‘Tot volgend jaar.’
Jane zwaait terug. Vandaag komt de ferry aan. Het is de dag waarop veel vakantiegangers vetrekken, nieuwe arriveren en de bestellingen van de eilandbewoners aankomen.
‘Goddank, eindelijk, kan ik van dit vreselijke eiland af. Als jij nog eens met zo’n onzalig vakantieplan komt, zeg ik nee. Heb je het goed gehoord?’ Vol ontevredenheid komt de stem van Richards zeurvrouw dichterbij en Jane trekt zich terug in de schaduw van haar Post – Shop. Sinds die ene keer dat het paar op de picknicktafel voor haar winkel neerstreek, heeft zij ze niet meer gezien. De confrontatie met haar ex-minnaar en de verwarrende mix van oplichting en gekwetstheid omdat hij haar niet herkende, hielden haar de afgelopen dagen gekluisterd aan haar winkel en huis. Iedere stap die hij richting de pier zet, voelt alsof ze een stukje van haar vrijheid terugkrijgt.

De neus van de ferry gaat open. Als eerste rijden de bestelbussen de pier op, al snel volgen de passagiers en lopen de eerste vertrekkers de boot in. Jane’s adem stokt. Wat doet Shauna hier? Er is toch niks met Elizabeth, met Jeremy? Op het moment dat ze naar haar toe rent, loopt haar peetdochter rakelings langs Richard. Hij blijft staan, net als zijzelf. Shauna lacht als ze haar peetmoeder ziet en zwaait. Jane wordt koud van binnen, het is alsof ze in de spiegel naar een jongere versie van zichzelf kijkt. Richard draait zich om, zijn blik vangt haar ogen. Ongeloof maakt plaats voor boosheid. Onbegrip en afgrijzen, zijn ogen fonkelen er zo fel van dat ze verschrikt achteruit stapt. Zijn vrouw trekt aan zijn arm, zijn mond vormt een woord, ze meent dat hij “verraadster” mimet. Hij draait zich om en verdwijnt met zijn echtgenote in de neus van de ferry.

‘Ben je niet blij mij te zien?’
‘Natuurlijk wel.’ Jane trekt Shauna dicht tegen zich aan.
‘Je keek zo verschrikt, het leek wel of je bang was om te worden aangevallen.’
De shock van de laatste confrontatie met Richard ebt langzaam weg, in plaats daarvan komt de rust van de zekerheid dat ze hem nooit meer zal zien. De opluchting wordt gelijk gevangen door het gevoel van angst die de eenzame komst van haar peetdochter in eerste instantie opriep. ‘Alles is toch wel goed thuis?’
‘Hoezo?’
‘Je bent helemaal alleen en jullie komen altijd pas in augustus.’
‘Ik ben oud genoeg om alleen te komen.’
Jane glimlacht en geeft haar een kus. Ze loopt naar de bestelauto voor haar winkel. ‘Even mijn nieuwe voorraad in ontvangst nemen. Logeer je in het hotel?’
‘Nu ik alleen ben, dacht ik dat ik wel bij jou kon blijven slapen.’

‘Wat doe jij meestal ’s avonds?’ Shauna zet het laatste bord in het afdruiprek en draait zich om naar haar peettante.
‘Na het eten maak ik altijd een wandeling langs het strand, daarna zet ik thee en lees een boek.’
‘Dat laatste had ik al geraden.’ Ze grijnst, voor het eten zijn ze een uur bezig geweest boeken uit Jane’s extra slaapkamer te halen zodat Shauna er kon slapen. ‘Mag ik mee?’

Aan het eind van het pad voor Jane’s huis gaan ze de zwarte keien over naar het verlaten strand. Het is het begin van de onbewoonde westpunt van het eiland en alleen overdag komen hier wandelaars. Voor het eerst sinds ze hier woont, deelt ze dit moment. De lucht verroert zich nauwelijks en de zee kabbelt gemoedelijk het strand op, verderop grazen schapen het groen tussen de rotsige grond van de bergen weg.
‘Mama heeft met mij haar oude foto’s opgeruimd. Er waren ook foto’s bij toen jullie net zo oud waren als ik nu.’
Opeens voelt de lucht zwaar, drukkend, alsof een onweer op het punt staat los te barsten.
‘Waarom hebben jullie het mij nooit verteld?’
Wat moet ze zeggen? “Je wist toch dat je geadopteerd bent”, zou klinken als een belediging. Ook “het doet er niet toe” of “wat zei je moeder”, voelt niet passend. Het moment vlak na de geboorte, ze legde haar dochter in de armen van haar beste vriendin. Liefde, geluk, magie? Geen woorden waren toereikend voor de siddering die tussen Elizabeth en de baby ontstond, het was dat moment dat de band tussen de echte moeder en dochter ontstond. Haar biologische rol werd irrelevant.
‘Vanaf het moment van je geboorte is Elizabeth je moeder, dat is het enige dat belangrijk was.’
‘Hoe kan je dat nu zeggen?’ Shauna klinkt boos en verdrietig tegelijk, ze schudt de arm die Jane om haar heen slaat van zich af.
Ze komen aan het eind van het strand, klauteren omhoog en gaan zitten op een uitstekend stuk rots.
‘We houden allemaal zielsveel van je. Niet alleen je vader en je moeder, ook ik als je peettante. Je was altijd zo gelukkig als ik jullie zag.’ Ieder jaar bracht het gezin een vakantie door op haar eiland, ieder jaar voelde ze zich bevestigd in de juistheid van haar keus.
‘Mama zit iedere dag bij het monument voor haar miskramen. Ik ben voor haar tweede keus en jij wilde mij al helemaal niet hebben.’ Tranen verstikken Shauna’s stem. Machteloos trekt Jane haar tegen zich aan, haar hart huilt mee om het verdriet dat in gierende golven haar dochter verlaat.

