DOOR DE EEUWEN HEEN

HET SPOOK MET DE RODE HAREN
Natuurlijk hoop ik dat ook jij ‘In de stilte de echo’ gaat lezen of misschien al gelezen hebt. Maar omdat op zijn tijd een kortverhaal ook fijn is, trakteer ik je in de maand april op het verhaal van ‘het spook met de rode haren’. Eerder verscheen het in de bundel ‘Bang voor spoken?’, samengesteld door Finn Audenaert. Deze maand presenteer ik het als vervolgverhaal in vier delen. Vandaag het vierde en tevens laatste deel.

  1. DOOR DE EEUWEN HEEN

Ze is hier eerder geweest. Marie weet het zeker. Het weidse uitzicht over de klif, de opspattende golfen in de diepte. Het enige dat ontbreekt is de geur van een warm turfvuur. Het enthousiaste gekwetter van haar studiegenoten irriteert. Jan is haar en Thomas niet gevolgd de toren op. Is ze teveel ingegaan op Thomas’ geflirt? Jan is altijd zo voorkomend, zo verlegen en ze hoopte hem zo uit zijn tent te lokken. Misschien vindt hij haar niet zo leuk als ze dacht. Maar waarom zou hij anders met rode konen van haar wegkijken of stamelen als ze hem wat vraagt? Hij heeft iets vertrouwds. Net als deze plek raakt hij haar in haar diepste wezen met een intensiteit waar ze geen woorden voor heeft. Het gaat dieper dan verliefdheid en boven haar verstand, of ze elkaar al kenden voordat ze naast hem in de collegebank schoof.

Thomas is druk met de andere meiden en ze draait de groep haar rug toe. Het is een schok de parkeerplaats te zien in plaats van de armoedige cottages die ze daar verwachtte. Langzaam landt ze in het hedendaagse landschap. Het informatiebord waar ze Jan achterliet, staat er verlaten bij. Waar is hij eigenlijk? Ze daalt de torentrap af.

Ze slentert naar het informatiebord, misschien wordt dan duidelijk waar Jan heen is. Bij het bord wacht haar enkel een gure wind en het gras heeft de indruk van zijn voetstappen niet opgeslagen. Weifelend welke kant op te gaan draait ze rond. Misschien als ze teruggaat naar het moment dat ze hier samen stond met hem, net als wanneer je naar de keuken of badkamer loopt en eenmaal daar vergeten bent wat je wilde doen. Ook dan helpt het om terug te gaan naar de plek waar je vandaan kwam. Ze begint te lezen wat ze eerst samen lazen. Haar adem stokt, haar bloed begint te tintelen. Nog steeds staat er de Engelsen in 1651 tijdens een veldslag Connor, de Heer van de Kliffen en bezitter van dit kasteel hadden vermoord. Zij kwamen hier waarna een bloedige strijd plaatsvond. Alleen de afloop klopt niet meer. Ze weet zeker dat ze las dat het kasteel in die strijd werd afgebrand en dat de Engelsen Connors vrouw, Máire Rua, vermoedelijk als trofee hadden misbruikt waarna ze aan haar verwondingen overleed. De koude rillingen die ze bij die woorden voelde, kan ze zo terughalen. Alleen staat dit verhaal niet meer op het bord. Er staat nu dat na de dood van de Heer van de Kliffen een Geheimzinnige Hollander opdook. Met hulp van de boeren uit de omgeving versloeg hij de Engelsen. Máire trouwde met de Hollander en samen kregen ze acht kinderen. In de loop van de tijd trokken hun nakomelingen weg en raakte het kasteel in verval. De toren werd in stand gehouden door de dorpelingen ter ere van de overwinning op de Engelsen in 1651.

Ze knijpt haar oogleden samen. Door haar oogharen ziet ze het kasteel in volle glorie. De zware zoetige geur van een turfvuur bereikt haar neus. Ze wordt licht in haar hoofd, duizeling wiebelt ze heen en weer. Haar blik valt op de punt van de klif. Het bulderen van de zee trek aan haar en ze neemt het pad naar de klifrand. Aan het einde van het land vindt ze een spoor omlaag. Voorzichtig zet ze een eerste stap en gaat zonder dat ze het beseft door een gat in de tijd. De wind zwelt aan en een harde vlaag rukt het elastiek uit haar knot. Rode lokken waaien in haar gezicht en haar hoofd wordt helder. Net als de lucht. Met de warme zon in haar rug, begint ze aan de afdaling.

‘Máire, Máire! Wat doe je daar?’ De vertrouwde stem van Jan. Verrast draait ze zich om. Ze kijkt nog net over de klifrand heen en ziet haar studiegenoot in kleding van eeuwen terug komen aanrennen. Achter hem is de ruïne verdwenen, verspreidt in het gras liggen dode mannen. Een paard hinnikt. De roestige geur van bloed en de penetrante geur van de dood is overweldigend. Het in het volle zonlicht badende kasteel steekt trots af tegen een smetteloos blauwe lucht.
Jan komt dichterbij. ‘We hebben gewonnen! Je hoeft je niet meer te verstoppen voor de vuile Engelse honden. Kom het vieren.’
In haar buitelen gevoel en verstand door elkaar. Emoties vinden hun plek in haar onderbewustzijn. Ze wordt wie ze diep van binnen altijd al was. Ze klautert omhoog. Met uitgestrekte armen rent ze naar Jan toe. Hij tilt haar op en zwiert haar rond. Lachend legt ze haar hoofd in haar nek. Ze is thuis.

*** einde ***

Meer lezen: Wist je dat behalve het Zuid-Limburgse Noorbeek ook Ierland deel uitmaakt van de setting in ‘In de stilte’? Mijn nieuwe roman is nu las paperback en e-book te koop in je favoriete (online) boekhandel, te lezen met Kobo-plus, Kindle en in de online bibliotheek. Een persoonlijk gesigneerd exemplaar bestel je via zondagverhaal@gmail.com.
Waardering: Mijn nieuwe roman krijgt fantastische recensies en waarderingen, de meeste lees je op Hebban (link). Heb je ‘In de stilte de echo’ ook gelezen? Fijn als je dan ook een reactie plaatst op Hebban of elders. Een sterrenwaardering is genoeg, een recensie heel speciaal.
Bang voor spoken? bestel je hier.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

2 reacties

  1. ben op 26 april 2026 om 08:43

    Zucht, ja zo hoort het natuurlijk te eindigen. De zondag kan beginnen!

  2. Nelleke Sheldrick op 26 april 2026 om 13:16

    Echt mooi! Had het al eens eerder gelezen, maar het was een genot om het weer te lezen.

Laat een reactie achter