De zon schijnt warm op Doughs gezicht, het dringt niet tot hem door. De regen van vanochtend past beter bij de kilte die zich sinds nieuwjaarsnacht in hem vastzoog.
Jane die hem alleen maar aanstaarde, net of zijn vraag al het leven uit haar had getrokken. Voel jij het niet? De wanhoop waarmee hij die woorden uitsprak, voelt hij nog steeds.
Hij draait haar winkel de rug toe en neemt de weg langs het hotel richting zijn huis. Ze bekijkt het maar, ze weet hem te vinden zodra ze een antwoord heeft gevonden. Met iedere stap verdwijnt een stuk wanhoop om plaats te maken voor iets dat lijkt op nijd. Waar haalde ze eigenlijk het lef vandaan om er stiekem vandoor te gaan nadat hij zijn hart zo had blootgelegd? Wat zou er zijn gebeurd als hij niet was weggeroepen om de champagne te halen? Had ze dan wel het fatsoen gehad om in zijn gezicht te zeggen dat zij het met de liefde niet zo serieus meende als hij?

Hij kan de antwoorden niet vinden en voor hij er erg in heeft is hij bij de afslag naar zijn huis. Aarzelend blijft hij staan. De kilte, de afwas van dagen en de gedateerde inrichting. Zo anders dan de warmte en intimiteit die hij zo graag samen met Jane had teruggebracht in het Lairdhuis. Hij had zich verheugd om samen met haar plannen te maken om van zijn ouderlijk hún thuis te maken. Nu hij hier voor het tuinpad staat is zijn teleurstelling bijna tastbaar. In een poging hieraan te ontkomen loopt hij door naar de Kreeftenbaai.

Eenzaamheid kruipt in hem omhoog. De herinnering aan Jane’s in zwijgen vervatte afwijzing schudt een bitter alleen-zijn dat diep in hem sluimerde, wakker. Het brengt hem terug naar een langvergeten zomer. Het was warm en de hitte brandde een kloof in de afstand die in loop der jaren tussen hem, de zoon van de Laird en de gewone jongens langzaam was gegroeid. Als kinderen ravotten ze samen alsof het niet uitmaakte waar op de eiland je wieg stond en al werden de verschillen tussen de zoon van de Leid en de andere kinderen bij het opgroeien steeds duidelijker, de zomervakantie maakten hen gelijk. Dan waren ze eilandkinderen die de vastelanders achterlieten om zich in hun eigen wereld terug te trekken. De zomer nadat ze hun middelbareschooldiploma hadden gehaald was het anders. Die zomer markeerde het verschil tussen de gewone kinderen die voorgoed terugkwamen naar het eiland om het werk van hun ouders over te nemen en de zoon van de Laird die zou vertrekken om te gaan studeren.
De ruzies met zijn vader zijn hem de rest van zijn leven bijgebleven, nu pas beseft hij dat ze gingen over zijn wens om erbij te horen.

Vanaf de baai wandelt hij het pad af naar het kleine strand aan het eind. Het is leeg en de zwarte stenen glanzen van het vocht dat de regen achterliet. Hoe anders dan die hete zomer van weleer. Hij knijpt zijn ogen tot spleetjes en het is net of het strand opnieuw gevuld is met meisjes wiens ogen de jongens uitdaagden van de rotsen in het water te springen.

Dough trok zich omhoog aan de rand van de rots, hij legde zijn knieën op het harde steen en de donkere ogen van Brodie kwamen dichterbij. ‘Wegwezen, dit zijn onze meisjes.’
Zijn ogen stonden hard, vijandig en Dough bleef als verlamd zitten.
‘Ben je doof?’
Een duw tegen zijn schouders. Het was dat hij op zijn knieën zat, anders was hij van de rots gevallen. Zwijgend klauterde hij omlaag en trok zich terug in de struiken op de rotsen achter het strand.
Geritsel trok zijn aandacht Zouden het de papegaaiduikers zijn? Gisteren ontdekte hij in de buurt van deze plek een nest. De opwinding van deze ontdekking deed hem de vernedering vergeten. Voorzichtig duwt hij de bladeren iets opzij en kijkt neer op een meisje.
Lange lokken dwarrelden als goud gesponnen draden over een lichtgebruinde rug. Coira, het mooiste meisje van het eiland en de vriendin van Brodie.
Ze kwam overeind en trok haar bikinibroekje omhoog over de roomwitte huid van haar billen. Zijn opwinding groeide.
Ze draaide zich om en een blos kroop over haar gezicht.
‘Verderop zitten papegaaiduikers. Wil je ze zien?’ Om zijn eigen gêne te verbergen, flapte hij het eerste dat in zijn hoofd opkwam eruit.

