‘Je had weleens mogen zeggen dat de nieuwe Laird zo’n knappe man is.’ Met haar woorden neemt Shauna een vlaag zilte lucht mee naar binnen. Jane schept soep in twee kommen en zet ze naast de sandwiches op de borden. ‘Zullen we buiten lunchen? Ik zit de hele ochtend al binnen in de winkel.’
‘Arme jij, het is heerlijk buiten.’ Shauna pakt haar bord aan en ze gaan op het bankje naast de voordeur van Janes cottage zitten.

‘Hij lijkt wel wat op James Bond in die oude films. Ik dacht alleen dat hij niet van die blauwe ogen had. Weet jij nog hoe die acteur heette? Ik meen dat hij ook een Schots eiland heeft gekocht.’
‘Dough heeft dit eiland niet gekocht. Hij erfde het.’ Het gebabbel van Shauna amuseert en bezorgd haar. ‘Bovendien is hij veel te oud voor jou.’
Shauna legt haar hoofd in haar nek en schatert het uit. ‘Mama Jane, hoe kom je daar nou bij. Ik dacht aan jou, hij is tenslotte van jouw leeftijd.’
‘Alsjeblieft zeg, ik ben de zestig gepasseerd.’ Zijn hand die om de hare sloot, zijn felblauwe ogen die diep in haar doordrongen en schraapten aan de korst om haar hart. Ze richt haar aandacht op haar eten in de hoop dat haar ongemak Shauna ontgaat.
‘Hij toch ook.’
‘Wat vond je van het dorp? Liggen de huizen er niet stralend bij?’
‘Daar ben ik nog niet geweest.’ Jane’s cottage ligt rug aan rug met de winkel en langs haar voortuin loopt een smal pad dat na een paar honderd meter verdwijnt tussen zwarte keien waarachter het wit zand en een turquoise zee wacht. Het geeft de illusie dat ze op een verder verlaten eiland zijn, een illusie die stand houdt zolang ze niet aan de andere kant van het pand komt waar de voorkant van haar winkel uitkijkt uit op de kleine haven en het dorp aan de andere kant.
‘Ik ga vanmiddag even het dorp in.’
Opgelucht dat haar bezoek zo makkelijk is af te leiden, zet Jane haar bord op de grond, ze heeft nog even voor de winkel weer openmoet.

Vanaf het strand komen twee mensen aangelopen. Zodra ze dichterbij komen herkent ze de Laird en de vrouw die gisteren tegelijk met Shauna aankwam en aan haar voorgesteld werd als Marianne, een vriendin van Dough. Net als gisteren geeft de aanblik van de vrouw met haar prachtig in model gebrachte blonde haar, haar het gevoel dat ze een oude slons is en net als gisteren wil ze aan dit gevoel ontsnappen. Bruusk pakt ze de lege borden van de grond. ‘Het is tijd om de winkel open te doen.’
‘Ik kwam ze voor de lunch tegen op het strand en ze komen hier zo thee drinken.’ Shauna steekt haar hand op naar het stel.

In de winkel hoopt ze dat de twee besluiten dat ze geen zin hebben in thee bij haar post-shop. Sinds hun aanvaring komt Dough hier immers alleen als hij een bezoek aan de winkel echt niet kan vermijden en is dan zo snel mogelijk weg. Bovendien logeert de vrouw in het hotel. Daar hebben ze een tuin, veel geschikter voor zo’n stads type. Gerustgesteld ontsluit ze de kassa.
De voordeur gaat open en over het hoofd van Marianne schitteren Dough’s ogen als twee verblindende zoeklichten die haar als versteend laten staan en de lucht doen sidderen.

‘Wat leuk dat jullie er zijn. Thee of toch liever koffie? En jullie moeten er scones bij nemen, Jane kan fantastisch bakken.’
Het gebabbel van Shauna verjaagt de geladen sfeer en blij dat ze iets omhanden heeft, wijdt Jane zich aan het ritueel van thee met scones, jam en dikke room.
Andere klanten komen binnen en ze dwingt haar gedachten naar hun wensen en doet haar best de aanwezigheid van Dough en Marianne zoveel mogelijk te negeren. Af en toe betrekt Shauna haar in het gesprek en ze hoopt dat haar glimlach en geknik aansluit bij het onderwerp. Er lijkt geen einde te komen aan het bezoek en als ze eindelijk vertrekken, heeft ze het gevoel of ze een uur lang door het mulle zand van het strand heeft geploeterd.

