DE OOIEVAAR
De houten ooievaar bij de overburen staart mij aan. Aan de andere kant van de telefoon geeft de doktersassistente de uitslag van het periodieke uitstrijkje: ‘U heeft trichomonas. De vorige keer zat het er ook. Hebben ze dat toen niet gezegd?’
‘Nee. Wat is dat?’
‘Het is een onschuldige soa.’
‘Hoe kom ik daar nou aan?’ Ik ben inmiddels bijna twintig jaar getrouwd.
‘Het kan er al een tijdje zitten zonder dat u er last van heeft.’
‘Dan heb ik het vast langer dan twintig jaar.’ Ik denk aan de wilde tijd voordat ik mijn man leerde kennen en de spanning die de mededeling opriep, trekt weg.
‘Nee, zolang is onwaarschijnlijk.’
‘Dan begrijp ik het niet.’
‘U heeft onlangs geen onbeschermd seksueel contact gehad?’
‘Nee.’
‘Misschien moet u het dan aan uw man vragen.’
Ik luister nauwelijks naar het verhaal over de kuur die ik en mijn man moeten volgen. Langzaam hang ik op en de ooievaar wordt wazig. Mijn man, tien jaar terug. Een loden bal neemt de plaats van mijn hart in. We hadden in die tijd permanent ruzie. Ik wilde kinderen, hij niet. Natuurlijk kreeg hij zijn zin. En dan zijn oud-collega die we een paar jaar geleden in Parijs tegen het lijf liepen. Ineens snap ik waarom die vrouw zo raar naar mij keek.
‘Wat zit jij hier in het donker.’ Mijn man komt thuis en knipt de schemerlampen aan.
Ik haal mijn schouders op. Na het telefoongesprek met de doktersassistente ben ik op de bank gaan zitten en heb mij niet meer verroerd. Binnen in mij kolkt het. Verdriet, woede, onbegrip, verraad, en pijn vechten in mij om voorrang.
‘Wat is er gebeurd? Is er iets met je ouders?’ Hij komt naast mij zitten en pakt mijn hand. Ik trek hem los.
‘Ik kreeg de uitslag van mijn uitstrijkje.’
‘Was het niet goed? Mijn arme lieve schat.’ Hij trekt mij naar zich toe.
Ik duw hem weg. ‘Ik heb trichomonas, een soa.’
‘Hoe kom je daar nou aan?’ Hij kijkt van mij weg, ik zie nog net het vleugje schuld in zijn ogen.
‘Dat moest ik aan jou vragen.’
Hij zwijgt.
Een glimlach welt omhoog, het gebeurt niet vaak dat hij niets te zeggen weet.
‘Het kan er al wat langer zitten. Weet je nog, die oud-collega van jou? Een paar jaar terug kwamen we haar in Parijs tegen.’
‘Schatje, dat stelde niks voor.’ Hij draait zich naar mij toe en ik zie iets van opluchting op zijn gezicht en ik besef dat al die avonden dat hij moest overwerken leugens waren, mijn glimlach verdwijnt.
‘Je weet toch dat ik alleen van jou hou?’ Hij streelt mijn wang.
Het is dit laatste gebaar dat de woede in mij laat winnen. ‘Wie is het nu? En waar zit jij steeds als je zogenaamd overwerkt? Gore klootzak.’ Ik die nooit scheld, weet ineens een heel register open te trekken. Hij kijkt mij alleen maar aan en wordt wit. Voor mijn ogen schrompelt mijn knappe man in tot een onbenullige sul.
‘En nu wil ik dat je je koffer pakt en oprot.’
‘Maar… ik …’
‘Nu.’ Ik zet mijn hand in mijn zij en wijs met de andere naar de trap. En zowaar, hij doet wat ik zeg. Ik zak neer op de bank. Vanbinnen ben ik leeg, de wirwar van emoties van zonet is verdwenen. Ik staar naar de grond en luister naar zijn gestommel boven. Mijn blik dwaalt naar het kleed voor de haard. Was het pas afgelopen zaterdag dat we daar na het eten op belandden en ons verloren in een vrijpartij?
Gestommel op de trap en ik voel hoe hij in de deuropening komt staan. ‘Dan ga ik maar.’
Ik blijf zwijgen en met het dichtslaan van de voordeur komen de emoties terug. Dit keer is het verdriet dat zich als een tsunami naar buiten werkt.
De houten ooievaar bij de buren staart mij aan. Overmorgen is het dinsdag en dan is hij al twee weken weg.
Bekijk het van de andere kant. Hij hield je klein. Neem de ruimte en ontwikkel jezelf. De stem van mijn beste vriendin en koningin van het omdenken, dreunt tussen de nevels van de wijn, na in mijn hoofd. Gisteren hebben we tot diep in de nacht zitten praten en haar woorden laten mij niet los. Ik slof naar de keuken. Het aanrecht is onzichtbaar tussen de vieze borden, pizzadozen, chipszakken en wijnglazen.
Neem de ruimte en ontwikkel jezelf. Eerst maar ruimte in de keuken. Ik ruim de vaatwasser in, prop het afval in de vuilnisbak en pak de lege wijnflessen in. Even later vertrek ik met twee volle tassen naar de glasbak bij de supermarkt.
Mijn vrouw heeft ook een baantje. Onderweg is het zijn stem die zich bij die van Ilse voegt. Nadat ik de lege flessen weggegooid heb, ga ik de supermarkt binnen. Jaren heb ik mij geërgerd aan de zondagopening, maar nu vind ik het een gouden vondst. Ik vul mijn wagentje met kaas, fruit, yoghurt en brood.
Mijn vrouw heeft ook een baantje. Tegen de tijd dat ik bij de groenteafdeling aankom, is het verdriet en de pijn van de afgelopen tijd vervangen door nijd. Ik studeerde af met betere cijfers dan hij en nam genoegen met een parttimebaan als managementassistente zodat hij carrière kon maken. Mijn nieuwe baas komt in mijn gedachten. In mijn functioneringsgesprek zei hij dat hij niet begreep waarom ik niet één van de projectleiders was in plaats van zijn assistente. Een van hen vertrekt binnenkort en tegen de tijd dat ik bij de kassa kom, heb ik een plan. Morgen meld ik mij beter en ga praten met mijn baas.
Bij thuiskomst grijns ik naar de houten ooievaar aan de overkant.
Zo dan! Je tovert vandaag weer een sterke vrouw tevoorschijn. Knap hoe je in dit korte bestek een heel leven tevoorschijn kunt schrijven…
Zo dan, echt goed!! Dat maar veel vrouwen in dezelfde situatie dat voorbeeld kunnen en durven te nemen!!
Dank je wel, Nelleke en Ben!