‘Nog een biertje?’
‘Doe maar niet, het is een lange dag geweest.’ Dough schuift zijn pintglas van zich af. Verbeeldt hij het zich, of gaat er echt een zucht van opluchting door de bar? Als hij even later de deur achter zich dicht trekt, klinken de stemmen van de mannen in ieder geval een stuk luider. Gelach laait op en hij vraagt zich af wat er ineens zo vermakelijk is.
Verlangend kijkt hij opzij. Jane’s post-shop steekt wit af tegen het donker van de avondlucht en hij bedwingt de aandrang om achter de winkel op het bankje voor haar cottage te wachten tot ze terugkeert van de wekelijkse vrouwenavond. Zou zij na de meer dan twintig jaar die ze hier woont, door de eilanders opgenomen zijn als één van hen? Vanavond voelde hij zelf voor het eerst sinds hij weer op het eiland woont de kloof tussen hem als Laird en de andere eilandbewoners. Al bleef het onuitgesproken, het voelde alsof hij op een gammele brug boven een kolkende rivier liep.

Hij loopt de weg op langs het hotel en de kerk. Met zijn handen in zijn zakken voelt hij zich net zo eenzaam als in zijn jeugd in de tijd dat de scheidslijn tussen de zoon van de Laird en de andere jongens zich steeds meer aftekende. Als kleine kinderen speelden ze in zijn herinnering eindeloos langs het strand en in de bergen. Ze hielpen met de schapenjacht als er geschoren moest worden, plukten oesters op de rotsen en probeerden op het laatste moment de oversteek terug van Beag, het kleine eiland te maken voordat de vloed dit onmogelijk maakte. Wanneer veranderde de kameraadschappelijk sfeer? Was het de zomer dat de jongens opeens oog kregen voor de meisjes? Vanaf hun beschutte plek tussen de rotsen boven de kreeftenbaai begluurden ze als jongens de ontluikende vrouwelijkheid. De stille opwinding die tussen hen opsteeg als de meisjes zich tot op hun badpak uitkleden en elkaar in het water nat spetterden. Hij was niet de enige die met Coira’s vormen op zijn netvlies in slaap viel.

Ongemerkt is hij bij zijn huis aangekomen. De afbladderende verf straalt de kilte uit die hem binnenshuis wacht. Hij heeft geen zin om het hout in het fornuis op te stoken en hij loopt door richting de kreeftenbaai. Vlak voor de weg afdaalt naar het water is tussen de struiken een smalle opening. Het geitenpaadje, hoe vaak heeft hij hier als jongen niet overheen gelopen? Hoewel de meeste mensen via het strand achter de post-shop naar het uitzichtpunt op Beag gaan, is dit vanaf zijn huis de kortste weg.
Het pad is nauwer dan in zijn herinnering. Grilliger ook en zeker vele malen steiler. Tegen de tijd dat hij op het hoogste punt is, blijft hij staan om zijn adem tot rust te laten komen. Als jongeling klauterde hij dit pad over met het gemak van de beesten waarna dit pad is genoemd en hij neemt zich voor vaker deze route te nemen om zijn conditie opnieuw op dat peil te krijgen.
Onder hem versluiert de verlichting uit de huizen de sterren aan de hemel. Hij probeert uit de reikwijdte van de verlichting te achterhalen of Jane al thuis is. ‘Jane.’ Hij fluistert haar naam en verliefdheid stroomt door zijn aderen

Alsof ze is ontsnapt aan de Spaanse Inquisitie, de opluchting waarmee Jane de deur achter zich dichttrekt, kan niet groter zijn. Door het ongeloof waarmee haar antwoorden over haar lunch met Dough – ‘we hebben het echt alleen maar over de serre en Isla’s soep gehad’ – werd ontvangen, wiebelde ze ongemakkelijk op haar stoel.
Zelfs het nieuwtje dat Dough zijn Nederlandse vrouw in Londen ontmoette en dat hij een miljardenbedrijf met het startkapitaal van zijn schoonvader heeft opgebouwd, kon de aandacht niet weghalen van haar lunch met hun Laird.
‘Je bent nog nooit vergeten om de winkel op tijd open te doen,’ zei Finola, ‘en jullie waren wel heel erg in elkaar verdiept toen ik op het raam tikte.’
Het was een opluchting dat Isla haar oma kwam halen en de aandacht van Jane wegtrok met haar enthousiaste gebabbel over haar nieuwe baantje in Jane’s winkel. Na een compliment over de heerlijke vissoep van Isla die ‘zeker op de menukaart van de lunchroom komt’, zag ze haar kans schoon om te vertrekken.
Uit de tot bar omgebouwde schuur bij de haven komt gelach. Zou Dough daar nu zijn? Ze bedwingt de neiging om door het raam naar binnen te gluren en loopt de laatste paar honderd meter naar huis.

