Skip to content

DE GEESTEN VAN DARTMOOR

Grauwe mist golft in flarden over de hei. Troosteloos. Wat moet u met Dartmoor? Er is vaak mist en dan spookt het. Hellehonden, spookpaarden en ruiters zonder hoofd. Geen gebied voor een meissie als u. De stem van Alfie. Ook al is het een kleine tien jaar geleden, Elizabeth ziet hem nog zitten aan de keukentafel bij Betsy.
Vlak nadat Elizabeth het huwelijksaanzoek van Jeremy aannam, vertelde Betsy dat zij en Alfie ook gingen trouwen. “Ik word er niet jonger op.” zei ze, “Alfie is een goede vent en de rest van mijn leven de meid van je tante zijn, wil ik niet.” Na hun trouwen namen ze een pub over: Alfie achter de tap en Betsy in de keuken. Hoe zal het met ze zijn? Zou de pub goed lopen? Zouden ze kinderen hebben? Elizabeth stelt zich een kleine Betsy en Alfie voor. Snoepend van warme scones aan de keukentafel bij Betsy.
Ze legt haar handen op haar buik. Leeg, hol. Buiten worden de nevels dikker. Alfie had ongelijk: er zijn geen ruiters zonder hoofd, wel baby’s zonder hoofd. Hoe stijf ze haar handen ook tegen haar oren duwt, hun gekrijs kerft een diep wond in haar hart.

Een hand op haar schouder, gemompel bij de hand voor haar oor. Ze kijkt op in het gezicht van Jeremy. Verdriet glinstert in zijn ogen, het schrijnt in haar gewonde hart en snel draait ze haar hoofd weg.
Hij slaat zijn armen om haar heen en trekt haar strak tegen zich aan.
De tijd verstilt en de nevels lossen op in het zwart van de invallende avond.
‘Kom, je moet wat eten.’ In haar haar klinkt zijn stem gesmoord.
‘Ik … ,’ haar stem hapert. ‘Geen trek.’
‘Een kop soep lust je toch wel? Je moet weer aansterken.’
‘Waarvoor?’
‘We hebben elkaar toch? Laten we dit samen doen.’
Samen doen? Het is niet zijn lichaam dat het iedere keer niet lukt hun baby te voldragen. Willoos laat ze zich door hem meevoeren.

De soep in haar mond laat haar bijna kokhalzen en ze legt de lepel terug in haar bord.
‘Smaakt het niet? Wil je liever brood met wat kaas? Moet ik Annie vragen of ze wat voor je kookt?’ Jeremy legt zijn hand op de hare. ‘Waar heb je trek in?’
‘Waarom ben je zo lief voor mij?’ Ze trekt haar hand terug.
‘Ik hou van je, natuurlijk ben ik lief voor je.’
‘Waarom zou je van mij houden? Er zijn betere vrouwen.’
‘Voor mij zijn er geen betere vrouwen dan jij. Dat weet je toch? Al vanaf het moment dat ik je op dat grasveld zag zitten.’ Hij glimlacht.
Ze kijkt weg. De tijd dat ze elkaar ontmoetten, de moeite die hij deed om haar beter te leren kennen en het sprookje toen ze met hem trouwde. De belofte van de mooie toekomst die voor haar lag, doet zeer in haar keel. ‘Andere vrouwen kunnen je wel kinderen geven.’ Haar stem klinkt gesmoord.
‘Dat is niet belangrijk.’ hij legt zijn hand op de hare.
Ze trekt haar hand terug, snel pakt hij hem steviger vast.
‘Zo bedoel ik het niet. Ik bedoel dat jij belangrijker bent. Het gaat mij om jou. Ik heb ook verdriet, maar samen kunnen we dat toch wel aan?’
Ze blijft zwijgen en hij gaat op zijn knieën naast haar zitten. ‘Zal ik morgen met je meegaan naar de dokter? Misschien heeft hij wat om je wat minder verdrietig te voelen.’
De liefde in zijn stem, de warmte van zijn armen om haar heen. Ze kan niet anders dan ja knikken.

