KANTOORPOLITIEK

‘Zit jij hier nu roddelblaadjes te lezen? Ik heb gezegd dat het overzicht met noodnummers spoed heeft.’ Jaap, de directeur van het kleine accountantskantoor waar zij junior managementassistent is, toornt boven Romy’s computerscherm uit. Vanochtend zag hij er al uit of hij citroenen als ontbijt had gegeten, nu oogt hij of hij een fles azijn bij zijn lunch leegdronk.
‘Het is mijn lunchpauze, omdat het regent bedacht ik dat ik beter hier kon blijven.’ Ze moffelt het tijdschrift weg op haar schoot onder het bureau en trekt haar toetsenbord naar zich toe. Haar baas doet het al jaren zonder lijst met voor iedere medewerker de contactgegevens van de persoon die in geval van nood moet worden gebeld. In plaats van te zeggen dat hij niet moet zeiken, zet ze haar liefste glimlach op. ‘U krijgt de lijst zoals we afspraken vanmiddag.
Haar woorden ketsen af tegen zijn rug. Ze hoopt dat hij straks goede zaken doet, aan het eind van de dag heeft ze een afspraak met hem om een vast contract te vragen.
De accountants druppelen binnen. Een glimlach plooit zich om haar mond. In plaats van de gebruikelijke joviale zwaaien en knipoogjes, kijken ze vandaag over haar heen alsof ze er niet is.

Of Romy hem zojuist heeft verteld dat zij zijn positie als directeur overneemt, perplexer kan haar baas niet kijken.
‘Een vast contract? Daar is de kwaliteit van je werk te wisselend voor. Je bent er te vaak met je gedachten niet bij. Wie weet wat je allemaal uitspookt als ik niet in de buurt ben.’
‘Het was mijn pauze! De accountants zijn juist heel tevreden over mijn werk.’ Wanhopig, klagelijk, haar toekomst hangt af van dat contract. Ze baalt dat het niet lukt de smekende toon uit haar stem te halen.
‘Dan heb je boter op je hoofd. Ze vinden dat je geen gevoel hebt voor verhoudingen. Het toppunt is dat je je tijdens de laatste vrijdagmiddagborrel opdrong aan mijn accountants. Keurige huisvaders, hoe haalde je het in je hoofd?’
Ze schudt haar hoofd, te verbijsterd om een woord uit te brengen.
‘Ik wijt het er maar aan dat je teveel dronk.
‘U vergist zich. De mannen geven me altijd knipoogjes en die avond …’
‘Alsjeblieft, Romy. Liegen siert geen mens. Ik zal je tot het eind van je contract betalen. Nu lijkt het me het beste dat je je persoonlijke spullen haalt en naar huis gaat.’

