GENAAID

Mijn schrijfwedstrijd ‘echo’ was aanleiding om mijn oude zondagverhalen eens door te spitten op het woord ‘echo’. En zo vond ik dit verhaal uit de zomer van 2017, het prille begin van mijn schrijfcarrière. Wat vind je? Kan het er nog mee door of kan ik het beter naar de prullenmand verplaatsen? Leuk als je me dit laat weten in de opmerkingen!

GENAAID
De voordeur knalt dicht en dan is hij weg. Automatisch ruim ik op. Ik bedenk dat mijn bed nog overhoop ligt. Ik kan vast niet slapen maar tussen de lakens van afgelopen nacht liggen zie ik niet zitten en in opblijven heb ik ook geen zin. Dus verschoon ik mijn bed. Mijn gedachten malen.  
En hoe ik ook mijn best doe, de beelden van gisteravond laten zich niet terugduwen.

Ik was met Claudia naar de film geweest en had mij laten overhalen tot een afzakkertje. We zaten aan onze tweede Hugo en Wout stapte binnen. Ik verslikte me bijna en Claudia volgde mijn blik. ‘Is dat niet …’
Ik knikte. Wout en ik hadden een tijdje iets gehad maar zijn halfslachtige pogingen om bij zijn vriendin weg te gaan, maakte dat ik er een punt achter zette. Hij keek om zich heen, zijn blik ving de mijne en even stond de wereld stil.
‘Hij is alleen. Misschien is hij wel bij haar weg.’ Claudia gaf mij een duw.  ‘Ga naar hem toe.’

Nu wijt ik het aan de alcohol die hard aankwam na vier dagen vroeg opstaan. Hij lachte en sloeg zijn armen om mij heen als antwoord op mijn vraag of hij voorgoed bij haar weg was. Ik vroeg niet verder maar liet mij gewillig door hem wegvoeren, aangemoedigd door de grijns en opgestoken duimen van Claudia.
Met de bevlekte lakens in mijn armen loop ik de gang op. Ik wend mijn blik af van de trap naar de voordeur. Te laat en de film van vannacht speelt zich weer af.

We waren naar mijn huis gegaan. Zodra de voordeur op slot was lag ik in zijn armen, maanden van verlangen ontlaadde. Ongeduldig plukten we aan elkaars kleding. Hij duwde me tegen de muur, schoof mijn slipje naar beneden en kwam in mij. Wild, hard, opwindend. Het was dat de muur achter mij stond, anders was ik linea recta omlaag gegleden.
Uiteindelijk belandden we in bed. En waar ons vrijen in het verleden wat saai was, waren we nu onvermoeibaar en vreeën we de sterren van de hemel.

Nu wijt ik het aan het feit dat ik zo dronken van verlangen was, dat ik mij niet afvroeg waarom de voorzichtige minnaar veranderd was in een heet beest dat mij liet jubelen als nooit tevoren. Ik dacht dat het zijn hernieuwde vrijheid was die maakte dat hij zich eindelijk bij mij kon laten gaan.
Ik prop de lakens in de wasmand naast de wastafel. Uit gewoonte geef ik mij over aan mijn avondritueel. Ik haal de mascara van mijn ogen en onvermijdelijk dringt zich het beeld op van vanochtend. 

Ik bracht mijn mascara op en mijn lijf bruiste zo van geluk dat er geen ruimte was voor ontbijt. Mijn hart zong en ik negeerde het feit dat het wel raar was dat hij wegging terwijl ik sliep, een briefje met ‘het was fantastisch’ op het aanrecht achterlatend. En het beetje twijfel dat dit achterliet, verdween tussen de middag door zijn WhatsAppje: ‘Kan ik vanavond bij je langskomen? Ik ben bij haar weg. Voorgoed.’ Dat weet ik toch al, dacht ik en tikte: ‘Kom je eten? Zes uur ben ik thuis.’
Om zeven uur stond hij met een grote bos rozen voor de deur: ‘Ik ben voor altijd bij haar weg. Wil je mij nog?’
‘Natuurlijk!’ Ik pakte de bloemen van hem aan, legde ze op tafel en sloeg mijn armen om zijn nek. ‘Dat heb je toch wel gemerkt?’
Hij maakte mijn armen los. ‘Ho, niet zo snel. Hoe had ik dat moeten merken? Je hebt maanden niks van je laten horen.
‘Hè, en vannacht dan?’
Zijn wenkbrauwen trokken samen. ‘Heb je mij vannacht iets gestuurd? Ik heb niks gezien.’
‘Je was toch hier?’ Ik snapte er niks van.
Even was het stil dan werd hij bleek. Hij slikte. ‘Je weet toch dat ik een eeneiige tweeling ben? Twee druppels water?’
Ik keek hem nog steeds niet begrijpend aan.
‘Ik zou toch nooit alleen gaan stappen zonder eerst jou te bellen dat ik bij haar weg ben?’
Er begon mij iets te dagen. ‘Bedoel je …’ Ik wilde het niet weten.
‘Ik heb je toch vertelt dat Walt, mijn tweelingbroer, alles wil hebben wat ik heb.’  

Nu wijt ik het aan het feit dat ik zo ongelooflijk naïef kan zijn dat ik in de val van Walt trapte.
Mijn ogen branden. De woorden van Wout echoën in mijn hoofd. Als er een iemand is die het verschil tussen mij en mijn broer zou moeten merken, ben jij het wel. Godverdomme! Ik hield van je. Wat ben jij een stomme koe!
De voordeur knalde dicht.

***
SCHRIJFWEDSTRIJD ECHO: Wil je meedoen? De details en voorwaarden vind je hier. Je hebt nog twee weken om je verhaal in te sturen.
IN DE STILTE DE ECHO: Mijn nieuwe roman is als paperback en e-book te koop in je favoriete (online) boekhandel, te lezen met Kobo-plus, Kindle en in de (online) bibliotheek. Een persoonlijk gesigneerd exemplaar bestel je via zondagverhaal@gmail.com.
Waardering: Mijn nieuwe roman krijgt fantastische recensies en waarderingen, de meeste lees je op Hebban (link). Heb je ‘In de stilte de echo’ ook gelezen? Fijn als je dan ook een reactie plaatst op Hebban of elders. Een sterrenwaardering is genoeg, een recensie heel speciaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

2 reacties

  1. Nelleke Sheldrick op 17 mei 2026 om 12:42

    Oeps, dat was een beetje dom……geweldig verhaal!

  2. ben op 17 mei 2026 om 18:38

    Deze kan nog prima!

Laat een reactie achter