LEZENSWAARD MEI 2024

Mijn eerste boek van deze maand neemt je mee naar Drenthe. Veenhuizen om precies te zijn, wie er weleens is geweest, of het Pauperparadijs heeft gelezen, weet waarschijnlijk dat daar gezinnen, wezen, bedelaars en landlopers onder erbarmelijke omstandigheden en 24-uurs bewaking verbleven. De bedoeling was dat zij door dwangarbeid genezen werden van hun ingeboren luiheid en goede burgers werden. En dat onder de noemer Kolonie van Weldadigheid.
Patricia Snel schreef er de op ware feiten gebaseerde roman De vondeling van Veenhuizen over. Het verhaal speelt in de begintijd van de veenkolonie in 1824, toen er alleen wezen werden geplaatst. In die tijd was Nederland arm, er was hongersnood in de steden en mensen konden niet zorgen voor de kinderen van overleden familieleden. Die kinderen gingen naar weeshuizen. Maar ook moeders die niet de monden van al hun kinderen konden voeden, legde baby’s te vondeling. Ook al was dat verboden.

Het verhaal van De vondeling begint in Amsterdam, waar Karel en zijn zusje Lize opgroeien. Hun vader is timmerman, ze gaan naar school en hebben lieve ouders. Ze hebben het goed, totdat hun moeder overlijdt en hun vader gek wordt. Lize gaat in een dienstje, Karel is nog te jong om te werken maar de tante die voor hem zorgt kan hem niet onderhouden. Hij moet naar het weeshuis. De kolonie in Veenhuizen is dan net open en hij wordt daarheen gestuurd. Zijn zusje mag in haar dienstje blijven, maar omdat ze hun moeder op haar sterfbed hebben beloofd bij elkaar te blijven gaat ze met hem mee. Een onstuimige tocht over de Zuiderzee, nu het IJsselmeer volgt. En na een lange tocht op een trekschuit door het kanaal komen ze dan in Veenhuizen. En dat bleek vreselijk.

Het weeshuis bleek een groot gebouw rond een binnenplaats is. Aan de buitenkant lagen de woningen van het personeel. De slaapzalen van de kinderen lagen aan de binnenkant. Karel en Lize werden daar gescheiden: meisjes bij meisjes, jongens bij jongens. De slaapzalen waren overvol. Ze sliepen in hangmatten die boven elkaar aan de muur hingen. ’s Avonds gingen de tafels en stoelen aan de kant en werden ze boven elkaar in de hangmatten omhoog gelezen. Er was geen sanitair, de plas- en poepemmers stonden in de ruimte waar ze leefden. Het stonk, en er waren vreselijk ziektes. Overdag maakten ze lange dagen op het land en het eten was te weinig en slecht. En dit allemaal voor hun heropvoeding zodat ze later goede burgers zouden worden. Karel en Lize zoeken, net als andere kinderen natuurlijk een uitweg. En gaandeweg het verhaal wordt dat steeds spannender.

Een extra laagje in het verhaal, is het verhaal vanuit het perspectief van de directie. Die denken aan een kant echt dat ze iets goeds doen, aan de andere kant zie je ook hoe ze over de rug van de kinderen geld binnenhalen om hun werk en leven in stand te houden.
Het is een boek dat je steeds meer in de greep krijgt. Ik moest het gewoon uitlezen.

Ook met mijn tweede boek voor deze maand neem ik je mee terug in de tijd én naar het veen:
Fayne – Ann-Marie MacDonald
Een boek dat alles heeft. Het gaat over de positie van meisjes en vrouwen, over afstamming, erfrecht, gender en klasse. Het is, feministisch, historisch en modern tegelijk.

Fayne is een afgelegen moerasachtig landgoed in een niemandsland tussen Engeland en Schotland. Aan het einde van de achttiende eeuw woont Charlotte Bell daar met haar vader, de vijftiende Baron Bell en een handvol personeel. In de hal hangt een groot schilderij met haar moeder en oudere broertje. Haar moeder was een rijke Iers-Amerikaanse erfgename die is overleden bij Charlotte haar geboorte en haar broertje vlak daarna. Ze is erg op zichzelf en hoogst intelligent. Van de oude stalknecht leert ze alle geheimen van het veen. Maar als ze ouder wordt verlangt ze naar meer kennis. Tegen alle conventies van die tijd in, huurt haar vader een privéleraar in. Charlotte bloeit op, maar op het moment dat ze voor het eerst ongesteld wordt, is de huisleraar van de ene op de andere dag verdwenen. Charlotte begrijpt er niks van. Ook niet omdat ze opeens jurken moet gaan dragen. Met korsetten en al die haar vrijheid beperkten. En als klap op de vuurpijl werd ze ook nog naar haar strenge tante in Edinburgh gestuurd om een dame te worden.
Rond dat moment gaat het verhaal terug in de tijd, naar de periode dat haar vader haar moeder in Italië ontmoette. Hij had geld nodig voor het onderhoud van het landgoed, en de rijke vader van de mooie Mae wilde graag een titel voor zijn dochter. Ze trouwen. Het begint allemaal heel romantisch. Maar als ze afreizen naar Edinburgh en later Fayne krijgt Mae steeds meer last van het keurslijf en het afgelegen, sobere en saaie leven op Fayne. Boston, waar ze is opgegroeid, was in die tijd heel wat moderner en levendiger. Ze krijgt een zoontje: Charles en daar draait haar leven om. Totdat blijkt dat er iets aan de hand is met het kind. Iets waar zij als moeder niet aan wil. Ik zal het niet verklappen: maar het drama wat zich dan voltrekt, krijg je volledig in je greep. Dat geldt later ook voor Charlotte als ze hier, stapje voor stapje in het volgende deel achter komt. Ik ga het niet verklappen. Ik kan je wel zeggen dat het een zalig boek is. Het verhaal leest heerlijk weg en de hoofpersoon Charlotte is hartverwarmend. Lekker dik ook, dus ideaal om mee te nemen op vakantie.