‘Weet je waarom je moeder jou Shauna noemde?’ Ze lopen over het strand terug naar huis. De zon zakt langzaam in zee en de maan piept tevoorschijn tussen de sluierwolken. Het beginnende duister hult Jane in een cocon die het spreken makkelijker maakt. Ze negeert de stilte naast haar en praat door. ‘Het is een Ierse naam en het betekent geschenk. Dat was je voor haar, een geschenk van de elfen. De stenen cirkel die jij het monument voor haar miskramen noemt, heeft veel meer betekenis dan dat. Je weet dat je moeder Ierse is, haar vader verbood haar terug te komen. Voor je moeder is de cirkel de toegang tot de ondergrondse wereld van de Aes Sidh, de elfen die de grens bewaken tussen ons bestaan en de andere wereld. Ik begrijp het ook niet helemaal, maar voor je moeder is het een soort levensader naar waar ze vandaan komt, naar haar moeder. Jij bent echt het allerliefste wat ze heeft. Geloof mij, ik zag het toen ik haar na jouw geboorte in haar armen legde en ik zie het ieder jaar als jullie hier op vakantie zijn.’ Nu is het Jane’s stem die dichtslaat van de tranen.

‘Wie was mijn vader?’
Het is de avond voor Shauna’s vertrek en hun laatste wandeling samen. De afgelopen dagen waren vredig en intiem, toch voelde Jane iets gereserveerds dat er vroeger nooit was. Tot nu. Automatisch gaan haar gedachten naar Richard. De verliefdheid van hun eerste ontmoeting, de stiekeme afspraakjes in haar flat, hun hemelse vrijpartijen, zijn woede nadat hij ontdekte dat ze zwanger was.
‘Waarom zeg je niks? Is het soms mijn vader?’
‘Je vader? Bedoel je Jeremy?’ Van verbazing vergeet ze door te lopen.
‘Zo gek is dat toch niet? Misschien hadden jullie dat wel bedacht omdat mama zelf geen kinderen kon krijgen.’
‘Nee, lieverd, dat is nooit in ons hoofd opgekomen.’ Ze hervat haar pas en haakt haar arm in die van Shauna.
‘Wie was het dan?’
Zijn gezicht voor hij met zijn zeurvrouw in de ferry verdween, de manier waarop hun verhouding oploste in het niets. ‘Een niets, een niemand.’ De woorden komen als vanzelf en verlichten haar hart, bevrijden haar van iets dat er eigenlijk nooit was.
‘Waarom wil je het niet vertellen?’
‘Omdat het er niet toe doet. Het moest zo zijn.’ De Aes Sidh vertelden het mij. De vanzelfsprekendheid waarmee Elizabeth haar verwelkomde die dag dat ze bij haar langskwam om te vertellen dat ze zwanger was. Van diezelfde elfen had zij ook al begrepen dat ze het kind aan haar zou schenken. Dat moment, vol van oerkracht, oerdrift. Het was aards en vrouwelijk, vol van het besef dat het ontstaan van nieuw leven meer is dan het samenkomen van een vrouw met een man. Ze voelde het in haar vezels, maar ziet niet hoe ze er woorden aan kan geven om het uit te leggen aan de dochter die hier uit voorkwam.
‘Wat een flauw antwoord.’
‘Het is gewoon zo.’
‘Je gaat het mij niet vertellen.’ Shauna klinkt berustend, haar gezicht staat teleurgesteld. Op zoek naar het juiste antwoord trekt Jane haar dicht tegen zich aan. De ondergaande zon komt onder het grijze wolkendek vandaan. Oranje, rood, geel. Wolken worden flarden, één wervelt weg, een elf danst. Pff, alsof de elf haar brein beroert en de juiste woorden aantikt: ‘onthoud het zo, je bent uit liefde ontstaan en in liefde ontvangen.’

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

10 reacties

  1. Nelleke op 10 mei 2020 om 10:01

    Wat een prachtig ontroerend moederdagsgeschenk. Wat goed dat de elf jouw brein beroerde om je de prachtige laatste woorden te schenken….

    • Marceline de Waard op 10 mei 2020 om 10:07

      Dank je wel, Nelleke, voor je mooie compliment!

      • Bep op 11 mei 2020 om 01:31

        Zo mooi geschreven vervolg, ik had er al op gehoopt.
        Wat sluit je het mooi af !

        • Marceline de Waard op 11 mei 2020 om 16:06

          Dank je wel, Bep, fijn om deze feedback te krijgen.

  2. Ben op 10 mei 2020 om 10:15

    Niet gedacht dat er nóg een vervolg in zat. En wat een mooi vervolg! Zo mooi geschreven, meeslepend en ontroerend. Weer een pareltje op deze zondagochtend, de dag beginnen met een goed gevoel, heerlijk!

    • Marceline de Waard op 10 mei 2020 om 10:18

      Een pareltje nog wel, 🙂 Dank je wel, Ben.

  3. Karin op 10 mei 2020 om 11:05

    🧡

    • Marceline de Waard op 11 mei 2020 om 16:07

      🙂

  4. Thole op 11 mei 2020 om 10:22

    Je verstaat de kunst om te schilderen met woorden; mooi drieluik……?.

    • Marceline de Waard op 11 mei 2020 om 16:07

      Wat een gaaf compliment! Dank je wel, Thole. En, ja: een drieluik.

Laat een reactie achter