Een gevoel of hij nu degene is die wordt bespioneerd haalt hem terug naar het nu en hij kijkt om richting de weg. Uit een knot ontsnapte plukjes waaien als verbleekte strengen goud om een bewegingloze vrouw. Coira, een moment denkt hij dat zijn geheugen met hem speelt. Ze strijkt haar losgeraakte haar achter haar oor en de illusie wordt doorbroken.
Voor hij beseft wat hij doet, wenkt hij haar.

‘Wat een verrassing jou hier te zien.’
Ze neemt plaats op een rotsblok schuin naast hem. Door de manier waarop ze van hem wegkijkt, vraagt hij zich af of ook zij zich herinnert dat hij haar tijdens die zomer van weleer vlakbij het nest van de roodgesnavelde vogels probeerde te kussen.
‘Was je op zoek naar Brodie?’ Ook nu zegt hij het eerste dat in zijn hoofd opkomt om het ongemak te verdrijven.
‘Ik wil jou spreken.’
‘Mij?’
‘Over Maisie. Mijn dochter.’ Voegt ze er overbodig aan toe.
Hij knikt, ook al kan hij zich niet voorstellen wat hij voor haar dochter kan doen.
‘Je hebt vast gehoord dat ze voorgoed terug is.’
Haar woorden draaien als een mes rond in zijn eenzaamheid. Hij dacht dat de manier waarop hij samen met de eilanders werkte aan de modernisering van het eiland de kloof tussen hem en hem als de nieuwe Laird, had gedicht. Een zeepbel, net als zijn aanname dat hij hier met Jane oud en grijs zou worden.
‘… winkel overnemen.’
‘Sorry, wat zei je?’
‘Luister je wel?’ De pinnigheid waarmee ze de woorden uitspreekt verdrijven het laatste restje ongemak.
‘Ik was met mijn gedachten bij het verleden. Weet je nog al die zomers dat we hier speelden?’
Een blos glijdt over haar gezicht.
‘Isla zal wel blij zijn dat haar moeder terug is,’ zegt hij snel om haar gedachten van het verleden weg te leiden.
‘Dat is een heel ander verhaal, daarvoor ben ik hier niet.’
‘Vertel, wat kan ik voor je doen?’
‘Wat ik zei, Maisie is voorgoed terug op het eiland. Je snapt denk ik wel dat ze niet bij ons kan blijven wonen. Ze heeft werk en een eigen huis nodig.’
Hij knikt, blij dat ze zonder kleerscheuren op veiliger terrein zijn beland.
‘In Edinburgh regelde ze de zakelijke kant van het bedrijf van haar man. Een meubelzaak. Ze weet hoe ze een bedrijf moet leiden en kan met klanten omgaan. Het beheren van de post-shop is op haar lijf geschreven en dan heeft ze gelijk ook woonruimte.
‘Jane leidt de winkel, dat weet je toch? Ik neem aan dat Maisie recht heeft op haar aandeel van de zaak. Er staan genoeg huizen leeg in het dorp. Ze kan er een uitzoeken, dan regel ik een zacht prijsje en zorg ik dat het snel gemoderniseerd wordt.’
Een verdrietig waas glijdt over haar gezicht. ‘Je begrijpt het niet. Haar ex-man heeft de zaak op zijn naam, ze krijgt niets. De post-shop zou echt ideaal zijn. Ik dacht nu Jane en jij … Nou ja.’ Ze haalt haar schouders op.
‘Er is geen Jane en ik.’ Werd er over hen geklets? Waarom weet hij dat niet?
‘Als dat alles is. Ik zal eens kijken of ik een baantje voor jouw dochter kan vinden.’ Hij staat op en zonder gedag te zeggen loopt hij terug naar de weg.