‘Wat deed jij raar vanmiddag.’
Jane kijkt op van haar boek, door de uitdrukking op Shauna’s gezicht realiseert ze zich dat ze minder goed toneelspeelde dan ze hoopte.
‘Marianne is een leuk mens en jij zegt altijd dat gastvrijheid voor bezoekers een kernwaarde van dit eiland is.’
‘Dat is ook zo, maar ik had andere dingen aan mijn hoofd en het was jouw theebezoek. Jullie hadden het toch gezellig?’
‘Het was leuk geweest als je er ook even bij was komen zitten. Komt het soms door Dough?’ Ze buigt zich met samengeknepen ogen naar voren als een kat die zich afvraagt of iets de moeite waard is om naar uit te halen. ‘Er is iets, ik voelde het in de lucht toen ik de winkel binnenkwam. Iets knetterends tussen jou en de knappe Laird. Daarom zat Marianne zo beteuterd op die stoel, zij moet het ook hebben gemerkt.’
‘Doe niet zo mal. We hebben een tijdje geleden een meningsverschil gehad.’ Ongemerkt flapt het eruit, ze had hier helemaal niet over willen beginnen.
‘Ruzie? Waarover?’ Shauna’s ogen glanzen.
‘In zijn veranderdrift had hij ook hele plannen voor de winkel gemaakt. Hij stelde voor dat ik een serre aan de winkel liet bouwen en met lunches zou beginnen. Zie je het voor je? Luxe broodjes en een espressomachine.’
‘Eigenlijk wel. Een serre voor de winkel lijkt mij geweldig met dat uitzicht. Ik snap niet dat je daar ruzie over kreeg.’
‘Ben jij nou ook gek geworden, het eiland is goed zoals het is.’ De boosheid van toen welt opnieuw op.
‘Wat heeft een serre met lunches nou te maken met hoe het eiland is?’
‘Het is onderdeel van alle veranderingen, bedoelt om toerisme te trekken.’
‘Ben je bang dat het eiland straks overspoelt wordt door toerisme. Heb je daarom ruzie gemaakt?’
Ze knikt.
‘Toe nou, je weet toch wel dat een eiland als dit nooit hordes mensen zal trekken? Hartstikke afgelegen en met weer dat zich op zijn best laat omschrijven als fris en regenachtig. Al zet je er een tien restaurants en lunchrooms neer, dan nog wordt het niet plat gelopen door toeristen. Het lijkt mij juist fijn als de mensen die hierheen komen straks wat meer comfort hebben.’
‘Een aantal eilanders beginnen ook al een Bed&Breakfast en er komt een bar in de schuur.
‘Dan nog.’ Shauna staat op. ‘Zal ik thee zetten?’
Ze knikt en staart in over haar boek in de vlammen van het haardvuur, voor het eerst sinds haar harde woorden tegen Dough vraagt ze zich af of ze het misschien bij het verkeerde eind had.

‘Het dorp ligt er inderdaad prachtig bij met al die fris geschilderde huizen.’
Het is zondagochtend en het is stil op het eiland nu de meeste bewoners in de kerk zitten. Meestal gaat Jane uit een gevoel van verbondenheid met het eiland ook naar de dienst, vandaag brengt ze haar vrije dag liever door met Shauna. Sinds haar peetdochter foto’s van haar adoptiemoeder met Jane vond en de puzzelstukjes van haar afkomst op hun plaats legde, is hun band nog hechter geworden. Jane is blij dat de eilandbewoners haar nog niet kenden toe ze zo oud was als Shauna en voor hun het meisje blijft dat jaarlijks als Janes peetdochter met haar ouders hier op vakantie kwam.

‘De bar wordt best groot, ik had mij nooit gerealiseerd dat er zoveel ruimte in die oude schuur zou zitten.’ Shauna trekt haar hoofd terug uit de deuropening. Ze hebben hem mooi betimmerd van binnen. Weet jij waar straks de toog komt te staan?’
‘Nee.’ Jane heeft zich nooit verdiept in de details van de plannen, net alsof ze door te doen alsof er niets gebeurde kon voorkomen dat de veranderingen zich zouden voltrekken. ‘Weet je dat ze van oldwidowscottage een winkel willen maken om de breisels van de vrouwen te verkopen?’ Ze wijst naar het vervallen huisje tussen de bar in wording en haar winkel.
‘Wat een gaaf idee. Daar gaat jouw winkel wel heel schril bij afsteken. Weet je zeker dat je die serre niet wilt?’
Jane doet haar mond open om te protesteren en doet hem gelijk weer dicht. Ze draait zich om. Het uitzicht over de pier, de deinende vissersboten en de zee die zich achter de inham uitstrekt is inderdaad hartverwarmend mooi. ‘Hoe zou jij het aanpakken als het jouw winkel was?’
‘Ik zou de voorgevel helemaal van glas maken en de winkel uitbouwen tot hier.’ Shauna gaat op zo’n kleine tien meter van de voorgevel staan. ‘Links openslaande deuren met een houten vlonderterras en daar tegenover een muur met jouw boeken. Het zou leuk zijn als je eindelijk eens een minibieb zou beginnen met al die boeken waarmee je huis is afgestampt.’
‘Je hebt er over nagedacht.’
‘Natuurlijk, sinds je het gisteren vertelde heb ik meteen bedacht hoe je het zou kunnen doen. Betekent dit dat je het serieus overweegt?’
‘Ik zal het eens laten bezinken. Wil je die wandeling naar Beag nog maken?
‘Natuurlijk. Zullen we gelijk gaan en sandwiches meenemen? Dan kunnen we daar lunchen.’

