Sinds het voorjaar van 2017 publiceer ik iedere zondag een nieuw verhaal. Het is een mooi podium voor mijn schrijverschap geworden. Deze zomer deel ik dit met collega-schrijvers. Enthousiast stuurden zij in voor mijn wedstrijd ‘het gebeurde op een zondag.’ Al twaalf weken lang lazen jullie hier in willekeurige volgorde de verhalen die ik het mooist/best/aansprekends vond.  Vandaag sluit ik af met Frans van der Eem. In zijn schrijven is altijd veel aandacht voor de setting, met zijn woorden tovert hij mooie beelden tevoorschijn. In dit verhaal combineert hij dit met de weemoed van een verloren liefde: voor mij het perfecte verhaal voor het naderende einde van de zomer én deze wedstrijd.

APHRODITE – Frans van der Eem

De zomerwind heeft zich losgemaakt van het continent en rimpelt nu over het water richting het lange strand waarop ik zoveel weggespoelde voetstappen heb liggen. Vanochtend, toen ik uit mijn raam keek, leunde er al een vuilgele band op de horizon. Saharazand, dat niet kon wachten om een waas over ons eiland te leggen. Beneden op de droogplaats van het dorp halen lachende vrouwen snel het laatste wasgoed af. Het was de avond ervoor blijven hangen omdat de mannen vroeger terug waren gekomen van zee dan verwacht. Ik loop over het stille strand, door de stervende golven, en besef dat ik vandaag weer verliefd op je zal worden. Zo’n dag is het. De dag waarop ik je zal weerzien, moeiteloos zal herkennen na al die tijd, de zomerwind fluisterend door je rode krullen. ‘The world was new beneath a blue umbrella sky’, zingt Frank Sinatra en zo zal het aanvoelen. Voor even.

Zo lang geleden alweer. Het was op een zondag, ik weet het nog goed. De enige dag in de week dat ik niet schreef. Je stond bij de openslaande deuren naar het terras. In de laatste zuchten van de zomerwind dansten de gordijnen rond je naakte lichaam. Het ochtendlicht gloeide herfstig in je haar. Je draaide je om. Een verontschuldigende glimlach. Toen je naar mij toe liep, raapte je de kledingstukken op die je eerder, schijnbaar achteloos, op de grond had gegooid. Je aankledend, zocht je zichtbaar naar woorden. Ik kende ze al en reikte ze je aan. Bevrijd gaf je ze aan mij terug.

Het wordt nu snel eb. Zeeschuim blijft in dikke vlokken achter op het rulle zand. Met de punt van mijn wandelstok schraap ik er beverig stukken uit weg. Het overgebleven schuim krimpt in de zon. Verdicht zich tot lijnen. De contouren van een vrouwenlichaam. Jouw lichaam, zoals ik het me herinner. Zo heb ik ook altijd geschreven. Wat niets bijdroeg aan het verhaal schrapte ik. Het essentiële bleef over. Toen ik jou leerde kennen, was ik daarin een van de besten. Toen mijn roem vervaagde, vervaagde ik ook voor jou.

Het was uit schuim dat ik je voor het eerst zag oprijzen. Aphrodite. Ik had toen de boot nog en was voor anker gegaan aan de lijzijde van het vulkaaneilandje La Santa. Ik dook onder mijn drijvende huis en verraste daar een reuzenmanta. De rog wolkte omhoog uit het zand van de baai. Zijn spanwijdte was minstens vijf meter. Majestueus zweefde hij van mij weg, ongenaakbaar. Toen ik weer boven kwam, stond jij op het smalle strand, je voeten verankerd in sneldovend schuim. Je zwaaide. Je riep. Ik nodigde je uit om bij mij aan boord te komen eten. Terwijl wij elkaar beminden, verschrompelden de mosselen in hun eigen, stollende vocht.

Ik kijk om mij heen. Er is nog steeds niemand op het strand. Ik vlij mij moeizaam neer naast je lichaam, dat gevangen in krimpend schuim op het zand ligt. De uren glijden voorbij. Er zal best wel iemand langs lopen, maar ze beseffen dat wij niet gestoord willen worden. Als de weer aansnellende golven aan mijn voeten knabbelen, draai ik me naar je toe. Je bent bijna helemaal vervaagd. Met mijn vinger volg ik de nog zichtbare contouren van je lichaam. Moeiteloos overbrug ik dat wat niet meer zichtbaar is, wat ik in mijn geheugen heb gegrift. Ik ga staan. Leunend op mijn wandelstok sta ik toe dat de vloed je wegspoelt. Mijn lief.
De zomerwind duwt me terug naar huis. De droogplaats onder mijn raam is verlaten. Waslijnen ritselen werkeloos. Ik sluit de luiken en ga aan mijn werktafel zitten. Mijn vulpen krast over het papier. Nog één keer vloeien we samen.

OVER FRANS
Frans van der Eem schrijft fictie sinds begin 2017. Zijn korte verhalen verschenen tot nu toe in zeventien verzamelbundels, met nog vier op de rol in 2020. Deze zomer begint hij aan een historische roman, die zich afspeelt in de VOC-tijd. Frans verdeelt zijn schrijftijd tussen een door boeken overwoekerde werkkamer in Leusden, een lommerrijke schrijfplek op de Veluwe en de zinderende vulkanen van Lanzarote.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

7 reacties

  1. Roeli op 30 augustus 2020 om 09:27

    Een heerlijk melancholisch verhaal, dat je meeneemt in lang vervlogen tijden, die herleven door de pen van de schrijver

  2. Bep op 30 augustus 2020 om 10:20

    Mooi en teder, melancholiek geschreven verhaal neemt me mee naar toen, wat me meeneemt naar toen!

  3. Mineke Straijer op 30 augustus 2020 om 10:27

    Wat een mooi verhaal, ik zie het helemaal voor me. Petje af voor de schrijfstijl. Het maakt nieuwsgierig naar meer.

  4. Ben op 30 augustus 2020 om 11:56

    Weemoed en het geluk de liefde te hebben gekend vloeien als vanzelf samen met het landschap en wordt tijdloos. Heel mooi!

  5. Leonardo Pisano op 30 augustus 2020 om 11:57

    Ik vind de stijl meer passen bij een gedicht. Een verhaal schrijven is een ondankbare bezigheid. je beste kunnen impliceert dat je als schrijver onzichtbaar bent. Dat vind ik hier minder gelukt.

    • Frans van der Eem op 31 augustus 2020 om 12:08

      Beste Leonardo, dank voor je opmerkingen. Ik schrijf geen gedichten, dus misschien probeer ik dat wel te compenseren door zo nu en dan een poëtisch verhaal te schrijven, naast mijn spannende en (absurd-)humoristische verhalen.

      De ‘onzichtbare schrijver’ onderschrijf ik deels, al moet je er natuurlijk voor oppassen dat je eigen stem niet verloren gaat. Die is m.i. onontbeerlijk voor een goed verhaal. Schrijver en verhaal zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Anders wordt het zo bestudeerd. Mede in dat kader vind ik een verhaal schrijven beslist niet ondankbaar.

      Mijn eigen stem, noem het stijl, is de ‘setting’, voor mij de fysieke, maatschappelijke, culturele én psychologische omgeving waarmee de personages continu in interactie zijn. Bijna alsof het ook een personage is.

  6. Marceline de Waard op 30 augustus 2020 om 22:01

    Roeli, Bep, Mineke en Ben, wat fijn dat jullie het ook een mooi verhaal vonden. Dank voor jullie reacties!

Laat een reactie achter