Buiten is de lucht nog steeds strakblauw, onvoorstelbaar dat er een gifwolk naar de tbs-kliniek drijft. Jules ontgrendelt zijn computer en leest nogmaals de berichten op de nieuwssites. Het staat er nog steeds: de dampen in de gifwolk die hun kant opkomt zijn uiterst dodelijk zijn. De bewoners van Knookgat worden geëvacueerd. Behalve het personeel en de inwoners van de tbs-kliniek. We kunnen er niet door, mensen volgen de instructies van de hulpdiensten niet op en het staat helemaal vast met auto’s vol vluchtende mensen. De stem van het Hoofd gevangeniswezen dreunt na in zijn hoofd. Hij denkt aan de enige N-weg die zowel de toegang als uitgang van het gebied verzorgt. Hopen dat de gifwolk overwaait? Het Hoofd had niet het lef om te zeggen dat ze zijn mensen en patiënten opgegeven hebben.
‘Waar blijf je nou?’
De stem van Nicolette, de behandeldirecteur, scheurt Jules los uit zijn gedachten.
‘We wachten op je voor verdere instructies.’ In de deuropening van zijn kantoor balt Nicolette haar handen tot vuisten. Tot nu wist Jules niet dat haar gezicht nog witter kan worden dan het van nature al is. De angst in haar ogen laat de paniek uit hem wegvloeien. Het is hem helder wat hem te doen staat. ‘Roep je de teamleiders bijeen in de grote vergaderzaal?’

‘Godverdomme, wat een teringlijers.’
‘Dat kunnen ze toch niet maken.’
‘Dan ontruimen we met onze eigen auto’s.’
‘Mijn kinderen. Ik wil naar mijn kinderen. Nu.’
Het is deze hartenkreet die de kakofonie in stilte doet veranderen. Automatisch dwalen ook Jules’ gedachten naar zijn gezin. Zijn eerste kleinkind dat volgende maand geboren wordt, maandenlang verwarmde het zijn hart. Nu voelt hij zich weer net zo versteend als vlak na het overlijden van zijn vrouw. Zijn ogen dwalen over de door angst en verdriet getekende gezichten van zijn teamleiders.
‘We gaan alle deuren openzetten zodat iedereen op eigen gelegenheid weg kan.’
‘Hoe moet het dan met de patiënten?’
‘Ook de patiënten mogen weg. We geven iedereen de keus. Blijven of proberen op eigen gelegenheid jezelf in veiligheid te brengen. Ik blijf.’
‘Ik ook.’ Nicolette legt haar hand op die van Jules. Net als bij hem wacht haar thuis een lege flat.
‘We kunnen die gekken toch niet loslaten? Wat als ze weer gaan moorden en verkrachten?’
‘De meesten zitten hier al lang en onze behandeling is goed. Volgens mij is het risico niet hoog, ook al denkt het hoofdkantoor van wel. Bovendien zullen ze het druk hebben met zichzelf in veiligheid brengen en ik denk dat aan het eind van de uitvalsweg de gevangenisbussen wel klaar zullen staan. Zijn er andere vragen?’
‘En Virgil? Laat je hem ook gaan?’ Nicolette kijkt bezorgd. Virgil is nog geen maand bij hen en ze heeft eerder deze week haar twijfels uitgesproken over zijn onbereikbaarheid en agressie naar de vrouwelijke sociotherapeuten.
Jules dwingt zijn mondhoeken omhoog. ‘Het leven is een te kostbaar geschenk, iedereen moet zelf kunnen beslissen wat het beste voor haar is ongeacht wat hij of zij heeft gedaan. Wij zijn God niet. Andere vragen?’
‘Hoe denk je het aan te pakken?’
‘Ik wil dat iedereen naar zijn afdeling gaat en alle vrouwen als eerste laat weggaan. De mannen brengen de patiënten naar de sportzaal en dan vertrekken zij en jullie ook. Wie wil blijven, wacht bij de patiënten.’
Zijn teamleiders staan op en Jules richt zich tot zijn beveiligingschef. ‘Ik wil dat jij alle poorten en buitendeuren openzet zodat iedereen snel weg kan.’
Bernard knikt. ‘Als ik daarmee klaar ben, kom ik naar de sportzaal.’