Zondagavond kruipen wolken samen als grijze verzadigde dweilen. Die nacht barsten ze open als een voorbode van een kille week. Een week die enerzijds ontspannen is door het gezelschap van Shauna en anderzijds moeizaam door de aanwezigheid van Marianne die iedere middag thee komt drinken. Ze vraagt zich af wat er in de vrouw omgaat. Zou haar bezoek haar gebracht hebben wat ze zocht? Uit het gezicht van Dough die haar aan het eind van de dag ophaalt om in het hotel te gaan dineren, kan ze niets opmaken. Ze kan zich niet voorstellen dat de stads-uitziende vrouw zich hier thuis kan voelen. Misschien maakt het idee om de echtgenote te zijn van een Laird veel goed? Bij de gedachte dat Dough wellicht met haar van het eiland vertrekt wil ze niet stilstaan. Zou Shauna het weten? Zij kan het goed met Marianne vinden en gaat iedere middag met een kop thee bij haar zitten. Waar zouden ze het over hebben? Shauna laat ‘s avond niks los en ze durft het niet te vragen, bang als ze is dat ze een antwoord krijgt dat hun gezellige avonden verstoort. En dan is er ook nog haar conflict met Dough. Waarom moest ze zo nodig zeggen dat zijn vader het eiland zou willen laten zoals het was? De pijn in zijn ogen. Een vals kreng en een verzuurde oude vrijster noemde hij haar. Hoe moet ze dit ooit rechtzetten? Naarmate de week vordert, gaat het in haar net zo tekeer als de wind die bij vlagen de regen tegen de ramen slaat.

Op vrijdagochtend schuift ze haar gordijnen open en voor het eerst sinds dagen is er een streepje blauw tussen het grijs zichtbaar. Nog een paar uur en dan is ze weer alleen en krijgt ze eindelijk de tijd om de storm die zich deze week in haar ontketende te ontrafelen en tot bedaren te brengen.
Ze ziet er naar uit en ook niet want het betekent ook dat ze Shauna weer moet laten gaan en waar de afgelopen week de natte dagen eindeloos leken, brandt vandaag de zon de uren in uptempo weg. Voor ze er erg in heeft staat ze op de pier en meert de boot aan.

‘In ieder geval heb je een rustige overtocht.’
Bij het geluid van Douhgs stem spannen Janes spieren zich aan.
‘Maak je niet druk, ze maakt geen schijn van kans.’ Of ze haar stemming aanvoelt, omhelst Shauna haar.
‘Wat bedoel je?’
Shauna lacht zachtjes. ‘Ik ken jou zoals ik mijzelf ken.’
Jane klemt haar dichter tegen zich aan of ze haar niet meer los wil laten en vraagt zich af of haar gezicht nu nat wordt van haar tranen, die van haar dochter of van de wind.
De boot toetert en ze laten elkaar los. Even later verdwijnt Shauna achter Marianne aan de boot in. De neus sluit en ze blijft staan tot de ferry aan het eind van de baai afslaat naar de open zee.
‘Je hebt haar nog.’ Achter haar is Doughs stem zacht en de warme uitstraling van zijn anwezigheid verjaagt de kilte uit haar lijf. Haar armen die ze nadat Shauna in de ferry verdween strak om zich heen had geslagen, ontspannen.
‘Het spijt mij,’ zegt ze, ‘misschien is het toch een goed idee om een serre aan de winkel te bouwen.’

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

7 reacties

  1. Ben op 25 oktober 2020 om 09:48

    Ja, het kost wat moeite, wat een geworstel voor Jane en nu maar hopen dat het allemaal de moeite waard blijkt. Ik kijk alweer uit naar volgende week! Heerlijk!

  2. Bep op 25 oktober 2020 om 11:19

    Jane heeft nog steeds moeite met de plannen van Doughs voor haar winkeltje, toch lijkt ze wat bij te draaien en geeft ze dat in voorzichtige bewoordingen toe aan hem……..komt dat door Shauna’s woorden?
    Ik kijk alweer uit naar volgende week Marceline……..fijne zondag!

  3. Marceline de Waard op 25 oktober 2020 om 12:26

    Bep en Ben, bedankt voor jullie fijne reacties. Ik ben er blij mee!

  4. Louise op 25 oktober 2020 om 13:03

    Heerlijke smaakmaker weer op de zondag. Proef ik een vleugje romantiek? Mijn fantasie gaat op de loop … opnieuw een week wachten! Zucht!

    Dankjewel Marceline.
    Ik heb weer genoten!

    • Marceline de Waard op 25 oktober 2020 om 13:15

      🙂 Wat fijn, Louise! Dank je wel, je laat mij glimlachen.

  5. Thole op 26 oktober 2020 om 10:35

    Ik hoop en denk dat er een knetterende ontknoping volgt.

    • Marceline de Waard op 27 oktober 2020 om 07:49

      Thole, we gaan het zien 🙂

Laat een reactie achter