Zonder vaart te minderen koerst de motorboot recht op de doorgang onder de brug af.
‘Kijk nou. Hebben ze niet door dat wij hier liggen omdat brug nog niet helemaal open is?’ Vanaf hun wachtplek aan de kant, staat Peter op en zwaait wild met zijn armen om het stel op de voorbijvarende boot te waarschuwen.
‘Stoppen!’ brult hij.
Naast hem heeft zijn vrouw Anita het gevoel of al haar bloed naar haar voeten daalt, de wereld verstilt. Het enige dat nog beweegt is de spoorbrug. Op het betonnen middenstuk in het water zwaait hij langzaam open, recht op de kap van de varende boot af. Als in slow motion draait de vrouw naast de bestuurder haar hoofd Anita’s kant op. Op haar wang prijkt een geelblauwe plek naast een korst bloed, haar ogen zijn net twee zwarte kolen in een gezicht witter dan dat van een spook. Haar blik is zo indringend dat het geschreeuw van Peter wegvloeit uit Anita’s bewustzijn. Ze leest angst en nog iets. Triomf? Opluchting? Ze kan het niet duiden. De vrouw zakt door haar knieën. Op hetzelfde moment klinkt een knal alsof de wereld vergaat. Het lijkt of een tray vol blikken gepelde tomaten uit elkaar spat, rode klodders vliegen rond. Haar verstand registreert dat de bovenkant van het hoofd van de man geraakt is. Een ijzeren geur bezwangert de lucht. Misselijkheid golft omhoog en brengt het leven terug in haar lijf, ze vlucht de boot in.
Nadat ze zich in de kleine keuken heeft opgefrist, klautert ze het trapje op naar het achterdek in de hoop dat de beelden een rare kronkel van haar fantasie waren, een late reactie op de gruwelijke thriller die ze gisteravond las en waardoor ze vannacht ook steeds wakker schrok.
De uitdrukking op Peters gezicht vaagt die hoop weg. ‘Blijf maar in de boot. De politie komt eraan.’

Het riet wuift goudgeel aan de rand van de grasstrook langs het water. De hemel is strak blauw en op vogelgetjilp na is het stil op het minuscule eiland in het Gaastermeer waar hun boot is aangemeerd. Anita kan er niet van genieten, voor zich blijft ze de ogen zien van de vrouw onder de brug. Naast haar zit Peter de krant te lezen met een rust of er vanochtend geen ramp voor hun ogen voltrok.
‘Peter?’
‘Mm.’
‘Over vanochtend, volgens mij was het opzet.’
‘Hoe bedoel je?’ Peters krant zakt.
‘Haar ogen, er was iets in de blik van die vrouw. Volgens mij heeft ze haar man bewust de dood ingejaagd.’
‘Toe nou, Anita. Het was een ongeluk, hoe kan iemand nu zorgen dat hij precies daar vaart op het moment dat de brug openzwaait.’
‘Dat kan ook niet, ik bedoel dat ze haar kans greep toen die zich voordeed.’
‘Waarom zou ze?’
‘Zag je de blauwe plekken en die korst niet in haar gezicht? Volgens mij mishandelde hij haar.’
‘Je leest teveel detectives.’
‘Serieus, jij hebt niet gezien hoe ze keek. Ik weet zeker …’
‘Hou je nu op! Laten we deze toestand zo snel mogelijk vergeten.’ Overdreven ritselend met het papier verdwijnt Peter achter zijn krant.
Een zwerm ganzen vliegt over en ze vraagt zich af of ze haar theorie alsnog moet voorleggen aan de politie. Vanochtend deed Peter het woord en wilde ze alleen maar zo snel mogelijk weg. Hoe zou het nu met de vrouw zijn? In tranen of opgelucht dat haar kwelgeest dood is? Onverwacht golft medelijden met de onbekende vrouw door haar heen. Misschien is het beter zo en hoe je het ook wendt of keert, het was een ongeluk en geen boze opzet. Ze hoopt dat de vrouw niet wordt gekweld door schuldgevoelens omdat ze haar man niet waarschuwde. Want daar blijft ze van overtuigd: een ongeluk dat de man had kunnen overleven wanneer zijn echtgenote dat had gewild.

Eenmaal terug van hun vaarvakantie legt ze haar theorie voor aan hun kinderen. Die lachen haar uit: ‘mam, je ziet ze vliegen.’
‘Nee, varen,’ zegt hun vader en ze schateren het uit.
Ook haar vriendinnen willen er niet aan: ‘je hebt altijd een grote fantasie gehad. Waarom ga je zelf geen thrillers schrijven?’ Hun ogen glinsteren van de ingehouden pret.
Ze besluit het te laten rusten, een geheim tussen haar en de onbekende vrouw. Een mishandelende bruut is dood. Hoe erg is dat? Ze hoopt dat zijn vrouw gelukkig wordt.

