DE SCHETS

‘Kind, loop mij niet zo voor de voeten, ga ergens anders spelen.’ De moeder van de kleine Carraig loopt zo dicht langs hem dat hij opzij moet leunen; de toren die hij van blokken turf en stenen gebouwd heeft, stoot hij om. Hij opent zijn mond om te protesteren.
Zijn moeder zeult met een volle wasmand en haar ogen staan donker.
Carraig doet zijn mond dicht en duwt de tussendeur van de keuken naar de pub open. Achter de toonbank staat zijn vader die de klanten helpt. De sterke geur van bier en het geroezemoes van mannen komt hem tegemoet. Hij blijft staan totdat hij iets in de donkere pub ziet.
‘Hé.’ Zijn vader komt naar hem toe. ‘Wegwezen. Geen kinderen in de zaak. Hoe vaak moet ik dat nog zeggen?’
Carraig bukt om aan zijn vaders hand te ontsnappen, gaat onder het opklapbare deel van de toonbank door en verdwijnt tussen de mannen die er voor staan. Hij wurmt zich door hen heen, door het kruideniersgedeelte naar de deur. Buiten komt de frisse zeewind hem tegemoet en hij knijpt zijn ogen dicht om ze te beschermen tegen de felle zon. Hij loopt naar links, naar het strand. Aan het einde, daar waar de rotsblokken in het water staan, zit zijn opa. Hij holt naar hem toe. Opa kijkt niet op, hij is verdiept in het papierblok op zijn schoot. Een moment is hij teleurgesteld, dan wordt hij nieuwsgierig. Zachtjes gaat hij schuin achter hem staan.
De hand van opa pakt steeds een andere kleur uit de potloden, die naast hem liggen. Met grote halen gaat hij ermee over het papier en Carraig herkent de bergen, de zee en het strand. Opa buigt zich dichter naar het papier toe en de halen van zijn hand worden kleiner, de gestalte van een vrouw verschijnt op het strand. Lange rode krullen dansen als linten over het papier. Carraig houdt zijn adem in. ‘Wie is dat?’ Het ontsnapt hem voor hij er erg in heeft.
‘Sta je hier al lang?’ Zijn opa kijkt verbaasd op, ‘Dat is niemand, een Sídhe.’ Hij slaat het papierblok over zijn tekening dicht.
‘Een Sídhe?’ Het witte streepje op de slaap van zijn opa trekt zijn aandacht. Heeft zijn opa de mensen van de heuvels gezien? Deze feeën uit de andere wereld prikkelen al langere tijd zijn fantasie. Hij weet dat ze via de grafheuvels, die in het land verborgen liggen, toegang hebben tot het dagelijkse leven. Carraig hangt regelmatig bij zonsopgang of zonsondergang uit zijn slaapkamerraam omdat dan de kans hen te zien het grootst is. Nooit zag hij er een en wist niet dat ze zo betoverend mooi waren. Hij wil zijn opa vragen of hij nog een keer goed mag kijken.
‘Kom, genoeg gelanterfant.’ Zijn opa staat op en duwt zijn schetsblok onder zijn arm en stopt zijn potloden in zijn broekzak.

—-

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

8 reacties

  1. Louise Jonkman op 15 mei 2022 om 09:01

    Goedemorgen Marceline,
    Wat een mooi beeld schets je …
    Ik zie het voor me.
    Fijn om mee genomen te worden in een verhaal, het smaakt naar meer …

    Fijne zondag!

    • Marceline de Waard op 15 mei 2022 om 09:05

      Dank je wel, Louise 🙂

  2. Ben op 15 mei 2022 om 09:24

    Zo mooi en je kan zo fijn de sfeer weergeven. Waardoor ik er ook bij ben, op een afstandje kan toekijken…

    • Marceline de Waard op 15 mei 2022 om 18:46

      Wat een heerlijke reactie! Dank je wel, ben 🙂

    • Bep van Vlijmen-van Dijk op 16 mei 2022 om 00:12

      Ik heb weer genoten, maar ben wel nieuwsgierig geworden……….

      Fijne week Marceline ⁷

      • Marceline de Waard op 16 mei 2022 om 06:59

        Fijn, Bep. Dank je wel!

  3. Jenny op 16 mei 2022 om 20:53

    Wat mooi, ik duik zo in het het plaatje dat je beschrijft, mooi hoor

    • Marceline de Waard op 16 mei 2022 om 21:47

      Wat fijn, Jenny, dank je wel!

Laat een reactie achter