DE NALATENSCHAP

Koude wind, een dichtslaande sleur, tikkende hakken op het parket. ‘Vuil kreng! Wat heb je gedaan?’
Voor Coralies versufte brein de geluiden kan plaatsen, wordt ze ruw opzij geduwd. Ze opent haar ogen en herkent Kimberley, het laatste snolletje van haar broer. Deze buigt zich over de roerloze gestalte naast haar. ‘Thomas, lieverd, wakker worden.’ Ze tikt tegen zijn wang. Hij kreunt.
Beelden druppelen in Coralies geheugen. De oude foto met daarop het bewijs dat Thomas onmogelijk papa’s zoon kan zijn. Thomas die de trap opstormde, hun bekvechten, zijn poging de foto uit haar hand te trekken, het verlies van hun evenwicht gevolgd door de val van de trap. Waar is de foto eigenlijk gebleven? Ze draait haar hoofd richting de trap. Daar, tegen de onderste tree. Ze schuift ernaar toe en verbijt een kreet als haar gebutste lijf protesteert.
‘Doe eens wat, stomme trut. Bel het ziekenhuis dat ze een ambulance sturen!’ schreeuwt Kimberley.
Ziekenhuis, het woord doet haar beseffen waarvoor Thomas langskwam: papa is dood.

De jenevervaten stromen leeg, een scherpe alcoholgeur dringt zich op, papa drijft. Iedere keer als ze zijn voeten vastpakt, glijden ze uit haar handen. Haar schreeuw om hulp blijft steken in haar keel.
Een hand op haar schouder. ‘Mevrouw Coralie.’
Moeizaam open ze haar ogen, een vreemde vrouw glimlacht haar toe.
‘Ik ben Greet, de vrouw van Marinus,’ zegt ze alsof ze Coralies onuitgesproken vraag van haar gezicht las. ‘Marinus is op de zaak en ik kom u eten brengen. Ik heb een slap kopje thee en wat geroosterde boterhammetjes met boter en jam.’ Al babbelend helpt ze Coralie omhoog in haar kussens en zet een blad op haar schoot. ‘Uw broer heeft wonder boven wonder slechts wat schrammen en een zware hersenschudding, met een paar weken rust wordt hij weer helemaal de oude. Net als u.’ Ze geeft Coralie een stukje toast.
Terwijl ze kauwt, komen de herinneringen aan de vorige avond terug. De huisarts kwam en even later een ambulance. Nadat een roerloze Thomas met een krijsende Kimberley waren vertrokken, had de dokter vastgesteld dat Coralie op wat blauwe plekken en een shock niets mankeerde. Op zijn vraag wie hij moest bellen, was de enige persoon die ze kon bedenken Marinus, papa’s trouwe rechterhand.
Ze stopt het laatste stukje brood in haar mond.
‘Goed, zo,’ zegt Greet op een toon of ze een klein kind prijst. ‘Nu nog de pillen die de dokter u gaf en dan kunt u weer lekker slapen. Voor de lunch maak ik een lekker kippensoepje en Marinus komt u vanmiddag helpen met de begrafenisondernemer.’

De tijd daarna ondergaat Coralie in een roes. Ze knikt op de voorstellen van de begrafenisondernemer en Marinus en laat door Greet en Marinus door de plechtigheid loodsen. Zelfs om de afwezigheid van Thomas – hij zou nog niet zo lang op mogen – bij de uitvaart kan ze zich niet druk maken.
In de weken daarna laat ze het aan Marinus om de zaak draaiende te houden en vlucht weg in de vergetelheid die de tranquilizers van de huisarts haar bieden: ze is er nog niet aan toe de pijn van papa’s gemis te voelen en de strijd om het bedrijf met Thomas aan te gaan.

Tot op een maandagochtend de notaris belt: ‘Uw broer is voldoende hersteld. Schikt donderdagochtend u om uw vaders testament door te nemen?’
De uitnodiging verjaagt haar lethargie en ze spoelt de kalmerende pillen door de wc zodat ze niet meer in de verleiding kan komen er nog een te nemen.

Als kinderen die te lang en met teveel opgesloten hebben gezeten in een te kleine ruimte barsten nieuwe emoties en oud zeer de dagen erna naar buiten. Ze huilt, ze krijst, trekt aan haar haren, schopt tegen de muren en scheldt tegen alles en iedereen. Het meest boos is ze op haar vader. Al haar toewijding en liefde, haar hele leven draaide om hem en dan heeft hij het gore lef om dood te gaan voor zij de kwestie rond het erfrecht recht kon zetten. Want als er geen zoon was, zou alles naar haar als dochter zijn gegaan. De vuilak! Haar woede stroomt als push uit een etterende wond. Lillend vet boven een te strakke spijkerbroek, smerig en wanstaltig komt al haar opgekropte frustratie er in het wilde weg uit. Zelfs de moederlijke Greet krijgt een grauw en een snauw als ze langskomt om voor Coralie te zorgen. Op woensdag bijt Greet terug: ‘Gaat u zo om met mensen die zich om u bekommeren. Geen wonder dat u geen vrienden hebt. Vanaf nu kunt u onze hulp ook wel vergeten.’ De voordeur knalt zo hard in het slot dat de halspiegel rinkelt in zijn sponning.