Tegen de tijd dat zijn tuinpad oploopt voelt hij zich net zo dom als een schaap dat niet kan meekomen met de kudde. Hoe kan het dat hij met zijn instinct wel een miljarden bedrijf kon opbouwen en niet doorheeft wat er speelt op zijn eiland?
Het huis komt in zicht en de energie stroomt uit zijn benen. Hoe kan het dat uit de schoorsteen rook kringelt? Hij weet zeker dat hij geen vuur in de haard of het antieke fornuis heeft laten branden voor hij wegging. Een gevoel van onbehagen kruipt omhoog.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

10 reacties

  1. Ben op 14 februari 2021 om 08:58

    Arme Dough, terugkomen in een koud huis. Nou, voorlopig nog geen mooie Valentijnsdag voor Dough en ook niet voor Jane….. Je weet de spanning wel op te voeren!

  2. Louise Jonkman op 14 februari 2021 om 18:24

    Niet bepaald Happy Valentine’s Day.
    Het kan nog alle kanten op.
    Wonderlijk het verlangen naar een gelukkig einde, terwijl het lezen beeldend en plezierig is.
    Als jong meisje las ik eerst het eind. Gewoon omdat ik het fijn vond dat alles op zijn plaats kwam, nu ervaar ik hetzelfde ongeduld. Grappig!
    Je weet de spanning op te bouwen en mij te boeien, op naar de volgende …
    Fijne week, Marceline 🌲

  3. Marceline de Waard op 14 februari 2021 om 21:30

    Dank jullie wel, Louise en ben, voor de fijne reacties 🙂

  4. Anoniem op 15 februari 2021 om 10:43

    Goed verhaal. Heel beeldend. Het slot snap ik niet, het lijkt me iets te cryptisch. Wie is er in het huis? Eén zin meer kan het raadsel oplossen en een geweldige slotwending teweegbrengen. Er staan ook meerdere storende taalfouten in. ‘Werd er over hun geklets?’ moet zijn ‘Werd er over hen gekletst.’ Verder heel leesbaar en let niet teveel op mijn gezeik.

  5. Kees Slings op 15 februari 2021 om 10:45

    Goed verhaal. Heel beeldend. Het slot snap ik niet, het lijkt me iets te cryptisch. Wie is er in het huis? Eén zin meer kan het raadsel oplossen en een geweldige slotwending teweegbrengen. Er staan ook meerdere storende taalfouten in. ‘Werd er over hun geklets?’ moet zijn ‘Werd er over hen gekletst.’ Verder heel leesbaar en let niet teveel op mijn gezeik.

    • Marceline de Waard op 15 februari 2021 om 12:09

      Dank je wel, Kees. Fijn dat je het een goed en heel leesbaar verhaal vond. Wat betreft het slot: dit is de cliffhanger voor volgende week. Dan wordt duidelijk wie er in het huis is. Kom je dan ook lezen?
      Dank ook voor je punt van kritiek, ik heb ‘hun’ veranderd in ‘hun’.

  6. Bep op 15 februari 2021 om 11:06

    Arme Dough, hij had gehoopt dat Jane zijn liefde zou beantwoorden, maar ze is stiekem weggelopen.
    Hij voelt zich in de steek gelaten en ontdekt nu door de vraag van Brodie dat de eilandbewoners over hem en Jane praten. Bij thuiskomst ziet hij rook uit de schoorsteen komen, raar, want het vuur was uit toen hij wegging.

    • Marceline de Waard op 15 februari 2021 om 12:10

      Dank voor je reactie, Bep! 🙂

  7. Jenny op 15 februari 2021 om 14:01

    Je maakt het heeeeel spannend, maar eh is volgende week dan jou laatste ‘verhaal op de zondag??’

    • Marceline de Waard op 15 februari 2021 om 15:58

      Dank je Jenny 🙂 Wees gerust, volgende week is niet mijn laatste zondagverhaal. Het slot waarin ik hierboven refereer is een reactie op Kees Slings’ opmerking over het slot van deze aflevering.

Laat een reactie achter