DE ERFGENAAM

Dat meent ze niet. Verwacht het ziekenhuis echt dat hij Coralie naar huis brengt en een oogje in het zeil houdt? ‘Dat is uitgesloten,’ zegt Thomas dan ook tegen de hoofdverpleegster tegenover hem. ‘Hebben ze u niet verteld hoe ze mij heeft aangevallen. Kijk, ze heeft me zo diep opengehaald dat het nog steeds niet helemaal dicht is. Ik was bijna blind geweest.’ Hij keert haar zijn gekraste wang toe.
‘Over een tijdje is daar niks meer van te zien.’
Alsof ze het tegen een aanstellerig kind heeft. Nukkig slaat hij zijn armen over elkaar en leunt achterover. In de gang achter het raam van de verpleegsterspost schuifelt een man in een gestreepte pyjama voorbij. Een grote gehavende teddybeer sleept achter hem aan.
‘Volgens de psychiater ging het om eenmalige frustratieagressie. Uw zuster verloor de controle over haar gedrag door verschillende traumatische gebeurtenissen vlak achter elkaar.’
‘Frustratieagressie? Die psychiater van u had haar moeten zien toe ze me aanviel. Ze had de ogen van een waanzinnige en ging als een dolle tekeer. U had de onzin moeten horen die ze uitkraamde. Ze is hartstikke gek.’
‘Wat ik zei, dat is een incident. Ze is rustig nu, wij kunnen hier niets meer voor haar doen. Zoveel is het toch niet gevraagd om als enig familielid uw zus naar huis te brengen en regelmatig even langs te gaan om te zien hoe het met haar gaat?’ Ze trekt haar mond afkeurend samen.
Hij scharrelt zijn charme bij elkaar en glimlacht. ‘U begrijpt het niet. Voor het familiebedrijf moet ik vaak naar de VS. De komende tijd zal ik meer daar zijn dan hier.’
De verkoop van de jeneverdistilleerderij ging anders dan verwacht. De Amerikanen hechtten aan een Europese connectie – het cachet van de oude wereld – en ze zagen graag dat Thomas daar een rol in ging spelen. En aangezien een groot deel van de opbrengst in een legaat voor Coralie verdween, moest hij de baan wel accepteren.
‘Hoe zit het eigenlijk met oom Harry? Kan hij een rol spelen?’
‘Wie?’
‘Uw zus heeft het steeds over mama en oom Harry. Ik dacht dat hij misschien jullie stiefvader was.’
De lekker ruikende vrouw die hem altijd knuffelde en overlaadde met cadeautjes. Op een dag werd ze geschept door een vrachtwagen en uit zijn leven gevaagd. Op het moment dat hij naar de middelbare school ging, besloot hij dat hij nooit meer om haar of iemand anders zou huilen. Nu welt het verdriet om zijn verloren moeder onverwacht op. Hij schudt zijn hoofd, de dreigende tranen verdampen. ‘Onze ouders zijn nooit gescheiden. Ik heb geen oom Harry. Of wacht. Mijn vader is een paar jaar terug naar de VS geweest voor de begrafenis van een oude studievriend. Die heette Harry. Mijn zus is een stuk ouder dan ik, ik vermoed dat zij hem nog meegemaakt heeft in de tijd voor zijn emigratie.’
‘Jammer. Ze heeft het ook steeds over Tommy, de bastaard die de foto heeft gestolen en alles wil inpikken.’
Tommy, het koosnaampje uit de tijd dat zijn moeder nog leefde. Goddank gebruikt de vrouw tegenover hem – haar naam is hem ontglipt en zonder leesbril kan hij het naamplaatje boven haar borst niet lezen – steeds zijn achternaam.
‘Weet u wie Tommy is en wat hij wil inpikken?’
De wazige foto die Coralie bij de notaris uit haar tas haalde om te bewijzen dat hij niet vaders zoon zou zijn maar van de naar de VS vertrokken Harry. Nadat hij hem van haar afpakte en over tafel zeilde, viel ze hem aan. Nadat Coralie was afgevoerd en de rust weerkeerde in het notariskantoor en stopte hij hem in zijn zak. Zodra hij thuiskwam hiel hij hem onder een vergrootglas. Met enige moeite waren er een naakte man en vrouw op te herkennen. De vrouw zat op de liggende man. Zou Coralie gelijk hebben? Hij heeft zich nog nooit drukgemaakt om de ontbrekende gelijkenis met zijn vader en wat doet het er nu nog toe? Voor vader was hij zijn zoon en de wettige erfgenaam van de jeneverdistilleerderij.
Terwijl zijn gedachten rondspringen, rimpelt hij zijn voorhoofd om haar de indruk te geven dat hij zoekt naar een antwoord op haar vraag. Uiteindelijk haalt hij zijn schouders op in een ik-zou-het-niet-weten-gebaar. ‘Weet u zeker dat mijn zus geestelijk gezond is?’ kaatst hij terug.
‘Onze psychiater weet waar hij het over heeft. Wellicht kan uw vrouw iets doen als u op zakenreis bent?’
‘Die heb ik niet.’ Hoe graag ze ook wil, Kimberley kan die status wel vergeten met haar gezeur. Tijd om daar een punt achter te zetten. Zijn blik dwaalt naar de ringloze handen op tafel en weer terug. Hij haalt zijn meest charmante lach nog een keer tevoorschijn en trekt hem op naar zijn ogen. Ze bloost.
‘Coralie heeft zich altijd alleen gered,’ zegt hij. ‘Uw vragen geven mij de indruk dat ze hier beter af is.’
Bruusk komt ze overeind. ‘Ik zal u naar uw zus brengen. U moet maar met haar bespreken hoe het verder moet. De psychiater heeft haar ontslag al getekend.’ Ze schuift hem een envelop toe. ‘Voor de huisarts. Ik neem aan dat het geen probleem is om haar thuis te brengen?’
Ze zet er de benen in en met grote passen volgt hij haar door de gang. Voor het eerst is hij blij dat vader het huis aan Coralie naliet. Hij zal haar naar ernaartoe rijden, daarna zoekt ze het met de notaris die haar legaat in zijn beheer heeft, verder maar uit.

