Rood, blauw, groen, geel. Door haar gesloten oogleden flitsen de discolichten op. Haar voorhoofd tegen een harde schouder. Handen over haar rug, ritmisch wiegende heupen wiegen tegen de hare. ‘Love to love you baby.’ De stem van Donna Summer dreunt door haar heen, zoenen kriebelen in haar hals. Haar benen worden vloeibaar.

‘Je bent te mooi om er zo verloren bij te zitten.’ Adem kriebelt op haar wang. Glinsterende ogen, een lach kruipt omhoog. Zachte handen rond haar gezicht, door haar lokken. Stoppels schuren over haar huid.

Getrappel in haar buik, mist trekt op, de lucht kleurt van roze naar oranjerood. Een baby krijst.
Bergen doemen op, lopen uit in een
loch.

Golven schuimen, rollen over een strand naar haar toe. Ze rent weg, ploetert tevergeefs door rul zand. Ze hijgt en zeewater komt over haar heen. Paniek, haar hart bonkt. Maaiend met haar armen hapt ze naar adem.

Koude lucht stroomt over Jane heen, ze opent haar ogen. Donker. Het duurt even voordat ze de contouren van de balken in haar slaapkamer herkent. Dekens liggen op een hoop aan het voeteneind van het bed en de lakens voelen kil en klam. In haar romp hangt een zwaar drukkend gevoel, unheimisch en ze probeert de beelden die in de slaap naar haar toekwamen te duiden. Ze krijgt er geen grip op en gaat op de rand van haar bed zitten, langzaam verdwijnt het nare gevoel en koud dringt door.

Beneden in de keuken knipt ze het licht aan om de laatste spoken van de nacht te verdrijven. Ze maakt thee, trekt een warm vest over haar nachtpon aan en met haar handen gevouwen om een hete mok, gaat ze zitten op het bankje voor haar cottage.
Maneschijn licht het pad naar het strand op. Haar ogen wennen aan de nacht en tegen het donker van de bergen worden slapende schapen als pluizige knotten wol zichtbaar. Hoe langer ze zit, hoe meer sterren ze ziet. Haar gedachten dwalen naar de vorige avond, de woorden van Dough. Het punt is dat ik gelijk met jou in Oxford studeerde, kan jij je nog die jongen herinneren waarmee je eindeloos hebt gedanst? Ze kon het zich nog herinneren, ook al herkende ze Dough eerder niet in die jongen. Maar nu ze het weet, zijn felblauwe ogen, de vierkante kaken – toen glad en nu overschaduwd door een stoppelbaard alsof het haar dat vroeger in zijn nek krulde zich in de jaren verplaatst heeft van zijn hoofd naar zijn kin. Wat ze niet begrijpt is waarom ze elkaar naar meer dan veertig jaar hier op een afgelegen Hebrideneiland opnieuw tegenkomen. Is het toeval? Ze kan het zich niet voorstellen. Zou het voorbestemd zijn, geregeld door de elfen net als toen ze onbedoeld zwanger was van Shauna?
Sinds ze op het eiland is, heeft ze niet meer gedacht aan dat moment boven op een Schotse berg. Nu is het opeens of zij weer vol besluiteloosheid daar is. Het verlangen om haar dilemma, het kind geboren laten worden maar geen moeder willen zijn, voor te leggen aan haar beste vriendin Elizabeth. Onmogelijk leek het omdat zij na een aantal miskramen leed onder haar ongewenste kinderloosheid Ze zat te dubben en een gordijn van regen trok over de bergen aan de overkant. Boven het meer raakte een laatste zonnestraal de regennevel. Oranje, rood geel. Een flard wervelde, het was of een elf danste en haar brein beroerde: zou ze, zouden ze? Het idee dat op dat moment postvatte werd een dag later door haar vriendin omarmd. Elizabeth met haar Ierse bloed geloofde, of eigenlijk gelooft, heilig in de magie van de elfen. Aes Sidh noemt ze zo en haar woorden van toen klinken alsof ze nu naast haar zit: ‘De elfen vertelden dat je een heel kostbaar geschenk voor mij hebt en je hoeft mij niet te vertellen hoe de ogen van een zwangere vrouw eruit zien.’
Dat bijzondere half jaar waarin ze onbetaald verlof nam op het moment dat haar zwangerschap dreigde zich door haar kleding af te tekenen. De intimiteit van de maanden bij Elizabeth en haar man, voor de buitenwereld zorgde zij voor haar zogenaamd bedhoudende zwangere vriendin terwijl Jeremy de contacten met buiten onderhield. Op de dokter na, heeft niemand ooit geweten dat Shauna niet het biologische kind van Elizabeth en Jeremy was. Dat korte moment van twijfel net na de geboorte, het zachte warme lijfje dat van haar armen overging naar die van Elizabeth. Het geluk in de ogen van haar vriendin en het schrijnen van haar hart. Na al die tijd voelt het als de dag van gisteren.
Geblaat haalt haar uit het verleden. Pluizige knotten wol komen in beweging, de donkere nacht versluiert en maakt plaats voor een nieuwe dag.

