Baseballjasje over een dikke coltrui en lange benen in enkelhoge bikerlaarzen. Ze heeft iets jongensachtigs, iets slungeligs. Toch is ze het meest vrouwelijke wezen dat hij ooit zag. Een hond rukt ongeduldig aan de lijn in haar hand. Een boxer, met brede schouders en een stoere tred past het beestje perfect bij haar. Is het niet zo dat een hond op het baasje gaat lijken? Of was het andersom?
Zelf trekt hij een hijgend exemplaar voort. Lobbes, zijn trouwe maatje met de korte pootjes. Het lukt hem nog net zijn buik vrij van de grond te houden. Hij weigert stil te staan bij haar gedachten over de gelijkenis tussen een hond en zijn baasje.
Ze komt dichterbij en haar vuurrode lippen glimlachen onder de klep van een mannenpet. Hij kan zien dat ze steil donkerbruin haar heeft dat onder haar oren recht is afgeknipt. Zou ze een pony hebben? Voor hij een antwoord op zijn vraag kan vinden is ze hem al voorbij gelopen. Waarom heeft hij haar nooit eerder gezien? Zou ze hier pas zijn komen wonen? Hoewel, hoe vaak komt hij voor half negen in het park? Het is dat de dierenarts zei dat Lobbes meer moest bewegen.

De volgende ochtend slaat de regen tegen de ramen. Lobbes zit klaar bij de tuindeur om snel in de tuin zijn plasje te doen.
Hij weifelt, zou zij vandaag opnieuw in het park zijn? Of de hemel zijn vraag heeft gehoord, stopt het gekletter tegen de ramen. Lichte miezerregen blijft over. Hij pakt zijn jas en de hondenriem. De oude basset trekt zijn kop weg, boven zijn hangwangen staan zijn ogen op stand treurig. Zijn baasje negeert de onuitgesproken smeekbede en doet hem de riem om.
Eenmaal bij het park wandelt de boxervrouw het groen uit. Ze glimlacht en het is of de zon doorbreekt. Hij kijkt haar na en merkt nauwelijks dat de regendruppels dikker worden. Lobbes ontgaat het niet en zet al zijn kracht in om zijn baasje mee naar huis te trekken.

Die middag blijft hij in de supermarkt staan voor het schap met zoutjes. Automatisch reikt hij naar de chilichips. Haar ranke gestalte dwarrelt vanuit zijn geheugen zijn gedachten binnen. Hij keert om naar de groenteafdeling, verruilt zijn pizza voor een maaltijdsalade en in plaats van chips belanden er snoeptomaatjes en snackkomkommers in zijn karretje.

Een nieuw ritme slijt in. Het is haar glimlach die hem door de saaie thuiswerkdagen en gezonde maaltijdkeuzes heen loodst. Na verloop van tijd merkt hij dat zijn broekband losser zit en dat Lobbes niet meer hijgend naast hem sjokt. Hij zet zijn broekriem een gaatje strakker en Lobbes neemt het ervan in het losloopgebied.

De lente breekt aan en hij vraagt zich af of hij het zou wagen om een praatje met haar aan te knopen. Hij bedenkt wat te zeggen. Lekker weertje? Wat heb je een leuke hond? Woon je hier vlakbij? Oh nee, dat in ieder geval niet. Waarom zou ze anders iedere ochtend in het park lopen?
Weken dubt hij en dan is ze hem voor. ‘Goedemorgen, wat is jouw hond mooi fit geworden.’
Haar stem is zwoel en verkwikkend als een briesje op een zomerse dag. Zijn verstand slaat op tilt en hij weet niet wat te zeggen. Ze bukt en kroelt Lobbes achter zijn oren. ‘Hoe heet jij?’
‘Lobbes,’ bromt hij. Zelfs zijn ouwe hond brengt het er beter af, enthousiast snuffelt hij aan haar boxer en laat toe dat het beestje hem met haar platte neusje betast.
Bevallig richt de vrouw zich op en haar glimlach verhit het bloed in zijn aderen. Hij voelt zich weer zestien en om zich een houding te geven rukt hij aan Lobbes’ lijn. ‘Ik moet weer eens aan het werk.’
De rest van de dag gaat op aan het vervloeken van zichzelf. ’s Avonds op de bank bedenkt hij wat hij morgen tegen haar gaat zeggen. ‘Wat een mooie dag. Ik ben gisteren helemaal vergeten te vragen hoe jouw hond heet. Het is zo’n mooi beestje.’ Ontelbare keren spreekt hij de woorden hardop uit, net zolang tot Lobbes hem aankijkt met een blik die zegt: ben je gek geworden?

Zenuwachtig als een jongen op weg naar zijn eerste schooldag, kuiert hij de volgende ochtend gemaakt nonchalant het park in. Ze is er nog niet en na een half uur dringt tot hem door dat ze vandaag niet komt. Zou er wat zijn gebeurd? Is ze ziek? Hij kan zich niet herinneren ooit zo teleurgesteld te zijn.
Ook de dag erna is ze er niet. Ziek lijkt hem niet logisch, dan had iemand anders haar hond wel uitgelaten. Misschien is ze met vakantie? Waarom heeft hij toen die keer zijn kans niet gegrepen? Hij voelt zich tien keer in kwadraat de sul die hij zijn hele leven al is.
De dagen worden weken en na drie weken vervliet ze tot een schaduw in de mist, nevel boven een plas. Het lijkt of ze er nooit is geweest.
Die middag stiefelt hij in de supermarkt de groenteafdeling voorbij. Blindelings vindt hij zijn oude vertrouwde weg. Bij de kassa scant hij een pizza, zijn favoriete chips, een six-pack bier en een worst om te delen met Lobbes.

Deze week verscheen mijn nieuwste boek ‘Verlangen en nog meer zondagverhalen’. Het is nu overal te koop, een gesigneerd exemplaar bestel je via de uitgever

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

7 reacties

  1. Ben op 11 april 2021 om 09:54

    Haha, ja zo gaat dat! Heerlijk weer en mooi zo na de Laird en Jane. De zon breekt hier door, net als in jouw verhaal….

  2. Ton Badhemd op 11 april 2021 om 12:48

    Goed verhaal, Marceline, mooi rond. Grappig hoe dat werkt, zijn gedachten zijn sterker dan welk dieet ook! 😋

  3. Anoniem op 11 april 2021 om 18:37

    Leuk verhaal Marceline

    Tjitske Stroop- Jasper
    Blog op fb ‘Tjitske schrijft’

  4. Marceline de Waard op 11 april 2021 om 21:33

    Dank jullie wel, Conny, Ben, Ton en Tjitske voor de fijne reacties! 🙂

  5. Bep op 12 april 2021 om 01:30

    Leuk verhaal Marceline, toch jammer dat ze niet meer gekomen is en dat hij weer op oude voet is belandt!
    Fijne week gewenst!
    Groetjes, Bep

    • Marceline de Waard op 12 april 2021 om 19:47

      Dank je wel, Bep!

Laat een reactie achter