Boink!
‘Kijk uit.’ Dough schiet naar voren en pakt aan de andere kant van de deuropening de beoogde toog vast. De afgelopen weken is hij samen met de mannelijke eilandbewoners druk bezig geweest om de schuur bij de haven om te bouwen tot een pub. Nu is het tijd voor het sluitstuk, het plaatsen van de toog.
‘Ga eens een stuk naar achteren en kantel iets naar links.’
De mannen aan de andere kant van de toog volgen de instructies van Dough in de schuur op, het werkt niet.
‘Misschien ondersteboven?’
‘Achterstevoren?
‘Andersom?’
De een na de ander komt met een oplossing maar hoe ze ook draaien en keren, de toog blijft steken in de deurpost.
‘Damned! Volgens mijn berekening had hij er precies doorheen moeten passen.’ Frustratie en teleurstelling vechten om voorrang op Ians gezicht .
‘Zullen we hem uit elkaar halen en dan binnen weer in elkaar zetten?’
‘Zijn jullie helemaal gek geworden?’ Avond aan avond besteedde Ian aan het maken van de perfecte toog en hij zette alles zo stevig vast dat het bouwsel nauwelijks meer uit elkaar is te halen.
Zwijgend staren de mannen naar de toog alsof ze het hout met hun ogen kunnen laten krimpen tot een formaat dat wel door de schuurdeur past.

‘Wat nu?’ Ian richt zich tot Dough. Ook al spreekt hij het niet uit, uit zijn ogen straalt het vertrouwen dat hun nieuwe Laird dit wel even oplost. Blij met deze acceptatie pakt Dough de houten deurpost vast, zouden ze die er makkelijk uit kunnen halen? Voor hij zijn idee kan opperen, waait een diep toeterend geluid vanaf het water aan land. Zijn verbazing wordt weerspiegelt op de gezichten van de mannen, ze gingen zo op in hun probleem dat de aankomst van de vrijdagmiddagferry hen ontging.
‘Zullen we het er maar bij laten voor vandaag,’ zegt hij, ‘eerst weekend, maandag zien we het weer scherp en lossen we het probleem ongetwijfeld in een mum van tijd op.’

Nadat de mannen met de toog zijn verdwenen, trekt hij de deur van de schuur in het slot en gaat naar de pier. Hoe dichterbij hij komt, hoe meer de lucht lijkt te trillen van de hoop en verwachting die met de vrijdagmiddagferry het eiland nadert. De kinderen die voor het weekend terugkomen van school en hun doordeweekse pleeggezinnen op het vasteland, bestellingen die wel of niet geleverd worden en de wisseling van de vakantiegangers. Het is een wekelijks hoogtepunt in de monotonie van het eilandleven.

De ferry meert aan en slaat zijn neus naar open. Hij moet denken aan al die keren dat hij als schooljongen aankwam voor het weekend. Met zijn kin stoer omhoog alsof de thuiskomst hem koud liet en met een hart dat het liefst in de armen van zijn wachtende moeder was gesprongen. In al die veertig jaar dat hij hier weg was, heeft hij niet meer aan deze momenten gedacht en nu prikken de herinneringen in zijn keel. Net als de gedachte aan zijn terugkomst een paar maanden geleden. Na een afwezigheid van veertig jaar kwam hij met een hoofd vol vragen voor zijn vader aan. Het moment dat zijn voeten de kade raakte, de abnormale stilte die vanaf het eiland hem tegemoet kwam, nog voor hij bij de begraafplaats aankwam, wist hij al dat hij te laat was om afscheid te nemen. Verdriet golft omhoog, hij dwingt het terug door zijn gedachten op de wachtende mensen te richten. Tot zijn verbazing staat Jane, de eigenaresse van de post-shop, erbij. Normaal gesproken wacht ze in haar winkel op de aflevering van haar bestellingen. De wind trekt aan de paardenstaart op haar rug en laat wat losse plukjes speels om haar gezicht dansen. Samen met de manier waarop ze haar vest strak om zich heen geslagen heeft, geeft het haar iets zachts, iets kwetsbaars. Alsof ze voelt dat zijn ogen op haar rusten kijkt ze zijn richting op.  De warmte glijdt van haar gelaat en haar blik wordt stug, vijandig bijna. Hij vraagt zich af waar haar antipathie en de weerstand tegen zijn plannen het eiland te moderniseren vandaan komen. Als enige bewoner is ze hier niet geboren, ze woont er pas twintig jaar. En waar de andere eilanders blij op de vooruitgang die hij als de nieuwe Laird voorstelde reageerden, kreeg hij van haar slechts tegenstand. Wat denk je dat Big Mac hiervan gevonden had? Haar trap onder de gordel steekt nog steeds. Vals kreng, hij draait zij hoofd van haar weg.
Een jonge kopie van Jane loopt de ferry uit. Verward denkt hij een moment dat hij in het verleden kijkt, tot de lach van de jonge vrouw de magie verbreekt. Ze slaat haar armen om de winkelhoudster heen, die trekt haar dicht tegen zich aan. Hij speurt zijn geheugen af en weet zeker dat niemand iets gezegd heeft over een dochter, moet hij zijn beeld van een verzuurde oude vrijster bijstellen? Geïntrigeerd kijkt hij ze na tot ze in de winkel verdwijnen.