Mijn laatste boek neemt je niet mee naar het veen, maar naar Dublin. Ook gaat het wat minder ver terug in de tijd. Er is een lijn die in 1921 begint, en een lijn die in 2021 speelt. De titel:
De verborgen boekwinkel – Evie Woods

In 1921 vlucht Opaline uit Londen. Haar vader is overleden en haar broer wil haar uithuwelijken. Met hulp van een vriendin komt ze in Parijs terecht en vindt werk in een boekwinkel. Als haar broer haar ook daar vindt, helpen haar vrienden in de boekwinkel haar. Leuk is dat onder die vrienden zich ook bekende schrijvers als Scott Fitzgerald en James Joyce bevinden. Van die laatste krijgt ze een naam en adres in Dublin. Met hulp van haar Franse minnaar vlucht ze daarheen. Eenmaal in Dublin blijkt dat het adres een winkel is, de eigenaar is overleden maar zijn zoon wil de winkel aan haar verhuren. Het blijkt een bijzondere winkel. De vorige eigenaar verkocht snuisterijen, Opaline maakt er een succesvolle boekwinkel van. Ook doet ze een belangrijke literaire ontdekking.

Honderd jaar later vlucht Martha van haar gewelddadige echtgenoot. Ze gaat van West-Ierland naar Dublin en wordt huishoudster bij de eigenzinnige madame Bowden. Naast het huis is een braakliggend terrein, daar treft ze op een dag een academicus, Henry, die op zoek is naar de verborgen boekwinkel die Opaline 100 jaar geleden begon.

Het verhaal wordt om en om vanuit het perspectief van Opaline en Martha verteld. De inmiddels verborgen boekwinkel is de verbindende link. Maar ook de levensgeschiedenis van beide vrouwen kennen paralellen, beiden hebben te maken met de ongelijke machtsverhouding tussen mannen en vrouwen.
Vooral in het leven van Opaline is dat heftig en met zeer vergaande gevolgen. Dit geeft ook een interessante, serieuze laag aan het verhaal.

Een andere interessante toevoeging is het vleugje magie. Zo wordt Martha soms wakker met mysterieuze zinnen die ze dan op haar rug laat tatoeëren. En ook de zoektocht naar de verborgen boekwinkel kent een magische ontknoping. Dit alles bij elkaar maakt De verborgen boekwinkel een fijn boek, lekker om te lezen.

OOK HET LEZEN WAARD

De reddingsboot – Charlotte Rogan
Een verhaal met een hoofdrol voor het water: de zee klotste van de pagina’s af. Het verhaal speelt bij het uitbreken van WOI en wordt verteld door Grace, een pas getrouwde vrouw van 22 jaar. Ze lijdt schipbreuk op een passagiersschip dat van Engeland naar Amerika vaart. Met 38 anderen belandt ze zonder haar kersverse echtgenoot in een reddingsboot. Het verhaal begint als ze in een rechtszaak terecht staat voor moord. Op verzoek van haar advocaat schrijft ze de gebeurtenissen in de reddingsboot na de schripbreuk op. Een intrigerend verhaal over overleven, jaloezie en macht volgt. Het is pakkend en goed geschreven.

Het walvistheater – Joanna Quinn
Een verhaal over drie kinderen van goeden huize die in de jaren 20 op een landgoed aan de kust van Devon opgroeien en aan hun lot worden overgelaten. Ze moeten het maar uitzoeken. Het oudste meisje (Christabel) is creatief en verzint allerlei spelletjes en onder haar leiding beginnen ze met het opvoeren van theaterstukken.
Na verloop van tijd spoelt een dode walvis aan op het strand dat hoort bij het landgoed. Christabel plant er een vlag op om hem toe te eigenen. Vervolgens ligt het beest maanden te rotten en wordt er niet naar omgekeken, men komt ook nauwelijks op het strand. Dan komt er een kunstenaarsgezin in de verwaarloosde cottage bij het strand wonen, en als het beest minder gaat stinken, wordt het laatste vlees wordt van het beest gesneden. Het skelet wordt gebruikt om het buitentheater dat de kinderen eerder waren begonnen te zetten: Het walvistheater dat tot aan WOII ieder jaar een opvoering geeft. Dit theater speelt letterlijk geen grote rol meer in het boek (in een hoofdstuk worden tien jaar voorstellingen in korte krantenberichtjes genoemd), maar heeft vooral een symbolisme betekenis voor de band tussen de volwassen geworden kinderen. WO II breekt uit en ruim de helft van het boek speelt ten tijde van WOII. De drie kinderen zijn dan volwassen en hun ouders zijn allemaal uit beeld. Ieder spelen ze een eigen rol in de oorlog, maar de emotionele verbondenheid blijft.
Ik vond het een prachtig geschreven en onderhoudend verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

Laat een reactie achter