LANGS EEN ENGELS KANAAL

Geratel doorbreekt de stilte van het kanaal. Samen met mijn zoon draai ik de sluisdeuren open zodat het water naar binnen kan lopen. Het water glanst als amber en het sluiswachtershuisje met afbladderend rood op de deur staat hier al eeuwen. Het is alsof ik de trekpaarden ruik die vroeger de smalle Engelse kanaalboten, waarop we nu onze meivakantie vieren, voorttrokken.
De sluis loopt vol en we duwen met ons volle gewicht de deuren open. Mijn man en dochter varen naar binnen. Mijn zoon en ik herhalen ons werk aan de andere kant van de sluis en langzaam zakt onze kanaalboot naar beneden. Ik ga zitten op de boom. Het landschap glooit, schaapjes dartelen en een vogel fluit. De tijd heeft geen vat gekregen op dit stukje van het Engelse platteland.
‘Mam, kom eens kijken.’
Ik kijk om en zie mijn zoon bij het sluiswachtershuisje staan zwaaien. Ik kijk in de sluis. Het duurt nog wel even voordat we de boot uit de sluis kunnen laten. Ik zwaai naar mijn man en dochter en loop naar hem toe.
‘Kijk, wat zal erin zitten?’ Hij wijst naar een koffer die onder een afdakje half onder een struik rozen langs het huis verborgen ligt. Het leer is kaal bij de hoeken en hij wordt dichtgehouden door twee leren riemen waarvan de uiteinden onder de gespen opkrullen.
‘Ik heb geen idee.’
‘Zullen we hem meenemen?’ Zijn ogen glinsteren alsof hij verwacht dat er een schat in verborgen zit.
Ik moet lachen. ‘Dat kan zomaar niet. Die koffer is van iemand.’
‘Van wie dan? Dat huisje ziet eruit of er al heel lang niemand geweest is. Volgens mij zijn ze hem vergeten mee te nemen.’
Ik bijt op mijn lip en hij ziet mijn twijfel.
‘Toe nou, mam.’
Ik zwicht en als we bij de sluis wegvaren ligt de koffer bij ons aan boord.

‘Maken we nu die koffer open?’ Mijn zoon propt de laatste hap spaghetti in zijn mond.
Ik heb hem beloofd dat we hem na het eten zullen openen.’
‘Even wachten tot je moeder en je zus ook hun bord leeg hebben.’ Zijn vader woelt door zijn haar. Hij trekt zijn hoofd terug, sinds een paar maanden vindt hij zich te groot voor welke aanhaligheid ook.
‘En eerst opruimen en afwassen.’ Ik wurm mij van het zitgedeelte naar de keuken. Zo’n boot op een Engels kanaal is erg charmant, maar ook erg klein. Amper twee meter breed en bijna twintig meter lang.
‘Pfff.’ Mijn zoon blaast zijn wangen bol en laat de lucht ontsnappen.

‘Eindelijk.’ Mijn zoon maakt de gespen los en slaat het deksel open. Papier op vergeeld kant.
‘Laat je moeder maar even.’
Ik kniel bij de koffer en pak de stapel papier. Het blijken brieven en ik leg ze naast de koffer. Voorzichtig pak ik het kant op en ga staan. De ogen van mijn dochter glimmen als een trouwjurk zich uitrolt. Voorzichtig vouw ik hem op en leg hem in het deksel van de koffer. Ik ga weer op mijn knieën zitten en pak de brieven. Ik blader ze door. Ze zijn in 1943 en 1944 door Steve geschreven aan Rose. De eerste brief is van 5 mei 1943. Ik vertaal hem in mijn hoofd van het Engels naar het Nederlands en lees hem voor aan mijn man en kinderen.
‘Ik lig hier op de slaapzaal, sluit mijn ogen en voel jouw zachtheid in mijn armen, de zijde van jouw lokken tussen mijn vingers en proef de honing op jouw lippen.’
Mijn hart wordt week en ik lees verder. Ik verdwijn in de wereld van toen en hoewel de aandacht van mijn gezin aan mij plakt, vergeet ik waar ik ben. De pen van Steve trekt mij in een wereld vol kameraadschap tussen mannen die zich verbonden voelen in hun heimwee naar huis. Maar bovenal word ik geraakt door zijn verlangen naar Rose en zijn dromen over hun toekomst. Ik kom aan bij de laatste brief, gedateerd 31 mei 1944. Ik schraap mijn keel en lees: ‘Ik mag niks verklappen, maar nog even. Dan gaan we naar Frankrijk en is deze hel voorbij. En het is de gedachte aan jou, mijn liefste, die mij op de been houdt. De rozen bloeien weer en hun geur is als het zoet van jouw huid en door het zilt van de zeewind heen proef ik nog steeds onze afscheidskus. Nog even en dan droogt mijn mond jouw laatste tranen.

‘Waarom huil je, mama?’
Mijn man neemt het woord. ‘Zes dagen later was het D-day. Duizenden soldaten stierven langs de Normandische kust voor onze vrijheid.’

‘Hoe is het met Rose afgelopen?’ De volgende ochtend bij het ontbijt stelt mijn dochter de vraag die mij de hele nacht bezighield.
‘Ik weet het niet, ze moet inmiddels al meer dan negentig jaar oud zijn.’
‘Als ze nog leeft.’ Mijn man vult mij aan.
‘Misschien is ze wel naar een verzorgingshuis en zijn ze de koffer vergeten.’ Mijn zoon legt zijn theorie op tafel.
Ik knik. ‘Dat zou heel goed kunnen.’ Zelf geef ik de voorkeur aan de theorie, dat ze met een ander trouwde en dat haar familie niets wilde weten van haar eerdere liefde. Volgens mij haar ware liefde, waarom zou ze anders die brieven bewaard hebben?
Op de terugweg stoppen we opnieuw bij het verwaarloosde sluiswachtershuisje. Zachtjes leggen we de koffer terug naast een struik verwilderde rozen.
—-

Moederdagaanbieding: Mijn nieuw roman ‘Nevels’ én de roman ‘Hart & Hemel’ van Nel Goudriaan samen voor een hartverwarmend prijsje. Twee familieromans, ieder met een speciaal plekje voor de moeder. Je betaalt slechts € 40 voor deze twee boeken samen: gesigneerd en zonder verzendkosten. Deze bijzonder aanbieding is te bestellen via zondagverhaal@gmail.com
Benieuwd wat andere van ‘Nevels’ en mijn andere boeken vinden? Neem daarvoor een kijkje op mijn recensiepagina. Meer over Hart & Hemel lees je op Hebban.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

4 reacties

  1. Ben op 5 mei 2024 om 08:24

    Ontroerende keuze voor deze zondag, ik ben stil.

    • Marceline de Waard op 5 mei 2024 om 22:01

      Wat een mooi compliment, dankjewel, Ben.

  2. Nelleke Sheldrick op 5 mei 2024 om 14:46

    Mooi, heel mooi!

    • Marceline de Waard op 5 mei 2024 om 22:01

      Dankjewel voor je mooie reactie, Nelleke.

Laat een reactie achter