De volgende avond staart Elizabeth naar de pil in haar hand. Haar mond wordt droog, op de een of andere manier heeft het iets angstigs: wat als ze straks haar baby’s niet meer kan zien in de nevels op de hei?
Jeremy geeft haar een glas water.
Ze sluit haar ogen, snel legt ze het de pil op haar tong en met een paar grote slokken slikt ze hem door.

In de weken die volgen, blijven haar ongeboren baby’s dolen op de hei. Hun gekrijs verdwijnt en het schrijnen van de wond in haar hart wordt steeds minder, net als haar zin om iets te doen.

‘Zullen we op vakantie gaan? Ik kan wel een week of wat langer gemist worden.’ Jeremy neemt plaats op de stoel naast Elizabeth in de serre.
Ze haalt haar schouders op en blijft in de nevels buiten staren.
‘Toe nou, Elizabeth,’ irritatie kruipt in zijn stem, ‘zo is het voor mij ook geen leven. Hoe denk je dat het voor mij is om iedere dag terug te komen bij een vrouw in grafstemming?’
Een schok gaat door haar heen, voor het eerst sinds het verlies van hun derde ongeboren kind heeft hij haar aandacht te pakken. Een blos kruipt omhoog en met wijdopen ogen kijkt ze hem aan.
‘ik meen het Elizabeth. Ik heb ook verdriet, alleen wil ik daar niet in blijven hangen. We moeten door, laten we wat moois van ons leven samen proberen te maken. Dankbaar zijn voor wat we wel hebben.’ Zijn arm maakt een gebaar naar alles om hen heen: het landhuis en de velden buiten, omringd door hei. ‘En we hebben elkaar. Is dat niet het belangrijkste? Ik hou van je Elizabeth, maar op deze manier trek ik het ook niet langer.’ Zijn ogen glinsteren.
Ze grijpt hem vast alsof ze bang is dat hij wegloopt. De diepe pijn breekt door de verdovende muur die de pillen in haar gebouwd hebben, in golven komt het eruit. Hij staat op en trekt haar uit haar stoel dicht tegen zich aan. Zo blijven ze staan totdat er geen tranen in haar over zijn en haar haar nat is van de zijne.

‘Waar wil je heen op vakantie?’ Sinds lange tijd is die avond de sfeer aan de eettafel wat ontspannen
‘Iets waar het nu mooi weer is, lijkt mij wel fijn. Jij mag het zeggen.’ Sinds lange tijd lachen zijn ogen mee met zijn mond.
‘Ik zou het niet weten.’
Zijn glimlach verflauwt.
‘Naar de zon lijkt mij fijn.’ Ze dwingt zich zijn glimlach te beantwoorden in de angst die van hem kwijt te raken. ‘Jij hebt er al wat langer over nagedacht, misschien heb je een idee.’
‘Italië? Onze huwelijksreis naar Toscane was heel mooi en bijzonder.’
De kronkelende wegen, de eeuwenoude steden op de toppen van de heuvels, stoffige Oud-Romeinse wegen omzoomd door cipressen. De zoenen van Jeremy die van lief veranderden in opwindend, zijn handen die steeds heter op haar huid voelden. De rimpels van genot in zijn gezicht boven haar en de huivering van de extase die hij bij haar teweegbracht.
‘Zullen we daar weer heengaan?’ Zegt ze. Terug naar af en een nieuwe start, misschien is dat wel de oplossing.
‘Zou je dat willen?’
Ze knikt. ‘Het liefst in hetzelfde hotel. Ik wil weer net zo gelukkig worden als toen.’
Het is alsof de zon doorbreekt op zijn gezicht.


Boven de witte wolken is de lucht stralend blauw. Vanuit haar stoel bij het vliegtuigraam vraagt Elizabeth zich af hoe mensen vandaag de dag nog kunnen denken dat de doden naar de hemel gaan. Bij haar ouderlijk huis in Ierland zijn het de Aes Sidh die de toegang tot de andere wereld onder de grond bewaken. Een andere wereld die via de heuvels in Ierland bereikbaar was en waar haar moeder naar toe ging nadat ze haar begraven hadden. Onder de grond, haar adem stokt.
‘Gaat het?’ Jeremy buigt zich naar haar toe.
Ze knikt.
‘Zie je er tegen op om weer naar huis te gaan?’ Bezorgd glijden zijn ogen over haar gezicht, bang dat de blos en de glans in haar ogen die de afgelopen tien dagen teweegbrachten, verdwijnen.
‘Deze vakantie heeft mij goed gedaan, ik weet precies wat ik nu moet doen.’ Ze glimlacht en legt haar hoofd op zijn schouder. Warm, vertrouwd en veilig. Ze pakt zijn hand en kust hem zacht in zijn hals.

