EN HET WERD WEER LENTE

De eerste warme lentezon van dit jaar brengt de stad tot leven. Op straat is het druk en de terrasjes zijn stampvol. Mirjam speurt rond en ziet nog één lege stoel aan een tafeltje bij een man alleen. Ze manoeuvreert met haar tassen boven haar hoofd over het terras en vraagt of de stoel vrij is.
De man knikt. Ze ploft neer, schopt haar pumps uit en wriemelt met haar tenen: haar vijftig jaar oude voeten zijn niet meer gemaakt om een hele dag op hakken door de stad te banjeren. Ze legt haar hoofd in haar nek en geniet van de warmte op haar gezicht. Het is raar, ondanks de lichamelijke ongemakken waar ze vroeger nooit last van had, heeft ze zich in jaren niet zo goed gevoeld.
Ze bestelt verse muntthee. Ze negeert de donkere blik van de man naast haar en rommelt in haar tassen om even de kleuren te zien van de nieuwe outfits die ze zojuist gekocht heeft. Het was heerlijk om te winkelen zonder man die zich bemoeit met wat haar leuk zou staan of die kreunt als ze eerst twintig winkels in wil voor ze een keuze maakt.
Als haar muntthee komt kijkt ze naar de man. Zijn sombere uitstraling steekt af tegen al die vrolijke mensen om hen heen en spontaan zegt ze: ‘Wat een heerlijke dag, hè?’
Hij zucht. ‘Sorry?’
Ze houdt haar hand als een zonneklep boven haar ogen en herhaalt haar vraag.
Hij steekt zijn hand uit. ‘Johan,’ stelt hij zich voor, ‘het is zeker een prachtige dag. De eerste dag dat we weer op het terras buiten kunnen zitten.’
‘Aangenaam, ik heet Mirjam. Je lijkt er alleen niet erg van te genieten.’
‘Ach,’ opnieuw zucht hij alsof al het leed van de wereld op zijn schouders rust.
‘Sorry, ik ben soms ook zo’n flapuit.’
Hij kijkt haar aan. En hoe het komt, komt het, maar voordat hij er erg in heeft vertelt hij over het verlies van zijn vrouw en hoe hij alleen hun dochters heeft opgevoed. ‘Mijn dochters zijn nu het huis uit en de laatste tijd zeuren ze maar dat ik een vrouw moet zoeken. Daar heb ik helemaal geen zin in. Ze willen maar niet begrijpen hoe heerlijk ik het vind om met niemand meer rekening te hoeven houden.’
‘Ik snap wat je bedoelt. Ik ben sinds een paar maanden weer alleen en ik geniet daar steeds meer van. Voor mij geen man meer.’
De tijd verstrijkt en als het meisje van de bediening vraagt of ze nog wat willen drinken ziet Mirjam dat de vijf in de klok zit. ‘Een wit wijntje misschien?’ zegt ze terwijl ze Johan aarzelend aankijkt. Hij lacht, ‘natuurlijk. Voor mij graag een biertje.’
De alcohol maakt hun tongen verder los. Ze vertelt over de therapie die ze deze week heeft afgerond en het verkregen inzicht dat ze helemaal geen man nodig heeft om gelukkig te zijn. ‘Het was heerlijk om vandaag gewoon ongestoord te kunnen winkelen zonder iemand die vraagt of ik nu nog niet klaar ben,’ besluit ze haar verhaal.
Ze kijkt om zich heen. ‘Wat is het opeens rustig op het terras.’
‘Het wordt ook al laat,’
‘Ja, de tijd is omgevlogen, zullen we afrekenen?’
Even aarzelt hij, hij wil haar gezelschap nog niet kwijt. ‘Er zit een leuk restaurantje hier om de hoek. Als je wilt …’
Verrast kijkt ze hem aan.
‘Nou ja, een vrouw als jij heeft natuurlijk op zaterdagavond een volle agenda.’
Ze moet lachen. ‘Een afspraak met een boek en een pizza. Nog iets eten lijkt me heel gezellig.’
Hij wenkt de bediening om af te rekenen. De schemering valt in, de laatste zonnestralen laten zijn grijze haren verdwijnen en haar rimpeltjes vervagen.

—-
Inmiddels is mijn nieuwste roman ‘Nevels’ besteld door de bibliotheek en in veel filialen kan je hem al reserveren. In de app van de online bibliotheek is hij nu al te downloaden.
Ook is Nevels nog steeds te koop als paperback en e-book. Een gesigneerd exemplaar bestel je via een e-mail naar zondagverhaal@gmail.com
Benieuwd wat andere van ‘Nevels’ vinden? Neem daarvoor een kijkje op mijn recensiepagina.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

2 reacties

  1. Ben op 17 maart 2024 om 08:54

    Met het mooie weer deze week kan dit verhaal natuurlijk niet achterblijven!

    • Marceline de Waard op 18 maart 2024 om 07:24

      Zo is dat, Ben! De lente komt eraan.

Laat een reactie achter