De wind trekt aan en een donkere wolk schuift voor het laatste daglicht, de herfst is nabij en hij hoopt dat het droog blijft tot hij thuis is. Hij zet de kraag van zijn jack omhoog en ritst het dicht. De ferry vaart de haven uit en zijn oog valt op een eenzame vrouw aan de rand van de kade. Ze is niet van hier, waarschijnlijk een toerist die hulp nodig heeft en hij loopt naar haar toe. Als hij vlakbij haar is, draait ze zich om.
‘Kan ik u helpen?’ Hij zet zijn vriendelijkste glimlach op en bedenkt dat ze met haar zorgvuldig geföhnde haar en sjieke leren jas meer thuis lijkt te horen in de stad dan op een afgelegen Hebrideneiland.
Teleurstelling glijdt over haar gezicht en de wind blaast haar haar in haar gezicht en laat haar ogen tranen.
‘Hallo Dough.’ Ze duwt haar haar achter haar oor en opeens herkent hij haar.
‘Marianne, wat doe jij hier?’
‘Dat klinkt niet erg enthousiast.’ De teleurstelling sijpelt nu door in haar stem.
‘Zo bedoel ik het niet. Jij bent wel de laatste persoon die ik verwachtte te zien. Wat een verrasing.’ Hij geeft haar een zoen op haar wang en steekt zijn hand uit naar haar rugzak. ‘Geef maar hier. Ik neem aan dat je in het hotel logeert? Ik breng je erheen en dan kan je mij vertellen wat jou hierheen voert. Alles is toch wel goed met je?’
‘Prima. Ik had nog vakantiedagen tegoed en bedacht dat ik maar eens moest kijken hoe het jou hier vergaat. Je mails zijn zo schaars en weinig mededeelzaam.’
‘Ik had je toch gemaild dat de wifi hier slecht is. Alleen het hotel heeft een verbinding en die is niet best.’ Hij reageert geïrriteerd op het verwijt dat hij in haar woorden denkt te proeven.
‘Dat weet ik. Maar ik dacht …’ Haar stem ebt weg.
Een ongemakkelijk gevoel kruipt in hem omhoog en verdringt de rust die hij de afgelopen hier op zijn geboorte-eiland terugvond. Grote druppels vallen naar beneden en redden hem van een antwoord.
Ze versnellen hun pas voor de laatste paar honderd meter naar het hotel. Hij gaat met haar mee naar binnen en glimlacht naar de hoteleigenaar achter de receptie. ‘Marianne is een oude …,’ hij zoek naar het juiste woord: werknemer? Vriendin? ‘… bekende uit Nederland.’ Zonder naar haar te kijken, voelt hij hoe ze verstrakt. Ze doet een stap naar voren en geeft haar reserveringsgegevens aan de man achter de balie
Hij voelt zich een hork en zoekt naar een manier om het goed te maken. ‘Zullen we zo iets drinken nadat je je opgefrist hebt?’
Ze schudt haar hoofd. ‘Het was een lange dag. Iets eten via de roomservice en dan ga ik vroeg naar bed.’
In Dough wordt opluchting opgevolgd door iets van een schuldgevoel. ‘Heb je zin om morgen met mij te lunchen?’
‘Als je dat wilt.’
‘Natuurlijk wil ik dat. Nu je hier bent, wil ik weten hoe het met jou en het bedrijf gaat. Zal ik je twaalf uur ophalen?’
Ze knikt.
‘Mooi. Dan stel ik voor dat we op een mooi plekje gaan picknicken.’ Hij wendt zich tot de hoteleigenaar. ‘Ross, kan jij morgen zorgen voor twee lunchpakketten?’

