‘Verdomme.’ Bij het uitstappen van de trein blijft Mariannes rugzak ergens achter haken. Ze trekt hem los, struikelt en valt half tegen de jongen voor haar. Verstoord kijkt hij om.
‘Sorry,’ mompelt ze en hijst de rugzak om haar schouders. Voor het station haalt ze de routebeschrijving uit haar jaszak. Met haar rug naar de winkels vouwt ze de print open. Het is dat ze van haar zoektocht op internet weet dat er achter de miezer voor haar een tegen de heuvels gebouwde stad ligt anders had ze gezworen dat ze ergens in Nederland was geweest. Nederland, thuis. Ze is pas een dag weg en nu heeft ze al heimwee naar haar comfortabele appartement. Stomme Dough, wat bezielde hem in hemelsnaam om zich terug te trekken op een afgelegen eiland in Schotland? Hoewel, wat bezielde haar om te denken dat het een goed idee was om hem daar op te zoeken? Zichzelf en Dough vervloekend, slaat ze de weg in naar de door haar geboekte Bed and Breakfast, zorgvuldig uitgekozen door zijn ligging vlak bij het treinstation en de ferryhaven.

De volgende ochtend is het natte mistgordijn verdwenen. In de haven dobberen zeilboten aan hun boeien en boven de bergen aan de andere kant van de haven dartelen donzige wolken als schapen tegen een helderblauwe lucht. Ook de lucht ruikt anders, fris en vol verwachting. Voor het eerst sinds ze gisterochtend in Glasgow uit het vliegtuig stapte, begrijpt ze iets van de aantrekkingskracht die dit land op sommigen heeft. Zelfs haar rugzak lijkt minder zwaar te drukken op haar zere schouders, onwennig als deze zijn aan het meetorsen van gewicht. Normaal gesproken gaat ze altijd op vakantie naar zonnige streken als Spanje of Griekenland. Met het vliegtuig én een transfer naar een comfortabel onderkomen met een volgestampte koffer zonder zich druk te maken over het gewicht dat ze moet vervoeren. Overigens net als Dough toen Nellie nog leefde en ze kan zich niet voorstellen dat hij het hier lang gaat uithouden. Dough, hoe zal hij reageren als ze straks opeens voor hem staat? Zijn mailtjes waren sporadisch en weinigzeggend. Maar dat zegt toch niets? Hij was altijd een man van weinig gebabbel en ze begreep dat er nauwelijks wifi op het eiland was.

Voor ze er erg in heeft is ze bij de ferryhaven. Ze heeft nog een paar uur voor de veerboot komt. Thuis had ze het plan gemaakt om haar rugzak in een kluis te zetten en nog een paar uur de havenstad te ontdekken, nu heeft ze er geen zin in. Ze haalt een beker latte en gaat ermee op een bankje zitten. Doet ze er goed aan naar hem toe te gaan? Je mist Dough. De woorden van Carola, haar beste vriendin. In haar hoofd speelt hun gesprek van een paar weken terug opnieuw af. ‘Natuurlijk mis ik Dough,’antwoordde ze, ‘hij was de meest fantastische baas die je je maar kunt wensen en …’
‘Dat bedoel ik niet. De manier waarop je altijd over hem sprak en al die mannen die je nooit goed genoeg vond. Na de dood van zijn vrouw dacht ik dat jij hem wel zou strikken.’
Ze reageerde verbaasd en ontkennend, toch liet de opmerking haar niet meer los. Natuurlijk miste ze Dough op kantoor. De losse stijl waarmee hij leiding gaf was zo’n schril contrast met de strakke procedures van de Japanners aan wie hij zijn goedlopende bedrijf voor zijn vertrek verkocht.
Haar sollicitatie, ook al is dat veertig jaar geleden op dit moment lijkt het de dag van gisteren. Zijn lach die zijn ogen liet twinkelen als lichtjes op een donkere dag, de klik die er gelijk was. Het was de start van een hechte samenwerking waarin zij zijn zakelijke steun en toeverlaat was, zoals Nellie dat als zijn vrouw in het dagelijks leven was.
Een frisse bies steekt op en even voelt ze weer dezelfde steek van teleurstelling die ze veertig jaar terug had op het moment dat ze ontdekte dat hij al getrouwd was. Ze deed het af als een gril en vlak daarna ging zij samenwonen met Bob. Ze hield het bijna vijf jaar met hem uit. Een record, afgemeten tegen de lengte van de relaties die volgden. Zou Carola gelijk hebben en heeft ze onbewust de mannen in haar leven gemeten aan Dough?
Zijn aankondiging dat hij terug naar zijn geboorte-eiland ging en de zaak had verkocht. Dat was toch alleen omdat zijn vader op sterven lag en hij als nieuwe Laird de zaken op het eiland moest regelen? Hij zou vast weer terugkomen, dacht zij. Volgens Carola moest ze daar niet te vast op rekenen: “een man heeft een zetje nodig. Waarom zoek je hem niet op?”

