Op zaterdagochtend is het streepje blauw dat gisteren voor het eerst sinds dagen tussen de dikke grijze wolken verscheen, uitgegroeid tot een stralend blauw opgesierd met witte toefjes als slagroom op een blauwgeglazuurde taart. Ook de lucht ruikt anders, de bedompte geur van modder en regen is verdwenen en vervangen door een frisse geur vol belofte van de naderende herfst. Dough duwt de keukendeur open en gaan met een beker koffie in de verwilderde tuin zitten. Zijn gedachten dwalen terug naar de afgelopen week. Marianne die onverwacht op zijn eiland verscheen, de verplichting die hij voelde om in ieder geval dagelijks met haar te eten en het ongemak dat onder de oppervlakte van haar bezoek school. Het was een schril contrast met de vriendschappelijke, vertrouwde band die ze hadden toen zij nog zijn secretaresse was. Nellie, zijn overleden vrouw, had toch gelijk. Haar klaterende lach waarmee ze hem plaagde dat hij zo naïef was als het op de intenties van vrouwen aankwam, vorige week was hij er nog en nu is hij ineens weg. Hij sluit zijn ogen om hem terug te halen, de stilte valt als een verstikkende deken over hem heen.

Hij zet zijn beker op de grond, staat op en loopt naar de weg. In plaats van linksaf naar het dorp te gaan, gaat hij rechtsaf. Vanaf de kreeftenbaai waait de wind hard tegen hem aan en hij zet de kraag van zijn jack op en rits hem dicht tot aan zijn kin. Waar is haar stem gebleven? De herinneringen? Haar nagedachtenis is opeens zo ijl geworden dat iedere keer als hij zich erop concentreert ze verdwijnt in mist alsof ze ruimte maakt voor de beelden die nu verschijnen. Jane. Het samenknijpen van haar groene ogen, het opzij buigen van haar hoofd en de vertrouwdheid waarmee haar hand bij hun eerste ontmoeting in de zijne verdween. Er was iets met haar en dan bedoelt hij niet de verzuurde valsheid waarmee ze op zijn plannen voor het eiland reageerde. Het zat aan de rand van zijn geheugen, steeds kon hij er niet bij totdat Shauna, haar dochter, hem en Marianne op het strand tegemoet liep. Zou Jane echt denken dat iedereen gelooft dat zij haar peetdochter is? Ook Marianne zag het meteen, net zoals ze door had dat er iets tussen hem en de winkelhoudster hing. “Was ze soms je eerste vriendinnetje?” vroeg ze nadat ze in Janes winkel thee hadden gedronken. “Jane kwam pas op het eiland toen ik al lang weg was,” antwoorde hij en dacht: je moet eens weten.

Eenmaal aangekomen bij de baai gaat hij zitten op de rots waar hij ook al zat als kleine jongen. In de baai dobbert de boot van de kreeftenvisser. Aan de overkant liggen de vakantiehuisjes er onbewoond bij, enkel uit de schoorsteen van de kreeftenvisserscottage kringelt rook.
Hij vraagt zich af waarom Jane naar het eiland kwam. Zou ze het geweten hebben? Dat lijkt hem niet, hij zou niet weten hoe. Vreemd is het. Zou het soms de reden zijn van haar botheid, haar vijandigheid? Waarom was ze gisteren na het vertrek van de ferry ineens zo toegankelijk? Misschien is het toch een goed idee om een serre aan de winkel te bouwen. Zelfs haar stem klonk zachter, hij vraagt zich af waarom. Zal hij het aandurven om vanmiddag al bij haar langs te gaan? Op zaterdag sluit ze immers de winkel al om vier uur en hij is immers gewend om gelijk aan en door te pakken. Maandagochtend, zoals ze afspraken, lijkt nu ineens te ver weg.

