WAT VOORAF GING
Als de vader van de zestigjarige Dough overlijdt, gaat hij terug naar de Hebridensmaragd om de nieuwe Laird van dit eiland in de Schotse Hebriden te worden. Er is niets meer dat hem bindt aan Amsterdam nu zijn Nederlandse vrouw twee jaar geleden samen met hun dochter is verongelukt. Hij kan zijn ICT-bedrijf voor miljarden verkopen en gebruikt dit geld om zijn in verval geraakte geboorte-eiland klaar te maken voor de eenentwintigste eeuw.
Op het eiland woont ook Jane. Na een ongelukkige liefde is zij ruim twintig jaar gelden als post-shophoudster op het eiland komen wonen. Zij voelt zich hier thuis en is in eerste instantie niet zo blij met de veranderingen die de komst van Dough met zich meebrengen.
Jane heeft voor Dough iets bekends en na een bezoek van Jane’s dochter valt bij hem alles op zijn plaats: aan het begin van hun studententijd werden ze op een feest halsoverkop verliefd op elkaar. Door een misverstand ging hun eerste afspraak niet door, maan nu hij haar terugziet weet hij dat zij voor hem de ware is. Net zoals het eiland voor hem de plek is waar hij thuishoort.
Hun liefde bloeit op, maar ze houden het voor de eilanders geheim: er is iets wat Jane weerhoudt.
Daarnaast zijn er natuurlijk de andere eilandbewoners. Hoe vergaat het hen in het nieuwe jaar en, de belangrijkste vraag, komt het goed met Dough en Jane?

EEN NIEUW JAAR BEGINT
Waarom zeg je niks? Ik dacht dat nu we elkaar na al die tijd weer hebben gevonden … Voel jij het niet? Met Dough’s stem in haar oren staart Jane naar de planken vol ingeblikte groenten in haar post-shop. Natuurlijk voelde ze het ook, toch kon ze hem alleen maar aanstaren als antwoord op zijn vraag of ze bij hem in het Lairdhuis wilde komen wonen.

De vraag kwam tijdens Hogmanay. Normaal hield ze zich wat afzijdig van het Schotse nieuwjaarsfeest. De vuurwedstrijd – waarin de mannen met brandende fakkels over het eiland van het dorp naar de kreeftenbaai rennen – gevolgd door een Ceilidh in het dorp waar iedereen dronken werd, kon haar nooit zo bekoren en zodra ze haar kans schoon zag verschool ze zich in haar cottage. Dit jaar was het anders. Na het succes van het eerste kerstfeest bij de Laird, werd besloten om na de vuurwedstrijd ook het nieuwjaarsfeest bij hem in de tuin te houden.
Tussen de kale takken van de bomen lichtten de lampen blauw, groen, geel en rood op. Samen met de vlammen in de vuurkorven gaf het de donkerte een mysterieuze gloed, alsof iedere moment elfen en kabouters uit de struiken tevoorschijn konden komen om met de eilanders mee te zingen en dansen. In plaats van een drinkgelag werd het dit jaar een feest vol muziek, dans en het ophalen van herinneringen uit de tijd dat Dough op het eiland opgroeide. Jane zag voor zich hoe hij als kind langs het strand struinde en als jongeling in de zee dook. Haar hart treurde bij het verhaal over het overlijden van zijn moeder en eindelijk begreep ze waarom hij als tiener zo botste met zijn vader dat hij uiteindelijk van zijn eiland wegtrok.
Dough kwam met uitgestoken handen naar haar toe en week geworden door de verhalen liet ze haar gebruikelijke terughoudendheid los en wervelde ze met hem over het grasveld.
Luidkeels telden ze met de eilanders af tot twaalf uur en terwijl de champagne bruiste, trok Dough haar mee achter de schuur en verloor ze zich in een nieuwjaarskus zoals ze die nog nooit had gekregen.
‘Dat is nog eens een goed begin.’ De sterretjes in zijn ogen waren als een reflectie van haar binnenste. Haar vingers prikkelden zich aan zijn baardje.
‘Als het hele eiland hier niet rondliep, zou ik je mee naar binnen sleuren.’
Ze moest lachen.
‘Wil je bij mij komen wonen? Ik word te oud om ’s nachts stiekem jouw cottage in en uit te sluipen.’
‘Bedoel je …?’
Hij knikte. ‘Nu ik na al die jaren de liefde van mijn leven terug heb, laat ik je nooit meer gaan.’
Deze laatste woorden nemen haar in één klap veertig jaar terug in de tijd. Die avond dat ze halsoverkop verliefd op hem werd en het tevergeefs op hem wachtten in de pub de dag erna. De herinnering verdreef de warmte van zijn omhelzing. Ze zweeg.
Onzekerheid kroop in zijn blik en zijn stem. ‘Waarom zeg je niks? Ik dacht dat we nu we elkaar na al die tijd weer hebben gevonden … Voel jij het niet?’
‘Dough, waar ben je?’ De stem van David dreef hun uit elkaar. ‘We zoeken de champagne, waar heb jij de voorraad neergezet?’
En terwijl Dough terugkeerde naar het feest, glipte zij naar huis met een kilte rond haar hart die nog steeds niet verdwenen is. Want als zij de liefde van zijn leven is, waarom heeft hij toen niet wat meer moeite gedaan? Dan had hij zich toch niet af laten schrikken door het feit dat zij aan de bar met een ander praatte omdat hij te laat was? Als zij de liefde van zijn leven was, was hij toch al die jaren niet gelukkig getrouwd geweest? Wat als zijn vrouw was blijven leven, was hij dan met haar teruggekeerd? En dan?
Niet goed genoeg, tweede keus. Net als in al die jaren dat ze tevergeefs wachtte tot haar toenmalige minnaar zijn vrouw zou verlaten. Het geluksgevoel dat ze hier op het eiland vond, moet ze dat door Dough in de war laten schoppen? Een schamper lachje ontglipt haar als ze denkt aan al hun heimelijke ontmoetingen, dat is precies wat ze de afgelopen tijd heeft laten gebeuren.