In de sportzaal mengt de geur van mannenzweet zich met angst nadat Jules heeft verteld dat de wind een dodelijke gifwolk naar hen toe blaast. Tegen zijn been trilt zijn mobiel voor de derde keer. Hij haalt hem tevoorschijn om hem uit te zetten. Op het scherm ziet hij het nummer van het hoofdkantoor. Even weifelt hij, zouden ze toch? Natuurlijk niet, hij belt ze later wel. Hij zet zijn telefoon uit, stopt hem terug in zijn broekzak en pakt de handen van Nicolette en Bernard naast hem. Als broekies begonnen ze in de kliniek toen hij openging en samen zullen ze deze laatste klus klaren.
Zijn blik blijft rusten bij Brutus. Die staart terug, het bezorgt Jules een ongemakkelijk gevoel. De arme man; nu de chemische castratie is aangeslagen zou hij morgen uit de kliniek ontslagen worden. Hij was een van hun eerste patiënten en nu kan Jules zich niet meer voorstellen dat de man toentertijd als verkrachter en moordenaar van jonge homo’s zo’n ophef veroorzaakte.
Hij haalt diep adem. ‘Justitie kan niks meer voor jullie betekenen, jullie mogen zelf beslissen wat je doet. De deuren staan open. Je mag proberen jezelf in veiligheid te brengen of hier blijven.’
Een oerkreet doorbreekt de stilte die op zijn woorden volgde. Virgil springt omhoog in de menigte en slaat zijn gebalde vuist in de lucht. ‘Yes.’

Op de schermen in de beveiligingsloge kijken ze met zijn drieën hoe de mannen het terrein verlaten. Vooral Virgil is uitgelaten. Met zijn armen wijd zigzagt hij als een vliegtuig. In de poort draait hij zich om. Zijn lippen bewegen: Fuck you. Zijn middelvinger gaat omhoog en dan is hij ook weg.
‘Als dat maar goed gaat.’ Nicolette zucht. ‘Zal ik koffie zetten?’
‘Ik ben wel toe aan iets sterkers,’ zegt Bernard.
Jules steekt zijn hand in zijn zak en stuit op zijn telefoon. O ja, het hoofdkantoor. Hij vist zijn sleutels onder het toestel vandaan en steekt ze Bernard toe. ‘In het kastje naast mijn bureau staan nog steeds de flessen wijn uit het kerstpakket. Ik kom zo, eerst het hoofdkantoor terugbellen.’
Hij trekt zijn wenkbrauwen op als hij ziet hoe vaak het hoofdkantoor hem heeft gebeld en nog voor hij het nummer kan terugbellen, gaat zijn toestel over. ‘Met Jules.’
‘Goddank, eindelijk. Waar zat je al die tijd?’ De stem van het Hoofd klinkt geïrriteerd en opgewonden tegelijk.
‘Ik had een probleem op te lossen nu jullie ons hier afgeschreven hebben.’
‘Wij kunnen er ook niets aan doen dat de weg vaststond met auto’s vol vluchtende mensen. Maar daar bel ik je niet voor. Ik heb goed nieuws. De gifwolk is helemaal niet dodelijk zoals ze eerst dachten.’
‘Wat?’ Jules staart naar de schermen waarop inmiddels geen man meer te zien is. Een koude hand sluit zich om zijn hart. Als dat maar goed gaat, de stem van Nicolette echoot in zijn hoofd.
‘Het gif heeft een te lage concentratie om dodelijk te zijn. Je kan hooguit wat last krijgen van een geïrriteerde huid en ogen.’ De stem valt stil.
‘Hallo? Ben je er nog wel?’
‘Ja.’
‘Je klinkt helemaal niet blij.’
‘Ze zijn weg.’
‘Wie zijn weg?’
‘De patiënten, het personeel.’ Zijn stem slaat over.
‘Weg? Wat is er aan de hand?’
Jules haalt diep adem en vertelt wat hij heeft gedaan.
‘Ben jij helemaal gek geworden? Dat kan je niet zomaar doen, daar had je helemaal geen toestemming voor.’
‘Toestemming? Waarom? Jullie lieten ons stikken, ik deed wat het beste was gezien de omstandigheden.’
In zijn oor steekt zijn baas een tirade af. Het dringt niet tot hem door. Waarom heeft hij de telefoon niet opgenomen toen de mannen nog in de sportzaal waren?
En Virgil? Laat je hem ook gaan? Nicolettes stem vlecht zich door de beelden in zijn kop. De spottende middelvinger van Virgil, de starende ogen van Brutus en zijn eigen ongemak daarbij. Als dat maar goed gaat.