Welk huis? Nadat ze vorig jaar vertrok bij haar vriend, woont ze weer bij haar ouders. Ze leunt tegen de deur die ze net met al haar zelfbeheersing zachtjes sloot. Bijna een jaar lang heeft ze zich als administratieve voetveeg in dit duffe accountantskantoor uitgesloofd. De droom van een huis helemaal alleen voor haar trok haar door de sleur, liet haar de schouders optrekken onder de hooghartige houding van de twee andere managementassistenten. Een vast contract, met dat in haar handen had ze morgenochtend haar eerste huurovereenkomst kunnen tekenen. Een eigen flat, bruut van haar afgepakt door een stel arrogante mannen. Een zwerfkatje dat denkt een warm thuis te hebben gevonden en net als het naar binnen wil gaan door hen de kou wordt ingetrapt. De onrechtvaardigheid is een katalysator voor diep weggestopte frustratie. Woede komt aan de kook, borrelt en sist. Ze is die arme kleine Romy niet meer. Het kleine zwerfkatje wordt een getergde tijger.
Ze stormt de trap op naar de eerste verdieping waar de accountants zitten. Ze opent de eerste deur bovenaan met zoveel kracht dat hij tegen de muur knalt.
Verstoord kijken de mannen op ‘Eerst kloppen! Hoe vaak …’ De stem van Hugo tegenover de deur verstomd bij de aanblik van de furie in de deuropening. Hij haalt de leesbril van zijn neus en legt hem zachtjes neer alsof hij zo de woeste tornado tot stilstand kan bewegen.
‘Wat hebben jij tegen de directeur gezegd?’ Ze plant haar handen op het bureau, de bril krakt. ‘Jíj loopt altijd met me te flirten. Jíj knijpt in m’n kont als ik iets uit de archiefkast moet halen. En nu flik jij me dit?’ Ze brengt haar gezicht tegen het zijne. Spuug spettert in zijn oog en hij deinst naar achter.
‘Rot op!’
‘Doe niet zo ongezellig, Romy. Neem er nog één,’ bauwt ze zijn brallerige stem na. ‘Jij zette nog een Gin-Tonic voor me neer. Jíj was de klootzak die me zo dronken voerde dat ik het goed vond dat jij me thuis bracht.’ Dat laatste is een wilde gok, ze was te ver heen om zeker te weten dat hij ook degene was die haar in zijn auto meenam. Voor Romy maakt het niet uit. Voor haar zijn ze allemaal verworden tot apen gedreven door lage lusten. Neanderthalers. ‘Jíj graaide in de auto naar mijn tieten. Jíj duwde mijn hand op je pik. Jíj …’
Twee paar handen trekken haar aan haar schouders weg van Hugo’s bureau. ‘Hou op met dat geschreeuw. Je bent door het hele gebouw te horen.’
Ze rukt zich los, nu pas valt haar op dat het halve kantoor zich heeft verzameld in de deuropening. ‘Ik zal jullie eens vertellen wat deze brave huisvader uitvreet als hij alleen is.’ De tijgerin slaat met haar klauwen naar haar publiek. ‘Mijn vrouw begrijpt me niet. Ik droom al van je sinds je het kantoor binnenstapte.’ Opnieuw imiteert ze een arrogante mannenstem. ‘En niet alleen hij. Jullie allemaal strijken per ongeluk expres langs mijn tieten, júllie …’
Een van de weinige vrouwelijke accountants wurmt zich door de mannen naar voren. ‘Nu is het genoeg. Je zet jezelf voor schut. Kom.’
Iets in haar stem en gezichtsuitdrukking raakt Romy in haar onderbuik; de door vrouwen gedeelde onderbewuste wereld waar de wetenschap verborgen is dat ze het nooit zullen winnen van een overmacht kerels. Een tijger geraakt door een verdovingspistool, een marionet wiens speler de touwtjes loslaat, een meisje murw gebeukt door tegenslag. Gedwee laat ze zich mee de trap afnemen. ‘Jij gelooft met toch wel?’ vraagt Romy als ze bij het kantoor van de administratie zijn.
‘Je bent zelf in beschonken toestand op Hugo’s avances ingegaan.’ De ijzige toon verbreekt de oerdrift die hen zojuist verbond. Of bestond die alleen in Romy’s emoties? Zonder nog iets te zeggen, veegt ze alles van haar bureau in haar tas, pakt haar jas en laat zich door de vrouw het gebouw uitbonjouren.