Waterkoude lucht stroomt naar binnen en de winkeldeur klapt dicht. Verschrikt kijkt ze op. Een vrouw in een druipende jas komt binnen, ze schuift haar capuchon omlaag en ze herkent Kyra.
‘Ik kom voor scones,’ zegt ze, haar ogen dwalen naar de lege vitrine. ‘Je hebt toch nog wel?’
Jane schudt haar hoofd. ‘Ik heb ze vandaag niet gebakken, ik dacht dat zo vlak na de feestdagen niemand daar meer trek in heeft.’
‘Ik wel hoor, bovendien komt vanmiddag Maisie thee drinken en ik wil haar natuurlijk de lekkerste scones van het eiland laten proeven.’
Ondanks het grauwe weer is het of de zon schijnt op Kyra’s gezicht en in weerwil van haar sombere bui moet Jane lachen. Sinds David op het eiland is gekomen om de grote verbouwingen te realiseren is de stille weduwe opgebloeid. Ze doet haar denken aan een tussen de rotsen verborgen wilde bloem die door een felle zon opeens tot leven is gekomen. Ze hoopt voor Kyra dat de verbouwingen nog heel lang gaan duren. Als zij daarvoor nog lange tijd met een bouwput in plaats van een serre voor haar winkel zit, is dat een prijs die zij daar graag voor betaald.
‘Weet je wat, ik bak zo voor jou scones. Om half twee kan je ze ophalen. Hoeveel wil je er?’

Zodra Kyra weg is, gaat ze naar de keuken. Ze verwacht deze eerst maandag van het jaar weinig klanten en met de tussendeur open, kan ze het horen als er iemand binnenkomt.
Ze kneedt het deeg, haar gedachten dwalen af naar Dough en de periode voor kerst. Hun wandelingen over het afgelegen deel van het eiland en de keren dat hij ’s nachts via de omslachtige route van het geitenpaadje bij haar kwam. Al die moeite om bij haar te zijn, dat moet toch iets betekenen? Net als hun vrijpartijen. De vanzelfsprekendheid waarmee ze elkaar moeiteloos aanvoelden, dat wil ze toch niet kwijt. Opeens vindt ze zichzelf een aansteller. Ze zijn immers de zestig al gepasseerd, is het niet logisch dat ze beiden andere liefdes hebben gekend? En ach, die eerste verliefdheid in hun studententijd. Misschien was de tijd toen nog niet rijp, ze heeft toch altijd geloofd dat er meer is tussen hemel en aarde? Ze bedenkt wat ze zo tegen hem zal zeggen om haar vlucht van nieuwjaarsnacht uit te leggen.
Neuriënd doet ze een deel van het deeg over in een andere kom en doet daar een extra hand rozijnen door: precies zoals Dough het lekker vindt. Zag ze vanochtend nog op tegen de lunch, nu verheugt ze zich erop.
Ze schuift de scones in de oven, haalt een kam door haar haar en bindt het vast met haar mooiste lint. Nog een veegje lipstick en klaar.

Jane kijkt op de klok boven de winkeldeur. Kwart over twaalf, Dough is laat. Ze staat op om alvast de scones voor Kyra in te pakken en voelt in de koelkast of de fles prosecco al koud genoeg is. Normaal drinkt ze niet overdag, maar als ze straks Dough gaat vertellen dat ze dolgraag bij hem komt wonen is het natuurlijk wel passend. Opeens gieren de zenuwen door haar lijf en ze controleert in de spiegel of haar lipstick er nog opzit. Terug in de winkel kijkt ze opnieuw op de klok. Bijna één uur en nog steeds geen Dough. Ze was er zo vanuit gegaan dat in het nieuwe jaar Dough door de week weer bij haar zou komen lunchen en de enige reden die ze voor zijn afwezigheid kan bedenken is haar stille vertrek nieuwjaarsnacht. Is ze te ver gegaan? Een kille hand sluit zich om haar hart.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

6 reacties

  1. Jenny op 10 januari 2021 om 10:12

    Wat maak je het vreselijk spannend, ik zou willen dat het alweer volgende week zondag was😁

    • Marceline de Waard op 10 januari 2021 om 20:55

      Dank je wel, Jenny, nog maar zeven nachtjes slapen!

  2. Ben op 10 januari 2021 om 11:25

    Ha, heerlijk: we gaan weer verder! Het is weer smullen en weg zwijmelen… Je houdt de spanning er goed in!

    • Marceline de Waard op 10 januari 2021 om 20:55

      Dank je wel, Ben. 🙂

  3. Bep op 10 januari 2021 om 23:54

    Jane begint bang te worden dat Doughs zich afgewezen voelt door haar stiekeme weggaan, ze begint zelf te twijfelen, of ze niet verkeerd gehandeld heeft, hoe gaat ze dit oplossen? Ik denk, dat zij naar hem toe moet gaan en gewoon vertellen over haar gevoelens, dat ze bang is om 2e keus te zijn.
    Kan ze dat, wil ze dat, nog meer…..hoe denkt Doughs erover?
    Fantastisch hoofdstuk weer Marceline, zo jammer dat ik weer een week moet wachten!
    Ik wens je een fijne week toe!
    Groetjes, Bep

    • Marceline de Waard op 12 januari 2021 om 07:30

      Dank je wel, Bep, fijn dat je het fantastisch vond. En wat je zegt is inderdaad de vraag: zal Jane je advies opvolgen?

Laat een reactie achter