De halve middag denkt hij na over de juiste aanpak en als hij een minuut voor vier bij haar winkel aankomt, wil ze hem net op slot draaien en als ze hem aan ziet komen zwaait ze de deur open. ‘Je bent net op tijd, wat heb je nodig?’
‘Niets. Ik vroeg mij af of je misschien zin hebt om onze wapenstilstand te vieren.’
Ze kijkt van hem weg, haar ogen dwalen door de winkel alsof ze op zoek is naar een excuus.
‘Als je ja zegt, vergeef ik je je lompe woorden.’
‘Zo maak je het mij wel heel moeilijk om nee te zeggen.’
‘Ik heb een fles wijn en twee glazen meegenomen. Het is een prachtige namiddag, zullen we hem op het strand koud maken?’
‘Vooruit dan. Wil je er nog iets bij. Nootjes ofzo?’
‘Heb je salt and vinegar chips?’
‘Dat zijn ook mijn favorieten.’ Ze haalt een zak uit het schap. Hij grijnst als een kleine jongen die zojuist bij zijn favoriete juffrouw het juiste antwoord heeft gegeven.

De beginnende avondschemering legt een warm goudengloed over het strand. Op het ruisen van de branding na wordt de stilte alleen verstoord door de beweging van hun voeten door het zand. De wereld verstilt tot dit moment en alsof hun gedachten een en dezelfde zijn lopen ze naar de donkere keien onder aan de voet van de berg aan het eind van het strand.
Een kurk plopt, wijn klokt en glazen klinken.
‘Wat zou …’, kan jij …’ tegelijk beginnen ze te praten.
‘Jij eerst’, ‘ga jij maar.’ Ze schieten in de lach en iedere keer als ze opzij kijken of de ander begint, kriebelt de vrolijkheid steeds verder omhoog. Het is of de spanning die zich sinds Doughs aankomst op het eiland tussen hen opbouwde eindelijk een vluchtweg heeft gevonden.

Het laatste daglicht kleurt de hemel oranjerood en Dough schenkt hun glazen bij. De chips kraken en een schaap blaat. Ze eten en drinken in de stille vertrouwdheid van een stel dat elkaar al meer dan een half leven kent. En ergens is dat natuurlijk ook zo.
‘Kan jij je de tijd nog herinneren dat je in Oxford studeerde?’
‘Mijn studietijd, hoe kom je daar ineens bij en hoe weet jij eigenlijk waar ik studeerde?’ Het is of een gordijn over haar gezicht sluit en ze draait zich van hem weg.
‘Het is niet mijn bedoeling om je van streek te maken. Het punt is dat ik gelijk met jou in Oxford studeerde, kan jij je nog die jongen herinneren waarmee je eindeloos hebt gedanst? Schuifelen op de sentimentele muziek uit die tijd.’
Ze blijft zwijgen en hij ploetert door. ‘Sinds ik je hier op het eiland zag, was er iets. Iets dat jeukte aan de rand van mijn geheugen en toen ik vorige week jouw dochter tegenkwam op het strand klikte er opeens iets open in mijn hoofd.’
Nu kijkt ze hem aan en haar ogen glijden in het bijna donker als zoeklichten over zijn gezicht en hij vraagt zich af wat ze denkt. ‘Zeg eens wat, ook als je het je niet herinnert.’
‘Wat moet ik zeggen? Het is allemaal zo lang geleden en dan komen we elkaar nu hier op dit afgelegen eiland weer tegen? Ik snap het niet.’
‘Je herinnert het je?’
‘Dat wel. Ik begrijp alleen niet waarom we elkaar nu weer hier ontmoeten.’
‘Toeval, het lot. Maakt het wat uit?’
Opnieuw kijkt ze van hem weg en hij vraagt zich af wat er door haar heen gaat. Spijt dat hij het onderwerp aangesneden heeft raast omhoog, waarom heeft hij de ontspannen sfeer tussen hen niet gekoesterd? Meegaan in het moment, voor één keer had hij dat toch wel op kunnen brengen?
‘Je liet mij zitten.’ Haar stem klinkt zacht, verdriet hapert erin door.
‘Hoe kom je daar nou bij?’
‘De volgende dag in de pub. Ik zat op je te wachten, maar je kwam niet.’
De volle ruimte. Een blond hoofd dat zich naar haar toe boog en iets in haar oor fluisterde. Haar hoofd dat naar achteren boog en haar hals teer en verleidelijk ontblootte. Ook nu weet hij nog hoe zacht hij onder zijn lippen was. Haar zoete geur, als zomerbloemen in de wei. ‘Ik was wat te laat en je was aan de bar met een man in gesprek. Ik heb nog naar je gezwaaid maar je zag het niet.’ De jaloezie die als een vlijmscherp geslepen mes door zijn hart sneed. Nu zou hij zich niet zo snel hebben ontmoedigen. Tranen laten haar ogen schitteren als smaragden en hij steekt zijn hand uit om haar wangen droog te vegen.
Ze trekt haar hoofd terug. ‘Ik moet nadenken. Sorry.’ Ze staat op en hij kijkt haar na. Pas als ze is opgelost in het donker van de avond stopt hij hun rommel in zijn rugzak.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

16 reacties

  1. Nelleke op 1 november 2020 om 08:19

    Heerlijk begin weer van de zondagochtend.
    Dank daarvoor!

