DE BOER

De keukendeur gaat open, een bonkige oude man komt binnen. Onder zijn pet is zijn huid rood dooraderd. Hij zet een doos eieren op het aanrecht. ‘Vanochtend geraapt.’
Hij neemt zijn pet af en knikt naar mij. ‘Zo, juffrouw. U bent weer thuis.’
‘Goedemorgen.’ Glimlachend zoek ik in mijn geheugen een naam bij het verweerde gezicht.
‘Koffie, Ben?’ vraagt Martje.
Ben? Ach, natuurlijk, boer Bijker.
‘Later. Eerst de bramen snoeien.’ Zijn hand vol levervlekken en dikke aders rust op de deurklink. Hij duwt hem naar beneden en verdwijnt naar buiten.
‘Komt jouw broer mama helpen in de tuin? Dat kan toch niet.’ Net op tijd slik ik ‘op zijn leeftijd’ in.
‘Ben helpt vaker met de zware klussen. Dat is al jaren zo.’


In het dagelijks leven is Ben Bijker theatermaker en poppenspeler. In ‘Nevels’ is hij boer Bijker in het geboortedorp van mijn hoofdpersoon Fay. Ook is hij de oudere broer van Martje, de huishoudster in Fay’s ouderlijk huis. Inmiddels is hij al flink op leeftijd en is de boerderij in handen van zijn kleinzoon getransformeerd tot boerencamping. In zijn jonge jaren was hij naast boer af en toe ook een redder in de nood.

Redder voor Fay’s moeder en Martje
‘In mijn opvoeding tot dame had ik van alles geleerd, behalve hoe ik zelf het huishouden moest doen. Ik kon nog geen ei koken. Het was Ben die me redde van een eeuwig dieet van water en brood tussen de stofnesten.’
‘Ben?’
‘Martjes broer, hij was mijn vaders opzichter en woonde in het boswachtershuis.’
‘Haar broer is toch boer Bijker die de boerderij runde?’
‘Later, dat doet er nu niet toe.’ Ongeduldig wappert ze mijn vraag weg. ‘Ik zie hem nog staan, met neergeslagen ogen frummelend aan de pet die hij voor zijn buik hield. “Kunt u misschien een meissie gebruiken voor het werk in huis?” zei hij. Ik moest me bedwingen om hem niet om zijn hals te vliegen, in plaats daarvan vroeg ik of hij iemand wist. “Me kleine zussie. Niet de slimste maar werken kan ze.” “Hoe moet het dan met de boerderij?” vroeg ik nog, hoewel ik het liefst natuurlijk gelijk ja wilde zeggen. Je begrijpt, denk ik wel dat ik hun vader niet zomaar van zijn dochter wilde beroven.
Hij werd rood en als hij zijn hoofd tussen zijn schouders had kunnen laten verdwijnen had hij dat gedaan. “Het is beter als ze daar weg gaat.”

Redder voor Fay en haar schoolvriendje
Brillenjood en broer konijn. Opeens schieten de door Connie gegeven scheldnamen in mijn hoofd. De gemeenheid die kinderen eigen is, alleen ging zij die keer dat ze mijn bril van mijn neus trok, een stapje verder. Ik weet niet meer wat ik in haar ogen had gedaan, ik weet nog wel dat de wereld een wazige vlek werd.

In mijn poging de bril terug te pakken, struikelde ik en viel ik hard op de stoep. Hoongelach overstemde mijn pijnsnikken.
‘Godverdomme.’ Het was Jeroen die me overeind trok.
‘Hé, daar hebben we broer konijn. Kom, jongens, dan gaan we ze voeren.’ In een waas werden we meegesleurd, net zolang tot we ergens in het gras werden geduwd.
‘Vreten.’ Connies schelle stem, een hand duwde mijn gezicht in het gras.
Ik moest kokhalzen, de druk ging weg en ik werd omhooggetrokken.
Later begreep ik dat boer Bijker op zijn tractor voorbij kwam en de pestkoppen verjoeg.

‘Zullen we deze samen opeten?’ Naast mij trekt Jeroen de zak kaasflips open.
Ik speur zijn gezicht af, zou hij het zich ook herinnerd hebben? Die keer kregen we van Martje aan de keukentafel ook deze lievelingschips van haar, een traktatie die ik normaal alleen op zaterdagavond kreeg, terwijl haar broer mijn doormidden gebroken bril aan elkaar tapete.

Met verstijfde spieren en zere knieën ging mijn arm net zo mechanisch als de grijper aan een hijskraan heen en weer naar de schaal. Terwijl mijn kaken de chips vermaalden en Martje mijn rug wreef, vertelde Jeroen wat er was gebeurd. Naarmate zijn relaas vorderde, verstrakte Martjes hand op mijn rug en werd het gezicht van haar broer steeds grimmiger.
‘Dit kan niet, Ben,’ zei Martje nadat Jeroen zijn verhaal had beëindigd.
‘Het zal niet meer gebeuren,’ antwoordde hij. Met zijn donkere blik en brede schouders zag hij er dreigend uit. Imposant, een ridder uit de sprookjes van mama. Ik stelde me voor dat hij op een paard sprong en met geheven zwaard het dorp inreed.

***
Uit: manuscript ‘Nevels’, mijn nieuwe roman in wording. Wil je jouw naam ook terugzien als personage in dit boek? Klik dan hier.

—-
Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

8 reacties

  1. Ben op 1 mei 2022 om 09:50

    Wow, op deze manier vastgelegd worden, wat een eer! Zo bijzonder om dan opeens je eigen naam te lezen in dat wat een hele mooie roman gaat worden. Dankjewel!

    • Marceline de Waard op 1 mei 2022 om 17:43

      Wat fijn dat deze boer zo bij je in de smaakt valt, Ben. Heel graag gedaan. Jij bedankt voor al je support!

  2. Jenny op 1 mei 2022 om 10:05

    Eerlijkheid duurt het langst, en pesten is zo gemeen! Ben benieuwd wat er gaat gebeuren.

    Wat leuk dat ik mijn naam evt in een boek zou kunnen terug vinden.

    • Marceline de Waard op 1 mei 2022 om 17:44

      Dat gaat allemaal blijken in de roman, Jenny :-). Als je je naam daadwerkelijk terug wil vinden in het boek: onderaan het verhaal staat de link met de uitleg ‘hoe’. Dank weer voor je fijne reactie!

      • Nelleke op 1 mei 2022 om 20:11

        Ben, wat een mooie rol! Redder van pestkoppen! Heel goed!

        • Marceline de Waard op 1 mei 2022 om 22:06

          🙂

  3. Dien op 1 mei 2022 om 11:40

    Ik ben benieuwd naar het boek, wil verder lezen.

    • Marceline de Waard op 1 mei 2022 om 17:45

      Dat is echt heel fijn om te lezen, Dien. een goede motivatie ook om stevig door te schrijven. Dank je wel!

Laat een reactie achter