Die nacht staat ze zichzelf niet toe om in slaap te vallen. Voorzichtig, om hem niet wakker te maken legt ze haar hoofd tegen de rug van haar man. Hun lange wandelingen de afgelopen weken door de heuvels rond Florence waar hun zwijgen hen samenbond in een steeds zachter wordend verdriet.
Hun late diners op het terras van hun hotel tussen de heuvels, gevolgd door de zoetheid van de Italiaanse nacht waarin ze elkaar ook tussen de lakens weer vonden.

De eerste schemer komt door de driehoek waar de gordijnen elkaar net niet raken, zachtjes glipt ze onder de lakens uit. Haar ochtendjas trekt ze pas aan als ze beneden is. Ze trekt haar wandelschoenen aan en gaat naar buiten.
Witte nevels verbinden de nacht aan de dag. Uit de schuur pakt ze een schep en loopt het veld in naar haar baby’s. Tussen de bomen graaft ze een kleine kuil.
Met een uitgestoken rechterarm en haar wijsvinger naar de grond, loopt ze er driemaal met de klok mee omheen voor een Keltisch cirkelgebed:
Aes Sidh, omring mijn kinderen. Houd ze op hun reis in uw bescherming en het gevaar buiten.
Aes Sidh, omring mijn kinderen. Houd het licht dichtbij ze en het duister ver bij ze vandaan.
Aes Sidh, omring mijn kinderen. Houd vrede binnen en het boze buiten.’

Haar kinderen op weg naar de andere wereld waar ook hun oma is, met een van verdriet vertroebelde blik tast ze om zich heen naar de schep. Haar hand verdwijnt in de kuil en ze verliest haar evenwicht. Haar wereld wordt zwart.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage. Dan ontvang je iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

10 reacties

  1. Ben op 27 oktober 2019 om 10:39

    Nou, wat een indringend verloop zoals het leven voor Elizabeth gaat. Wat een verdriet en wat een spannende cliffhanger ook. Hoe mooi hoe je in een korte tekst zoveel teweeg kunt brengen. Dankjewel weer!

    • Marceline de Waard op 27 oktober 2019 om 14:43

      Graag gedaan, Ben, en dank je wel!

    • Bep op 28 oktober 2019 om 01:42

      Dit verhaal komt wel binnen…..haar verdriet, zo intens verbindt zich met het mijne😪 hoe gaat het verder met hen beiden, mogen ze na alle verliezen toch nog het geluk van het ouderschap kennen, of loopt het fataal met haar af?
      Dat wordt wachten weer Marceline😉
      Fijne nieuwe week en maandag😘

      • Marceline de Waard op 28 oktober 2019 om 18:32

        Dank je wel voor je mooie open reactie, Bep. Ik wens jou ook een fijne nieuwe week.

  2. WijnaWagenaar op 27 oktober 2019 om 20:46

    Wauw , het verhaal pakt je meteen en neemt je mee in hun wereld
    Nu wil ik eigenlijk alleen maar meer …….

    • Marceline de Waard op 27 oktober 2019 om 20:55

      Dank je wel, Wijna. Je reactie maakt mij erg blij.

  3. Nicole op 28 oktober 2019 om 07:09

    Wat een top verhaal om de week mee te beginnen. en wat goed geschreven weer! Ben heel benieuwd naar het vervolg…
    Fijne week!

    • Marceline de Waard op 28 oktober 2019 om 18:32

      Wat een heerlijke complimenten, Nicole. 🙂 Jij ook een fijne week.

  4. Thole op 28 oktober 2019 om 11:48

    Prachtig geschreven hoofdstuk met een indrukwekkend inlevingsvermogen van de karakters.

    • Marceline de Waard op 28 oktober 2019 om 18:33

      Dank voor je mooie complimenten, Thole.

Laat een reactie achter