Nu Dough over het hoogste punt is, slingert het geitenpaadje zich comfortabel richting de zee. Ondanks dat hij zo stil mogelijk loopt om de schapen die als reuze paardenbloempluizen verspreid tussen de rotsen liggen niet te wekken, wordt de stilte af en toe verstoord door een geïrriteerd klinkend geblaat.
De in het maanlicht badende zee komt langzaam in zijn gezichtsveld. Verderop ligt Beag er verlaten bij zoals het er al meer dan eeuwen bij moet liggen. Hij voelt zich nietig, onbetekenend. Zou het hier ook zo verlaten zijn geweest toen zijn verre voorvader Niall op het kleine eland strandde? Hij kwam in de zesde eeuw hier aan land, afgedreven van de vloot vol Ieren, op weg om de heidense Kelten te kerstenen. Volgens de overlevering maakte Niall op een dag met laagwater de oversteek naar het grote eiland, de Hebridensmaragd. Op het punt waar Dough nu staat, het kruispunt van het geitenpaadje met het pad naar het strand achter Jane’s huis, daalde hij af naar het strand. Vanuit de zeemist kwam een vrouw naar hem toe. Ravenzwarte lokken en ogen als smaragd betoverden hem.
Verlangen als een door de wind opgeschuimde golf, meer dan veertienhonderd jaar geleden raasde het in Nialls aderen en nu in die van Dough. Hij holt het pad af en fluisterde hij eerder vanavond haar naam, nu schreeuwt hij hem uit: ‘Jane.’

Voor de zoveelste maal begint Jane aan een nieuw hoofdstuk. Het gezicht van Dough blijft boven de woorden zweven, het getwinkel in zijn ogen, het felle blauw en zijn lach omlijst door dat gekmakende stoppelbaardje waar ze zo graag haar vingers langs wil laten schuren. Was het nog maar eergisteren dat ze samen op het strand zaten en hij haar vertelde dat hij de jongen uit haar studententijd was waar zij hals over kop op viel? Wat als hij de dag erna niet te laat was geweest? De onzekerheid van de jeugd, hoe anders zou ze nu hebben gereageerd.
Jane, alsof hij bij haar zit, lokt zijn stem. Ze klapt het boek dicht, trekt haar schoenen aan en pakt haar jas.

De nacht kleurt de hemel van blauwgroen naar oranjerood en violet. Sterrenlicht geeft het zand tussen de donkere stenen een mysterieuze gloed.
Een gestalte komt dichterbij. Net als meer dan veertienhonderd jaar geleden en net als die keer op de dansvloer siddert de lucht alsof hij geladen is met elektrische deeltjes vol liefde en lust.
Ze zetten het op een rennen, recht in elkaars opengesperde armen.
Hij zwiert haar rond. Zijn baardstoppels kriebelen op haar huid, als rozenblaadjes strelen haar lippen zijn mond.
Sterren knipogen en de maan gaat feller schijnen.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

10 reacties

  1. Bep op 22 november 2020 om 08:22

    Wat heb ik genoten van je verhaal, je beschrijft het zo mooi! Dankjewel en een fijne zondag Marceline!

    • Marceline de Waard op 22 november 2020 om 09:01

      Fijn, Bep! Dank je wel.

  2. Ben op 22 november 2020 om 09:24

    Ja, we moesten even geduld hebben en dan krijg je ook wat…. Heerlijk!

    • Marceline de Waard op 22 november 2020 om 12:33

      Fijn dat je het geduld had, Ben!

      • Claudia op 22 november 2020 om 14:02

        Heerlijk weer… Ff een rust moment in bad met het zondagverhaal… Thanks. 😃

        • Marceline de Waard op 22 november 2020 om 15:10

          Graag gedaan, Claudia, daar is het verhaal voor!

  3. Thole op 22 november 2020 om 09:41

    Het scenario voor de verfilming is in ieder geval ook (bijna) af.

    • Marceline de Waard op 22 november 2020 om 12:35

      Ha, ha! Als dat zou kunnen, Thole!

  4. Louise Jonkman op 22 november 2020 om 16:48

    Kijk daar knapt mijn romantische hart van op! Ik haal het wel tot volgende week. En inderdaad een verfilming zou toch genieten zijn!
    Wie weet …
    Mooie week Marceline!

    • Marceline de Waard op 22 november 2020 om 17:42

      Dank je wel, Louise, soms hebben we dit inderdaad nodig. Ik wens jou ook een mooie week.

Laat een reactie achter