Na het ontbijt staat ze weifelend voor haar kledingkast. Het liefst zou ze een lange wandeling maken, een antwoord zoeken op de vraag die gisteren onuitgesproken in Dough’s ogen lag. Zou ze de draad willen oppakken die veertig jaar terug in Oxford zo onbenullig op de grond viel? Wat zou er zijn gebeurd als hij niet te laat was geweest en zij niet opging in de flirt met John aan de bar? John, haar eerste serieuze relatie die na een jaar toch niet de ware bleek. Ze zucht en haar hand gaat van haar spijkerbroek naar de zwarte wollen rok. Vorige week ging ze ook niet naar de dienst en deze week is het tenslotte de tweede zondag van de maand, de dag waarop de dienst geleid wordt door de minister van het Grote Eiland, ze hoort de dorpstongen al gaan als ze er deze week opnieuw niet is.

De preek gaat langs haar heen en zodra de laatste woorden wegsterven, gaat ze naar buiten, ze kan later altijd nog hoofdpijn veinzen als er gevraagd wordt waarom ze zo haastig vertrok.
‘Jane, niet zo snel.’ Coira komt haar samen met haar kleindochter Isla achterna.
Met tegenzin draait ze zich om en perst een glimlach op haar gezicht.
‘Isla wil je wat vragen.’
Het meisje schudt haar hoofd en staart naar de grond.
‘Zeg het maar,’ zegt Jane, ‘jij mag mij alles vragen, dat weet je toch?’ Ze heeft een zwak voor Coira’s zwakbegaafde kleindochter en haar tegenzin verdwijnt.
‘Mag ik in de winkel komen helpen?’
‘Volgende maand wordt ze zestien en ze is toe aan een baantje.’ Achter het hoofd van haar kleindochter mimet Coira alsjeblieft.
‘Wat een goed idee. Weet je dat ik van plan ben de winkel groter te maken met een serre? Dan kunnen er meer mensen iets komen drinken. Ik kan daarbij heel goed hulp winkel gebruiken. Kom je morgen met oma langs om afspraken te maken?’

‘Dat was aardig van je.’ Op het moment dat ze zich om wil draaien, komt Dough naar haar toe.
Klinken de gesprekken om haar heen nu zachter? Het is bijna of ze de oren van de eilandbewoners hoort spitsen.
‘Weet je al wat je wil?’
Wat ze wil, heeft hij niet door dat alle aandacht op hun gericht is? Ze voelt zich als een in het nauw gedreven tijger in een circuspiste en kan hem alleen maar aanstaren.
‘Met de serre. Hoe groot wil je hem en met wat voor materialen?’
‘ja, natuurlijk.’ Opluchting probeert haar gezicht in een grote grijns te splijten en ze doet haar best om hem te onderdrukken. ‘Kan je morgen tussen de middag langskomen? Dan bespreken we het bij een sandwich.’
‘Graag.’ In zijn ogen twinkelen net zulke sterretjes als afgelopen nacht aan de hemel stonden.

De weg naar huis houdt ze zich in om niet te rennen, nog nooit leek de weg van de kerk naar haar winkel zo lang. Pas als ze binnen met haar rug tegen de deur leunt, durft ze uit te ademen. Ze voelt zich als een puber die voor het eerst verliefd is, haar lach klatert tegen de muren.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

7 reacties

  1. Ben op 8 november 2020 om 09:09

    Wat mooi, hoe je de zwaarte van het leven weer laat uitmonden in een klaterende lach. Dat geeft hoop. Het blijft genieten van deze feuilleton!

  2. Roze-Riet op 8 november 2020 om 09:45

    Het blijft mooi Marceline.

  3. Marceline de Waard op 8 november 2020 om 12:27

    Roze-Riet en Ben, dank jullie wel voor de fijne reacties!

  4. Bep op 9 november 2020 om 01:22

    Elke week geniet ik bij het lezen van je verhaal, zo mooi Marceline!

    • Marceline de Waard op 9 november 2020 om 07:18

      Fijn! Dank je wel, Bep, dat je iedere week komt lezen.

  5. Louise Jonkman op 9 november 2020 om 12:12

    Maandag
    De zon schijnt en ik geniet van een cappuccino en jouw heerlijke vervolgverhaal! Er zit een romance in de lucht …
    Dankjewel en op naar de volgende aflevering 🐬

    • Marceline de Waard op 9 november 2020 om 16:38

      Dat klinkt als een fijne maandag, Louise!

Laat een reactie achter