heel geduldig uit hoe we uit een homp klei een prachtig schaap kunnen creëren. Onze schaapjes worden geglazuurd en gebakken in een oventje.
We wachten met een kopje thee tot onze kunststukjes klaar zijn. Ondertussen vragen we haar naar het leven op Ameland en hoe het vroeger was. Ze kan ons er veel over vertellen. Ze geeft ons een gedetailleerde uitleg over het dorp en de straat waar we het huisje van mijn overgrootoma kunnen vinden.
‘Waar verblijven jullie eigenlijk?’
Corine kijkt me kort aan.
‘We hebben uw naam gekregen van mevrouw Lepelaar, uit Buren. We logeren in haar bed and breakfast.’
Ada zegt niets en kijkt ons aan met een meewarige blik.
Aan het eind van de middag staan we voor een modern huis. Het is de plek waar de oude boerderij van mijn overgrootoma heeft gestaan.

Donderdag
Voordat we vertrekken om te gaan wadlopen, leggen we een briefje neer voor mevrouw Lepelaar met het voorzichtige verzoek om schone handdoeken. We zullen vast niet schoon terugkomen.
’s Avonds gaan we uit eten in Nes. We vinden een schattig eetcafé, waar we buiten kunnen zitten. Er staan overal kaarsen en vuurschalen. We drinken witte wijn en lachen om alles.
Ineens gaat mijn telefoon over. Mevrouw Lepelaar. Ze heeft informatie en we moeten direct naar huis komen. Dat we dit voorlopig nog niet van plan zijn, stelt ze niet op prijs, want ze hangt op.
We komen heel laat en aangeschoten terug bij ons huisje, Corine duwt de deur zo zachtjes mogelijk open. In het halfduister zit mevrouw Lepelaar op een stoel in de hoek.
We schrikken ons wild als ze ineens opstaat.
‘Hier moeten jullie heen. Zij weet heel veel over oude begraafplaatsen.’
Ze duwt een papiertje in mijn hand met een naam en adres.
‘Ik had wel iets meer enthousiasme verwacht, ik doe dit allemaal voor jullie. En dan komen jullie nu pas thuis.’
Wanneer we de trap opgaan, klinkt haar krasserige stem nog van beneden. ‘Willen jullie morgen een ei?’

Vrijdag
We staan voor een woning naast een kleine kerk. Een stokoud vrouwtje doet open. Ze neemt ons mee naar een kamertje achter in het huis. Ze geeft mij een kaart van een oude begraafplaats in Nes.
Op die begraafplaats staan niet alle grafstenen meer, maar op haar kaart staat precies wie er ooit zijn begraven en waar. Op die manier kunnen we uitpuzzelen waar mijn overgrootoma begraven ligt.
Als we richting Nes willen gaan, pakt het vrouwtje mijn arm vast. ‘Mevrouw Lepelaar is een beetje vreemd. Blijf daar maar niet te lang.’

Zaterdag
Ik loop langs het kippenhok en schrik wanneer mevrouw Lepelaar ineens achter me staat.
‘Ik ben een goede gastvrouw. Iedereen krijgt hier van alles, maar niemand komt ooit terug. Ze drukt een boek in mijn handen.
Ik staar naar het lege gastenboek.
Is hier echt niemand anders geweest? Of zijn ze nooit weggekomen?
‘Sorry, we moeten echt beginnen met onze koffers inpakken,’ hakkel ik.

Zondag
De laatste ochtend in het huis van mevrouw Lepelaar breekt aan. Vandaag slaan we het ontbijt over. We sluipen stil de trap af en maken zacht de deur open. De sleutel leggen we op het kastje in de hal. We trekken de deur niet achter ons dicht, lopen direct richting het tuinpad. Wanneer we bij het tuinhekje zijn, klinkt achter ons een krassende stem. ‘Ik heb nog iets ontdekt! Jouw overgrootoma was via via verbonden met familie van mij! Dus eigenlijk zijn wij familie!’
Ik sla het tuinhek met een klap dicht en ren samen met Corine de straat uit. We hebben niet in het gastenboek geschreven.

OVER DE SCHRIJVER
Marloes Schel (1980) schrijft verhalen sinds haar kindertijd. Tegenwoordig is ze zelf moeder van twee jongens. Ondanks een druk gezinsleven is schrijven van (ultra)korte verhalen nooit ver weg geweest.
Schrijven Online heeft meerdere van haar verhalen geselecteerd als meest opvallend. Daarnaast zijn er verhalen verschenen in verschillende bundels, is haar verhaal ‘Thuiskomen’ opgenomen in het e-book ‘Verhalen van Verlangen’ en schreef zij de tekst voor een prentenboek. Ook schreef zij 40 krachtverhalen voor het Powervrouw magazine, eenmalig uitgegeven door portretfotografe Justa van Heertum.
Marloes schrijft graag over het alledaagse leven, maar heeft daarnaast een grote liefde voor fantasiewerelden en sprookjes. Haar schrijfstijl wordt omschreven als helder, beeldend en gevoelig.

LEZERSWINACTIE
Omdat het dit jaar vijf jaar geleden is dat ik voor het eerst een zondagverhaal plaatste, verschijnt er dit jaar een bijzondere bundel met daarin ondermeer deze dertien winnende verhalen. Als lezer kun je ook een plekje in deze Eilandersbundel krijgen en je maakt kans op een gratis exemplaar. Hoe je mee kan doen, lees je hier.
Wil je zeker weten dat je geen wedstrijdverhaal mist? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

4 reacties

  1. Jenny op 31 juli 2022 om 10:29

    Wat een ontdekking dat mevr Lepelaar ook nog familie van je zou kunnen zijn😱😱i
    Ik hoop maar dat er geen B&B Lepelaar is in Buren/Ameland, anders krijgen ze door dit verhaal geen gasten meer….ha ha.
    Leuk geschreven, ik kreeg het er “benauwd” van.
    Maar Buren/Ameland is zo vriendelijk❤️🍀🍀🍀

  2. Ben op 31 juli 2022 om 10:35

    Ach, die arme mevrouw Lepelaar toch…. Leuk en helder geschreven.

  3. Bep van Vlijmen-van Dijk op 31 juli 2022 om 17:15

    Wat een leuk geschreven verhaal, je zal in zo’n B&B terecht komen, moet er niet aan denken!
    Fijne week gewenst Marceline!

  4. Marceline de Waard op 31 juli 2022 om 21:13

    Je moet er inderdaad niet aan denken. Dank, Jenny, Bep en Ben, voor de reacties.

Laat een reactie achter