Buiten hebben de druppels zich samengebald tot een bui en het laatste daglicht definitief verdreven. Hij trekt zijn capuchon over zijn hoofd en slaat de onverharde weg naar zijn huis in het midden van het eiland in. In hem is het een warboel en een diepverlangen naar Nellie drijft omhoog. Zo intens heeft hij het sinds zijn aankomst hier niet meer gevoeld. En ook het verdriet om het onverwachte overlijden van haar en hun dochter is opeens weer in volle hevigheid terug. Stomme Marianne, ooit was ze zijn zeer gewaardeerde secretaresse en rechterhand, maar hier past haar aanwezigheid niet. Wat moet ze hier in vredesnaam? Nellies lach klatert in zijn hoofd: oh, Dough, voor zo’n intelligente man ben je zo naïef als het op vrouwen aankomt. Heb je niet door hoe Marianne om je heen draait en naar je kijkt? Als je op mij bent uitgekeken, kan je zo bij haar terecht. Wat de aanleiding voor haar woorden tientallen jaren geleden was weet hij niet meer, maar opeens herinnert hij zich ze alsof ze zojuist naast hem uitsprak.
Hij trekt zijn schouders krom alsof hij zo niet alleen de regen alsook de herinnering kan ontwijken. Tegen de tijd dat hij thuis aankomt weet hij niet of zijn gezicht nat is van de regen of zijn tranen, wat hij wel weet is dat hij tegen de dag van morgen opziet als een bok die door de jager uitverkoren is om aangeschoten te worden voor een feestmaal.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

8 reacties

  1. Ben op 11 oktober 2020 om 09:57

    Als een bok uitverkoren om aangeschoten te worden voor een feestmaal….. Prachtig, hoe verzin je het! En wie gaan er uiteindelijk aanzitten? Marianne, Jane of? Bij jou weet je het maar nooit en je voert de spanning langzaam op. We gaan hier nog een hele tijd van genieten. Mooi!

    • Marceline de Waard op 11 oktober 2020 om 13:08

      Dank je wel, Ben 🙂

  2. Nicole de Haan op 11 oktober 2020 om 21:07

    Wat goed geschreven weer, kijk echt uit naar het vervolg.. ben benieuwd 😄

    • Marceline de Waard op 11 oktober 2020 om 22:33

      Dank je wel, Nicole! 🙂

    • Bep op 12 oktober 2020 om 00:09

      Heerlijk weer om te lezen. Ik heb niet de indruk dat die Marianne lang op het eiland zal blijven! En Jane, waarom is ze toch zo stuurs ten opzichte van Douglas, toch niet alleen om zijn plannen, er moet meer achter zitten!

      • Marceline de Waard op 12 oktober 2020 om 22:26

        Dank je wel Bep, altijd fijn om te lezen hoe jij het verhaal ervaart.

  3. Thole op 12 oktober 2020 om 10:41

    Ik vraag mij af of dit mooie en boeiend geschreven prozaverhaal uitgroeit tot een roman.

    • Marceline de Waard op 12 oktober 2020 om 22:27

      Thole, ik denk dat het een (bescheiden) feuilleton blijft.

Laat een reactie achter