Buiten is de regen verdreven door een strakblauwe lucht. De zon straalt, zelfs de natte stoep en de verkeersdampen kunnen de vroege lentegeur niet verhullen. Romy grabbelt naar het pakje sigaretten onder in haar tas. Wat maakt het nog uit dat er in het zicht van het kantoor niet mag worden gerookt. Ze steekt er een op. De nicotine kalmeert en de adrenaline van zonet verliest zijn kracht, de betekenis van haar ontslag komt ervoor in de plaats. Het gaat niet zozeer om het kwijtraken van een baan, in de huidige arbeidsmarkt vindt ze wel wat anders. Het is het verlies van een moeizaam opgebouwde eigenwaarde. Haar triomf dat het haar ondanks de laatdunkende commentaren van haar moeder op haar terugkeer naar het ouderlijk huis, gelukt was een baan en een woning te vinden. Ze kan haar hoongelach al horen.
Vanachter de ramen prikken ogen in haar rug. Nog even, en dan komt iemand haar wegsturen. Om die laatste vernedering voor te zijn, neemt ze een laatste hijs en trapt met haar hak de peuk uit. Ze opent haar tas om haar ov-chipkaart te zoeken. Nu de peuk haar gemoederen tot bedaren heeft gebracht, valt haar de rommel op die ze zojuist van haar bureau naar haar tas heeft verplaatst. Het zal toch niet dat? Jawel, ze vist de uit een kladblok gescheurde vellen waarop de accountants hun naam met contactpersonen én telefoonnummers hebben gekalkt tussen het gewraakte tijdschrift en haar telefoon uit. Ze loopt weg bij het kantoor en gaat zitten op een bankje bij de metro om de lijst door te nemen. Wat een vreselijk handschrift hebben die accountants toch, dacht die kloothommel nou echt dat ze dat in een uurtje even zou inkloppen? Met hulp van haar wijsvinger loopt ze de lijst door. Ze stopt bij Hugo’s naam. Isabella heet zijn vrouw. De naam roept bij haar het beeld op van een keurig glad geföhnd blond kapsel, gouden oorknopjes en een tuttig sjaaltje. Hoe zou zij reageren als ze wist hoe haar man zich misdraagt tegen vrouwelijke ondergeschikten? Ze hoeft er niet bij te vertellen dat ze zo misselijk werd dat ze de portie openrukte om in de goot te kotsen waarna hij haar bij de metro afzette. Ze verkneukelt zich bij de gedachte aan een vette echtelijke ruzie waarbij serviesgoed sneuvelt en kinderen angstig naar de trap vluchten. Misschien moet ze bellen rond etenstijd voor het beste effect. Ze omklemt het vel met de telefoonnummers alsof het het winnende lot van de staatsloterij is. Met haar kin in de lucht schrijdt ze het metrostation binnen.

—-

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

10 reacties

  1. Jenny op 22 januari 2023 om 09:59

    phoe phoe
    Wat heb je de woede van Romy prachtig weergegeven, maar ook haar minderwaardigheid gevoel.

    Mooi hoor, ik leef mee met Romy.

    Mooi verwoord Marceline!

    • Marceline de Waard op 22 januari 2023 om 13:08

      Dank je wel, Jenny! Wat een fijn verwoorde complimenten.

  2. Ben op 22 januari 2023 om 10:12

    Je trakteert ons op een heftig verhaal en ook nog es een lange editie deze zondag. Wat fijn! Smullen hoe je die kantoorsfeer schept, de mensen en het onvermogen om er samen iets van te kunnen maken. Hoe Romy geofferd wordt is pijnlijk. Haar radeloosheid en blinde woede krijgt ook iets triest. Wat vang je dat allemaal weer mooi in woorden. Misschien ligt er al een vervolg te wachten? Hoe de vergelding van Romy eruit bijvoorbeeld? Of ben ik nou rupsje nooit genoeg?

    • Marceline de Waard op 22 januari 2023 om 13:09

      Dank voor je waardering, Ben. Ik ben erg blij met je mooie woorden.

      • Dien op 22 januari 2023 om 19:18

        Bedankt voor weer een mooi verhaal, de woede en onmacht van Romy,
        en de sfeer in zo’n kantoor.
        Je legt het altijd af tegen zoveel achterbaksheid.
        En dat alles in een kort verhaal, top.

        • Marceline de Waard op 23 januari 2023 om 09:10

          Graag gedaan, Dien, en dank voor je mooie woorden!

  3. Bep van Vlijmen-van Dijk op 22 januari 2023 om 12:36

    Wat een heerlijk lang verhaal, ik begrijp Romy helemaal, haar uitval etc. Ze kan beter blij zijn dat ze daar weg is, ook al heeft ze nu geen cent meer! Ze vindt vast wel weer een andere job, maar van dat stel is ze tenminste af!!!
    Fijne nieuwe week Marceline

    • Marceline de Waard op 22 januari 2023 om 13:09

      Dank je wel, Bep, voor je mooie reactie en wens.

  4. Yolande op 22 januari 2023 om 12:49

    Mooi!
    Een aandachtspuntje: waarom moet er worden gerookt terwijl we streven een rookvrije generatie?

    • Marceline de Waard op 22 januari 2023 om 13:08

      Dank je wel, Yolande! Ik ben ook fan van de rookvrije generatie, maar er zijn nog steeds mensen die roken en bij dit personage paste een sigaret.

Laat een reactie achter