Drukte en geroezemoes halen haar uit haar gedachten. Ze kijkt op haar horloge, de tijd heeft zich voortgesneld en als het goed is moet de ferry zo vertrekken. Verwachtingsvol kijkt ze naar de haven en ziet dat de hemel opnieuw afgesloten is door een donkergrijs wolkendek. Een schip is echter niet te zien, ze zou toch niet zo hebben dagdromen dat de aankomst en het vertrek haar is ontgaan?
‘Daar komt hij al, ziet u de punt daar de hoek omkomen?’ Het is of de jonge vrouw naast haar, haar gedachten heeft gehoord.
Ze knikt.
‘Naar welk eiland gaat u?’
‘Naar de Hebridensmaragd. En u?’
‘Ik ook. Zegt u maar jij, ik heet trouwens Shauna.’
‘Marianne,’ antwoordt ze, ‘en zeg alsjeblieft ook jij, dan voel ik mij niet zo oud.’
‘Dat is goed. Ga je op wandelvakantie? Dat moet wel, zoveel meer is er niet te doen. Of ben je een vogelaar?’
‘Eigenlijk ga ik op bezoek bij een vriend. Hij is hier een paar maanden geleden naartoe verhuisd. Ga jij wandelen?’
‘Wie dan?’ Shauna negeert haar laatste vraag. ‘Er verhuizen nooit mensen naar de Hebridensmaragd. Of wacht eens. Je vriend is toch niet toevallig de nieuwe Laird? Geweldig. Onderweg moet je mij alles over hem vertellen.’ Ze staat op – de ferry is inmiddels aangemeerd – en Marianne volgt haar naar de rij voor de voetpassagiers. ‘Woon je op het eiland?’
Shauna schudt haar hoofd. ‘Maar ik kom er al mijn hele leven. Jane, mijn …’ haar stem hapert alsof ze moet zoeken naar het juiste woord. ‘… peetmoeder beheert de post-shop op het eiland.’
‘Dan wil je mij onderweg misschien wat meer over het eiland vertellen?’

De overtocht vliegt voorbij. Shauna vertelt haar over de mooiste plekjes – je moet echt helemaal naar de westpunt. Zo onbedorven en bij laagwater kan je naar Beag lopen waar nog de ruïnes van een oud klooster staan – en het eilandleven dat, in haar woorden, in geen eeuwen veranderd is. Op haar beurt vertelt Marianne over Amsterdam dat Shauna ooit nog eens wil bezoeken. Vragen over Dough houdt ze af: ‘dat gaat zo snel op roddelen lijken.’

‘We zijn er bijna,’ zegt Shauna.
‘Nu al? Hoe weet je dat?’
‘Voel je niet hoe de boot vaart mindert en afslaat?’ Ze staat op. ‘Kom dan gaan we op het dek staan. Dan kan je het eiland dichterbij zien komen.’
Eenmaal buiten heeft Marianne weinig oog voor de kleine haven met de gekleurde vissersboten langs de kade of het met zwarte keien bezaaide strand. Ook de huisjes met de daartussen grazende schapen aan de andere kant van de haven pakken nauwelijks haar aandacht. Voor haar betekent het dichterbij komende eiland het naderende weerzien met Dough, zenuwen strengelen zich als de tentakels van een octopus door haar heen.

Shauna rent de kade op en valt een oudere versie van zichzelf om de nek. Peetmoeder? Marianne vraagt het zich af, zeker gezien de hapering in Shauna’s stem eerder. De jonge vrouw draait zich om en wenkt haar dichterbij. ‘Jullie moeten even kennismaken.’ Ze stelt de vrouwen aan elkaar voor en Marianne bedenkt dat als de vrouw haar haar niet in een grijze paardenstaart zou dragen, ze net zo adembenemend zou zijn als haar peetdochter met haar donkere bobkapsel en groene ogen.
‘Marianne is een vriendin van de nieuwe Laird. Ze komt hem verrassen. Leuk, hè?’
De ogen van de andere vrouw vernauwen zich, als een kat die zich opmaakt om een andere poes van haar terrein te verjagen. Met een knik draait ze zich om en het aangenaam kennis te maken bevriest in Mariannes mond.
‘Tot later.’ Shauna lacht en gaat haar peetmoeder achterna.
De tentakels van de angstoctopus kronkelen in Marianne omhoog en pakken haar bij de keel. Opeens lijkt het een slecht idee om Dough te verrassen. Een vluchtimpuls laait op en ze draait zich om naar de ferry. Die slaat zijn neus dicht. De motor brult en het schip maakt zich los van de kade. Pas als het schip aan het eind van de haven keert, draait ze zich om.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

6 reacties

  1. Ben op 4 oktober 2020 om 10:38

    Zo heerlijk hoe jij al die verhaallijnen van de verschillende personages elkaar laten kruisen waardoor er weer allerlei spanning ontstaat en het verhaal nog meer kleur en lagen krijgt. Het zou een mooie serie op de televisie kunnen worden… Alles is ervoor aanwezig. Ik denk zeker twee seizoenen!

    • Marceline de Waard op 4 oktober 2020 om 17:18

      Wat een heerlijk reactie, Ben. Dank je wel 🙂

    • Bep op 4 oktober 2020 om 23:25

      Ben benieuwd naar het vervolg, zin ook om de mensen achter de naam te leren kennen, boeit me ontzettend!
      Mooi geschreven Marceline!

      • Marceline de Waard op 5 oktober 2020 om 22:37

        Fijn dat het zo boeit, Bep.!

  2. Thole op 8 oktober 2020 om 12:21

    Prachtig! Bijna tergend langzaam opgebouwde spanning tussen twee vrouwen. Ik wens de nog levende Laird veel sterkte.

    • Marceline de Waard op 8 oktober 2020 om 21:35

      Dank je wel, Thole 🙂

Laat een reactie achter