DE MAN IN DE LANTAARNPAAL

We zijn net terug van een fietstocht op de hei en ik sta voor het raam van onze hotelkamer. ‘Zouden ze die lantaarnpaal ooit nog maken?’
‘Mm.’ Ruud komt achter me staan, slaat zijn armen om mijn middel en zoent mijn nek.
‘Wat heb jij ineens?’ Ik schud me los uit zijn armen en draai mij om.
‘Je zag er zo lekker uit vandaag.’
Ik trek aan de boord van mijn vormeloze coltrui. ‘Moet jij soms een nieuwe bril?’ We zijn de zilveren mijlpaal van ons huwelijk ruim voorbij en seks staat, voorzichtig gezegd, niet hoog meer op onze agenda.
‘Hè, doe niet zo flauw.’ Hij trekt me naar zich toe.
Over zijn schouder zie ik mijn boek op het nachtkastje liggen. Een landhuis aan een meer siert de kaft. Ik wil graag weten of de hoofdpersoon erachter komt wat er ooit in dat huis gebeurde.
De handen van Ruud glijden omlaag naar mijn billen. De geur van het haardvuur beneden in de lounge hangt nog in mijn neus en ze hebben hier van die lekkere zelfgebakken appeltaart.
Nog even uitstellen of het risico nemen de hele avond met een humeurige man te zitten?
Ik geef hem een zoen en stap naar achteren. Met getuite lippen trek ik mijn coltrui uit en schuif heupwiegend mijn spijkerbroek naar beneden.
‘Grr.’ Ruud geeft mij een zetje en met mijn broek op mijn enkels beland ik op het bed. Hij laat zich half op me vallen.
Ik verstijf. Er klimt een man met een gereedschapstasje op zijn heup de lantaarnpaal in.
Als ik mijn mond open om Ruud te waarschuwen, draait zijn hoofd mijn kant op. Zijn ogen branden in die van mij en mijn hart stuitert tussen schrik en opwinding.
Tanden prikkelen mijn oorlelletje en de ogen van de werkman vernauwen zich. Zonder iets te zeggen sluit ik mijn ogen en vergeet alles om mij heen.

Achteraf neemt Ruud mijn gezicht tussen zijn handen en ik open mijn ogen. Zijn gezicht is zacht en glad zoals ik het in geen jaren meer gezien heb.
‘We moeten vaker ’s middags vrijen.’ Hij drukt een lange kus op mijn lippen en verbergt zijn gezicht in mijn haar.
Ik sla mijn armen om hem heen en kijk over zijn schouder naar buiten. Mijn ogen knijpen dicht tegen het schelle licht van de lantaarnpaal.

—-
Inmiddels is mijn nieuwste roman ‘Nevels’ besteld door de bibliotheek en in veel filialen kan je hem al reserveren. In de app van de online bibliotheek is hij nu al te downloaden.
Ook is Nevels nog steeds te koop als paperback en e-book. Een gesigneerd exemplaar bestel je via een e-mail naar zondagverhaal@gmail.com
Benieuwd wat andere van ‘Nevels’ vinden? Neem daarvoor een kijkje op mijn recensiepagina.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

4 reacties

  1. Ben op 24 maart 2024 om 08:25

    Haha, ja dit is er één die tot de verbeelding spreekt. Zou de werkman uit de lantaarnpaal zijn gevallen?

    • Marceline op 24 maart 2024 om 09:06

      Ik vermoed het, Ben!

      • Els op 2 april 2024 om 13:37

        Nee nee, want de lantaarn is uiteindelijk toch hersteld.

        • Marceline de Waard op 2 april 2024 om 18:57

          Dat is natuurlijk ook zo, Els! Maar misschien daarna?

Laat een reactie achter