Langzaam doven de beelden van het bootongeluk uit totdat ze op een avond alleen thuis is en de TV aanzet. Een vrouwengezicht verschijnt groot in beeld. Die ogen, in één klap is de herinnering terug. Ze zet het geluid harder en schuift naar voren op de bank.
‘… vermist. Afgelopen zomer verongelukte haar man, de multimiljonair Auke P. tijdens een vaarvakantie op de Friese meren. Behalve zijn echtgenote is ook zijn rechterhand Jelle W. verdwenen.’
De foto van de vrouw maakt plaats voor die van een knappe blonde man.
‘Volgens de kinderen uit het eerste huwelijk van de heer P. is ook zijn kapitaal verdwenen. De politie vermoedt dat het geld door Jelle W. is weggezet op een rekening in een bankgeheimparadijs,’ vertelt de nieuwslezeres. ‘Iedereen die inzicht kan geven in de verdwijning van Nynke P. en de heer Jelle W. wordt verzocht contact op te nemen met de politie.’
Anita grist haar telefoon van de koffietafel en begint het nummer dat onder in beeld verschijnt over te tikken. Voordat ze op het belicoontje drukt, legt ze het toestel in haar schoot om te bedenken wat ze gaat zeggen: “Het was geen bootongeluk in Friesland, zij heeft gezien dat die brug dicht was en liet haar man bewust doorvaren.” Haar eigen gezin en vriendinnen geloven haar niet, waarom zou de politie dat wel doen? En stel dat ze haar wel geloven, waarom heeft ze zich dan niet eerder gemeld? In gedachten hoort ze hun verwijtende stemmen. Wat voor zin heeft het om het nu nog te melden? De vrouw pakken ze er niet mee op en haar kunnen ze alleen maar het leven zuur maken met allerlei waaromvragen. Schuldgevoel welt op. Waarom heeft ze zichzelf in slaap gesust? Wat als ze de politie wél op tijd had ingelicht? Dan was de vrouw op tijd opgepakt en had ze nooit kunnen vluchten met die mooie man en het geld. Want dat is haar nu zo helder als een wolkeloze hemel op een zomerse dag: Nynke P. was helemaal geen slachtoffer van een brute echtgenoot, ze was een op geldbeluste doortrapte vrouw met een minnaar. Haar arme echtgenoot heeft haar niet mishandeld. Die kwetsuren in haar gezicht waren vast het resultaat van een uit de hand gelopen ruzie omdat haar man haar doorhad.
‘Wat zit jij in het donker.’
Of er een kogel naast haar wordt afgeschoten, verschrikt kijkt ze op naar Peter.
‘Ik hoorde je niet thuiskomen.’ Snel staat ze op en knipt de schemerlampen aan.
‘Is er wat?’ Zijn blik voelt alsof een zaklantaarnlicht haar gezicht afspeurt naar geheimen.
‘Ik was wat in gedachten, gedoe op mijn werk.’ De leugen ontglipt haar met een gemak waarvan ze zelf schrikt, zij waarvan iedereen zegt dat ze vleesgeworden de eerlijkheid is. Om haar verwarring te verbergen, hurkt ze voor het drankenkastje. ‘Heb je zin in een whisky voor het slapen gaan? Dan kan je me vertellen hoe jullie vanavond verloren.’ ‘Verloren? Gewonnen, bedoel je!’

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.
Vorige maand verscheen mijn nieuwste boek ‘Verlangen en nog meer zondagverhalen’. Het is nu overal te koop, een persoonlijk gesigneerd exemplaar bestel je via de uitgever.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

8 reacties

  1. Ben op 2 mei 2021 om 10:10

    Jawel, daar is ze weer! En gelijk baf! met een echte Marceline! Spannend en levendig beschreven, ik werd weer meegenomen, alsof ik erbij was. Mooi!

    • Marceline de Waard op 2 mei 2021 om 12:57

      Dank je wel, Ben 🙂

  2. Bep op 3 mei 2021 om 12:11

    Het is meteen al spannend Marceline!

    • Marceline de Waard op 3 mei 2021 om 16:12

      Mooi zo, Bep. dank voor je reactie.

      • antoinelagrouw op 3 mei 2021 om 19:49

        Een tot de verbeelding sprekend verhaal.
        Leuk om te lezen. Chapeau.

        • Marceline de Waard op 3 mei 2021 om 21:33

          Dank je wel, Antoine! Ik ben blij met jouw petje 🙂

        • Jenny op 5 mei 2021 om 13:46

          ZO zo zo,
          Ik k9m nu er pas aan toe om mijn zondagsverhaal te lezen, maar …boem gelijk raak.
          Boeiend en vreselijk benieuwd naar het vervolg😎

          • Marceline de Waard op 5 mei 2021 om 21:40

            Mooi dat het gelijk raak was, Jenny en dat het je kon boeien.



Laat een reactie achter