De hoofdverpleegster loopt een kamer binnen en hij leunt schuin achter haar tegen de deuropening. Voor het raam zit een levensgrootte pop.
‘Kijk eens wie we hier hebben, Coralie, je gaat naar huis. Is dat niet fijn?’
De pop draait zich om. Futloze slierten haar om een bleek gezicht met lege ogen. Hij schrikt, waar is de zus gebleven die hem altijd zo irriteerde met haar drukdoenerij en vitterige stem? Zouden ze haar hebben gedeprogrammeerd? Misschien is haar geheugen wel verdwenen en is ze de beschuldigingen aan zijn adres vergeten.
Ze krijgt hem in het vizier, de doodse blik verdwijnt en zijn illusie vervliegt.
‘Bastaard!,’ gilt ze. ‘Daar heb je die achterbakse ellendeling die mijn erfenis heeft ingepikt.’ Met een vaart of ze wordt gekatapulteerd, vliegt ze met geklauwde handen uit haar stoel op hem af. Geschrokken doet hij een stap achteruit en de hoofdverpleegster gaat tussen hem en zijn zus in staan. Opeens wordt hij bruut tegen de deurpost geduwd. Twee verplegers pakken zijn zus beet, een van hen draait haar arm op haar rug,
‘Godverdomme! Hem moet je hebben, hij is de valse bedrieger.’ Ze headbangt hem toe en haar spuug spettert rond.
Hij draait zich om, springt net op tijd opzij voor een serveerwagen vol kopjes en koffiekannen en spurt naar de liften.

Bij de liften staat niemand en achter hem blijft het stil. Zijn hart klopt in zijn keel en Coralies ‘bastaard!’ echoot in zij hoofd. Ongeduldig duwt hij een paar keer op de knop voor de begane grond. Net als hij overweegt de twintig verdiepingen via de trap af te dalen, is er de verlossende ping.

Tegen de tijd dat hij bij zijn auto is, is haar gillende ‘bastaard’ een krijsende oorwurm geworden. Hij steekt zijn hand uit naar het portier, nu pas merkt hij dat hij de verwijsbrief voor de huisarts nog in zijn hand heeft. Nijdig verfrommelt hij hem en stopt hem in zijn jaszak om thuis weg te gooien. Ze zullen nu toch wel doorhebben dat zijn zus zo gestoord is als wat? Of … een onheilspellend alternatief welt op. Wat als iemand haar wel gaat geloven en, nog erger, zich realiseert dat Tommy de afkorting is van Thomas?
‘Bastaard! Bedrieger!’ De oorwurm snerpt, sist en groeit. Hij kruipt zijn hoofd binnen, glibbert omlaag en kronkelt zich om zijn ingewanden. Een wurgende angst. Om eraan te ontsnappen rijdt hij met gierende banden weg. Eenmaal op de snelweg trapt hij het gaspedaal diep in. De angstslang laat zich niet verjagen, in tegendeel: hij klemt zich vast aan Thomas’ binnenste, vast van plan om zich aan hem te laven en te floreren. ‘Bastaard! Bedrieger!’

*** wordt vervolgd ***

—-
Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

8 reacties

  1. Jenny Brands op 23 oktober 2022 om 10:09

    😱 oh wat spannend, waar eindigt dit mee!
    formidable hoe je de spanning weet op te bouwen..aar nu dus ‘nog weer ‘ een week wachten, wat moeilijk, ik wil doorlezen.

    Fijne wacht week

  2. Louise Jonkman op 23 oktober 2022 om 12:59

    Heerlijk de Vesuvius is er niets bij, het kookpunt stroomt als lava tussen de regels, het sleurt me mee in wisselende emoties. Herkenbaar voor mij. Woede vanwege onrecht kan vernietigend werken. Knap geschreven en Hup zes dagen overslaan en de ontknoping delen voor de lavastroom afkoelt.
    Een dikke korst is niet te verteren!
    Liefs Louise.

    • Jenny Brands op 23 oktober 2022 om 13:12

      Wat fantastisch verwoordt 🤩 Ben jij ook schrijfster?
      Zo mooi👍👍

  3. Marceline de Waard op 23 oktober 2022 om 18:07

    Dank Jenny en Louise voor jullie verrukkelijke reacties. Onderhuids borrelt de lava zo heet door dat hij de komende dagen geen kans krijgt om af te koelen. 😉

  4. Jenny Brands op 23 oktober 2022 om 19:49

    ik ben super benieuwd hoe jij dat tot ” een goed einde” brengt….of helemaal wel niet tot een einde brengt.
    ik heb zelf wel ideeën maar ik laat me liever verrassen door jou Marceline

    • Marceline de Waard op 23 oktober 2022 om 20:29

      Ik zal mijn best doen, Jenny!

  5. Ben op 26 oktober 2022 om 09:52

    Het wordt erger en erger en erger en erger…. wat krijg jij dat weer mooi voor elkaar! Prachtig en nou maar zien of er nog iets te redden overblijft….

    • Marceline de Waard op 27 oktober 2022 om 13:29

      Zondag weten we het, Ben! Dank voor je compliment 🙂

Laat een reactie achter