HET FAMILIEBEZIT

Louisa’s mond is een streep. Haar mes en vork krassen over het bord en ze schuift de biefstuk naar de rand. Haar kiezen krijgen het rode vlees niet meer weggekauwd, maar haar zoons en hun vrouwen zijn dol op de steaks van de lokale Anguskoeien. Om die reden serveerde ze deze vanavond in plaats van een botergaar gesudderde lamsstoofpot.
‘Toe nou moeder.’ Alistair, haar oudste zoon, slikt zijn laatste hap door. ‘Het onderhoud van het kasteel is onbetaalbaar en het bod van de projectontwikkelaar is ronduit fantastisch.’
Zijn moeder staart naar de open haard waar de laatste blokken hout liggen te smeulen. De wind perst zich door de sponning van het raam. Ze huivert bij de gedachte dat projectontwikkelaars het kasteel, dat al generaties lang in het bezit is van haar familie, willen veranderen in een luxehotel.
‘Hij heeft gelijk, moeder.’ Bruce, haar jongste zoon, valt zijn broer bij. ‘U zit helemaal te rillen, nog even en het is hier onbewoonbaar.’ Zijn vrouw Kirsty trekt haar wollen sjaal strak om zich heen.
‘Moet u zich eens voorstellen wat we met het geld kunnen doen.’ Haar oudste zoon legt zijn hand op die van zijn moeder. ‘Bruce en ik kunnen alvast onze erfenis krijgen en er blijft genoeg over voor een mooi appartement voor u in Edinburgh.’
‘Dat zou toch heerlijk zijn. Dan woont u vlak bij ons en kunt u uw kleinkinderen vaker zien.’ Rhona, Alistairs vrouw, kijkt haar schoonmoeder stralend aan. ‘Er is een heel mooi complex langs de rivier voor senioren. U zult het er heerlijk vinden.’
Louisa trekt haar hand onder die van Alistair vandaan. Een appartement in Edinburgh? Werkelijk, Rhona is een lief kind, maar ze snapt er niks van. ‘Kirtsy en Rhona, ruimen jullie af? En daarna graag koffie in de salon.’ Haar stoelpoten schrapen over de stenen vloer.

‘Dat meent u niet.’ Ian MacPherson kijkt Louisa geschokt aan.
‘Dat meen ik wel.’ Ze heeft Murphy, de plaatselijke aannemer, een offerte laten maken voor de restauratie van het kasteel en de tuinmanswoning. Ze gaat voor het raam staan. Buiten kijken de bergen neer op het Loch dat glinstert in de middagzon. De tuin die zich voor de studeerkamer uitstrekt, tekent er schril bij af. Verwilderd, zoals het huis aan het vergaan is.
‘Maar u kunt toch niet uw erfgoed vergokken?’
‘Vergokken? Dit is geen gokken. Dit is de enige manier om te zorgen dat er een echte familie in het kasteel komt wonen. Mijn zoons willen het niet, die zien alleen maar het geld dat ze krijgen als ik het kasteel aan een projectontwikkelaar verkoop.’ Louisa draait zich om en buigt zich naar Ian toe. ‘Als het dan zo moet zijn dat er hier na eeuwen geen MacLachlans meer wonen, is het beste dat ik kan doen, zorgen dat een andere familie een thuis van het kasteel maakt in plaats dat een projectontwikkelaar er een schreeuwerig hotel voor de rijken van maakt.’ Louisa hijgt, het is lang geleden dat ze zo’n betoog hield.
Ian deinst naar achteren bij het horen van de felheid in haar stem. Louisa schuift hem een krantenartikel toe. ‘Als een Engelsman dit kan regelen, moet het niet al te ingewikkeld zijn. En als jij het niet wilt doen, zoek ik een ander.’ Ze glimlacht als ze zijn afgrijzen ziet. Hij is al vijfentwintig jaar de notaris van de MacLachlans. Een rol die zijn vader voor hem vervulde en zijn grootvader weer voor hem. Ze hoort hem bijna denken: Een andere notaris? Over mijn lijk.
Hij pakt het artikel over de Engelsman die zijn Italiaanse palazzo via een loterij verkocht. Het principe was simpel: hij verkocht net zo lang loten van twee euro per stuk totdat het gewenste bedrag bereikt was waarna het winnende lot getrokken werd. En om te voorkomen dat projectontwikkelaars meededen, had hij het aantal loten per deelnemer gemaximeerd op vijf.

‘Ja, dit bedoelde ik.’ Louisa kijkt op van het uitgewerkte voorstel voor Castle-Lottery. Het is een week later en Ian MacPherson heeft haar wensen uitgewerkt. Er worden vierhonderdvijftigduizend loten van vijf pond per stuk verkocht. De winnaar krijgt het door aannemer Murphy gerestaureerde kasteel, met een fonds om blijvend in het onderhoud te voorzien. Alistair en Bruce ontvangen hun kindsdeel en Louisa kan zolang ze leeft in de tuinmanswoning wonen.
Ze schuift haar bureaustoel naar achteren en pakt een fles single malt whisky uit het drankenkastje naast de boekenkast. De geur van turf verwarmt haar neus als ze hem inschenkt.
‘Slàinte mhath.’ Louisa tikt haar tumbler tegen die van Ian.

Uit: Schandalig en andere zondagverhalen

Inmiddels is mijn nieuwe roman ‘Nevels’ ook verkrijgbaar als e-book. Ook is het te lezen met een Kobo-plus abonnement. De paperback is nog steeds bij iedere (online)  boekwinkel verkrijgbaar, een gesigneerd exemplaar bestel je hier.
Wil je weten wat anderen van Nevels vinden? Neem dan een kijkje op mijn recensiepagina.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

2 reacties

  1. Ben op 4 februari 2024 om 07:55

    Dit zouden meer mensen moeten doen. Heerlijk zo’n onafhankelijke vrouw!

    • Marceline de Waard op 5 februari 2024 om 07:23

      Dankjewel, Ben!

Laat een reactie achter