    • Marceline de Waard op 1 november 2020 om 09:00

      Graag gedaan, Nelleke! 🙂

  2. Marja op 1 november 2020 om 10:13

    Wat schrijf jij leuk, jammer maar zo’n kort stukje. Ik wil elke zondag best meer lezen. Heerlijk kopje koffie erbij en even helemaal op een Schots eiland. Complimenten hoor!

    • Marceline de Waard op 1 november 2020 om 11:35

      Dank je wel, Marja, dat zijn wel hele fijne complimenten.

  3. Ben op 1 november 2020 om 10:44

    Mmmmm het gaat heerlijk verder zo. Dit is nog lang niet afgelopen. Heerlijk!

    • Marceline de Waard op 1 november 2020 om 11:36

      Dank je wederom, Ben 🙂

      • Louise op 1 november 2020 om 19:57

        Wat een verrassende wending!
        Mooi hoe je de emoties van de personages beschrijft.
        En het landschap zo filmisch.
        Op naar volgende week.
        Verheug me nu alweer.
        Dankjewel Marceline en een fijne week!

        • Marceline de Waard op 1 november 2020 om 22:26

          Fijn Louise, dank voor je mooie woorden, ik schreef het graag. tot volgende week!

  4. Jenny op 1 november 2020 om 11:23

    Fijn om dit verhaal te lezen….ga zo door, erg leuk ik verheug me er op.

    • Marceline de Waard op 1 november 2020 om 11:36

      Dat is heel fijn om te lezen, Jenny, dank je wel!

  5. Nelleke op 1 november 2020 om 15:40

    Echt leuk!
    Wij wonen in Schotland (Westkust, tegeover Islay en Jura) en komen regelmatig op de eilanden (Islay, Jura, Gigha en ook op Lewis, Harris en Skye geweest; je omschrijft de karakters en het (eiland) leven daar heel goed: de vriendelijkheid, de onderliggende jaloezietjes, rivaliteit maar ook de grote saamhorigheid.
    Dit moet een boek worden🙂

    • Marceline de Waard op 1 november 2020 om 19:48

      Dank je wel, Nelleke, dat is nog eens een supercompliment! Ik bloos van genoegen 🙂
      En wat wonen jullie op een prachtige plek, om jaloers op te worden.Ken je dan ook de Kilberry Inn? een van onze favoriet Inns, meerder malen teruggeweest . Je ziet, ik word meteen nieuwsgierig.

      • Nelleke op 2 november 2020 om 14:35

        Hi Marceline,
        Ja, de Kilberry In zijn onze buren ( 10min lopen de heuvel op😉)
        Wij hebben een Holiday Park in Kilberry ( mn man en zn familie)
        Je verhaal doet me wel denken aan Colonsay, waar je bij laag water naar Oronsay kan lopen, waar die Abbey ruine is!
        Ik geniet echt van he verhaal hoor! .Wanneer was je voor het laatst in de Kilberry Inn?
        Groetjes!

        • Marceline de Waard op 2 november 2020 om 22:17

          Hallo Nelleke, Volgens mij zijn wij wel eens die kant opgelopen. is het in de richting van het hertenkamp en de rolling stones? het is alweer even geleden dat wij daar waren, ik gok in 2016 maar ik kan er een jaar naast zitten Ik hoop dat jullie en Claire en David het redden.
          Leuk dat je ook een aantal elementen van Colonsay herkent..

  6. Bep op 1 november 2020 om 19:47

    Zó jammer, veel te kort! Ik zou wel zo in één keer door willen lezen, het verhaal boeit me intens, Marceline! Helaas, nu maar weer wachten tot volgende week. Fijne week!

    • Marceline de Waard op 1 november 2020 om 19:49

      Dank je wel, Bep, dat is heel fijn om te lezen voor mij!

Laat een reactie achter