10 reacties

  1. Nicole op 24 mei 2020 om 09:01

    Oeps! Inderdaad als dat maar goed gaat… Top geschreven weer, spannend tot het einde..

    • Marceline de Waard op 24 mei 2020 om 09:02

      Dank, Nicole, goed te lezen dat de spanning er tot het einde inblijft.

  2. Ben op 24 mei 2020 om 10:50

    Wat een dilemma! Je zal maar in de schoenen van Jules staan…. Brrrr en dan al die engerds weer los! Je krikt de spanning flink op deze ochtend! Gaaf!

    • Marceline de Waard op 24 mei 2020 om 12:39

      Wat een leuke enthousiaste reactie, Ben 🙂 Dank je wel!

  3. Mieke Schepens - Graag Gelezen op 24 mei 2020 om 10:54

    Graag gelezen!

    • Marceline de Waard op 24 mei 2020 om 12:39

      Dank je wel, Mieke!

      • Bep op 24 mei 2020 om 23:49

        Ik zou niet graag de beslissing van blijven of weg laten gaan willen nemen, wat een grote verantwoordelijkheid voor Jules.
        Maar wat gaat er nu gebeuren, nu de gifwolk ongevaarlijk blijkt te zijn, hoe krijgen ze losgelaten mensen weer terug, die komen echt niet uit hunzelf terug……..Ja, als dat allemaal maar goed, ik houd m’n hart vast!
        Fantastisch verhaal…….nee een thriller is het goede woord😉 Marceline 👍👍👍

        • Marceline de Waard op 25 mei 2020 om 07:07

          Dank je wel, Bep, voor je mooie complimenten.

  4. Conny Hoogendoorn op 24 mei 2020 om 14:54

    Wat een dilemma!

    Ik vraag me vaak af wat mannen als Jules denken en voelen als ze te horen krijgen dat een ex-patiënt in dezelfde fouten vervallen is. Ik realiseer me dat het vanaf de zijlijn makkelijk praten is.
    Maar iemand heeft bijvoorbeeld toch ooit goed gevonden dat Michael P zoveel vrijheid kreeg dat hij Anne Faber kon verkrachten en vermoorden. En zo zijn er veel meer voorbeelden. Kan je jezelf dan nog in de spiegel aankijken?

    • Marceline de Waard op 24 mei 2020 om 16:31

      Het is zeker een dilemma, Conny.
      Wat mannen als Jules denken en voelen als er een ex-tbs’er recidiveert, is een vraag die zij zelf het best kunnen beantwoorden. Wat ik wel weet is dat besluiten voor proefverlof in Nederland niet lichtvaardig worden genomen. het is een professionele risicoschatting. Het woord ‘inschatting’ op zich houdt al een foutmarge in. Ooit was ik inspecteur en onderzocht ik ook zaken waarbij het, ondanks de inzet van hulpverleners, misging. Een van de dingen die mij vandaaruit bijstaat is de wroeging waaronder de betrokken professionals gebukt gingen.

Laat een reactie achter