Donderdagochtend ontwaakt Coralie in een huis dat net zo koud en leeg is als haar binnenste. Haar missie om Thomas als buitenechtelijk kind aan de schandpaal nagelen om te voorkomen dat het bedrijf in zijn handen valt, geeft haar de kracht om onder de warme dekens vandaan te komen. De distilleerderij verkopen aan de Amerikanen? Mooi niet! Pap stuurde aan op een fusie. Zijn plan was een deel van de jeneverproductie aan te passen tot een gin naar de smaak van de Amerikaanse markt. De oorspronkelijke jenever zou dan als niche kunnen blijven bestaan voor de Nederlandse markt.
Na een snelle douche trekt ze haar beste mantelpakje aan, draait haar haren in een stijve knot en vlijt de foto waarop haar moeder oom Harry negen maanden voor Thomas’ geboorte berijdt zorgvuldig tussen tissues en stopt hem in haar handtas.

Aan de tafel bij de notaris schuift ze haar stoel zover mogelijk bij Thomas en Kimberley vandaan.
‘Goedemorgen, zus. Ik vindt het ook een genoegen je weer te zien.’
Ze negeert zijn sarcastisch toon en zodra de secretaresse hen van koffie heeft voorzien, knipt ze haar tas open en haalt de foto tevoorschijn. Ze legt hem op tafel. ‘Voor u begint, moet u eerst weten dat Thomas niet de echte zoon van míjn vader is.’
Een ijzige stilte volgt. Van genoegen strekt haar rug en glijdt er een triomfantelijk lachje over haar gezicht. ‘Thomas is de zoon van oom Harry, een oude studievriend van mijn vader. Onze ouders hadden gescheiden slaapkamers en terwijl mijn vader zich uit de naad werkte, bedroog mijn moeder hem met deze schuinsmarcheerder. Als nietsvermoedende achtjarige maakte ik precies negen maanden voor Thomas’ geboorte deze compromitterende foto van mijn moeder met oom Harry.’
Ze vouwt de tissues open en tikt op de achterkant. ‘Hier staat de datum en hier is de schokkende waarheid.’
‘Geef hier.’ Voor ze de foto om kan draaien, grist Thomas hem uit haar handen. Verontwaardigd kijkt ze naar de notaris in de verwachting dat hij in zal grijpen. Hij schudt enkel verdwaasd zijn hoofd.
‘Wat? Deze verkleurde vage vlekken zijn volgens jou het bewijs dat ik niet het kind van onze vader ben?’ Je bent nog gekker dan ik dacht!’ Hij zeilt de foto over de tafel naar de man tegenover hen. Die pakt hem op en fronst. ‘Wat zou ik moeten zien?’
Thomas legt zijn hoofd in zijn nek en schatert het uit. Witheet laait de woede in haar op. Ze maait de koffiekopjes van tafel en vliegt op hem af. Als een valse kat klauwt ze naar zijn gezicht.

***
Wordt vervolgd

—-
Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

8 reacties

  1. Ben op 16 oktober 2022 om 07:51

    Lekker dit, je helemaal laten gaan in blinde woede. Dat mag ik wel…., zeker als het zo beeldend is beschreven!

  2. Jenny op 16 oktober 2022 om 10:46

    Goedenmorgen wat een begin!!
    Ik ben ZOOO ontzettend benieuwd hoe dit zal eindigen.
    Was het maar alvast weer volgende week zondag,

    Marceline bedant

  3. Nelleke S op 16 oktober 2022 om 11:35

    Er komt vast een einde dat we niet verwachtten!! Geweldig verhaal!

  4. Marceline de Waard op 16 oktober 2022 om 11:58

    Ben, Jenny en Nelleke, dank jullie wel voor de fijne reacties 🙂

  5. Bep van Vlijmen-van Dijk op 16 oktober 2022 om 12:11

    Jeetje, ik zie het voor mijn ogen gebeuren als een film die voorbij trekt, zo supergoed geschreven! Zo jammer, dat we nu weer een week moeten wachten op het vervolg………..
    Fijne week Marceline.

    • Marceline de Waard op 16 oktober 2022 om 19:36

      Dank je wel, Bep!

  6. Dien op 16 oktober 2022 om 21:03

    Wat is er mis met de foto? Wat een woede heerlijk als je het zo kwijt kan.

    • Marceline de Waard op 16 oktober 2022 om 21:43

      Bij Coralie zit er inderdaad geen rem op. Dank je wel, Dien!

Laat een reactie achter