Mijn boeken

Thuisreis

De man met de donkere krullen doemt op. Net als afgelopen dagen krabt hij aan de rand van haar bewustzijn.

Haar grootmoeder vertrok eind jaren dertig van de vorige eeuw uit Ierland en niemand sprak er nog over. Eileen is begin vijftig als ze besluit naar Ierland af te reizen om uit te zoeken wat er toen is gebeurd. Haar reis door Engeland en Ierland naar de westkust van het groene eiland wordt een ontdekkingsreis naar zichzelf, naar haar grootmoeder en naar de man met donkere krullen die steeds nadrukkelijker verschijnt in haar dromen.

Schandalig en andere zondagverhalen

Cat, geloof mij nu maar, een weekje zon, strand en zee zal je goed doen.’ ‘Ik wil geen zon, strand en zee. Ik wil net als jij een man met wie ik grijs en gerimpeld kan worden.’ Mijn ellebogen leunen op tafel en ik leg mijn kin in mijn handen. ‘Hoe lukt het jou toch om meer dan twintig jaar getrouwd te blijven terwijl niet één man het langer dan vijf jaar bij mij uithoudt?’

Een bundel met korte verhalen die gelijk een beeld voor ogen roepen in een bestek van soms een paar woorden. Aardig, amusant, zacht humoristisch, zacht brutaal: perfect voor een luie zondag of voor hen die weinig tijd hebben en af en toe vermaakt willen worden met een sfeervolle vertelling.

Mijn verhalen in bundels

Gescheurd grijs gesteente, links zee en rechts bergen. Kuilen en pieken. Behoedzaam zoek ik mijn weg. Een man schiet mijn foto. In de barsten groeit groen. Ik buk naar piepkleine paarse bloemen.

Het gevoel van jouw armen om mij heen. Ik zwier rond, mijn jurk waait weg over mijn hoofd. Huid tegen huid, mond tegen mond, we smelten ineen.

Een bries steekt op, koele wind op onze huid. Donkere wolken worden wit, trekken open, blauwe lucht. Lucht wordt water. Een gordijn van regen.

 

‘Mama is altijd warrig geweest, wat zweverig. Het hoort gewoon bij haar charme.’ Ik glimlach naar Olaf.
‘Ze dwaalt ’s nachts buiten rond. Levensgevaarlijk, straks verdrinkt ze nog in het meer of zinkt ze in het veen.’ De stem van mijn broer klinkt geïrriteerd.
‘Dat wil toch niet zeggen dat ze dement is? Weet je nog hoe ze ons ’s nachts wakker maakte omdat er watergeesten en nevelheksen buiten dansten?’ De herinnering maakt mij warm. Mamma in haar ochtendjas, Olaf en ik half in slaap in onze pyjama’s aan haar handen.

‘Het is een rekening die ik u alleen kan uitbetalen als u samen met uw man komt.’ De bankier spreidt verontschuldigend zijn handen.
Levenloze ogen doemen op in mijn gedachten. Gal vult mijn mond. ‘Hij is opgehouden en heeft mij gevraagd het geld vrij te maken. Misschien komt hij helemaal niet naar Guernsey.’ Ik sla mijn benen over elkaar en leun naar voren.
Zijn blik dwaalt omlaag naar mijn decolleté. Hij wordt rood en kijkt snel op. ‘Het spijt me, maar ik heb echt de handtekening van uw man nodig.

‘Dat meen je niet.’ Met een blik alsof hij zojuist heeft gehoord dat marsmannetjes zijn tbs-kliniek hebben bezet, kijkt Jules op naar Bernard, zijn beveiligingschef.
‘De gifwolk uit de petrochemische fabriek is enorm en de wind blaast hem onze kant op.’
Jules gaat voor het smalle raam van zijn kantoor staan en kijkt omhoog naar de strakblauwe lucht waar geen wolkje aan is te bekennen.
‘Wat moeten we doen?’ Nicolette, de behandeldirecteur, komt naast hem staan.

Een ultrakortverhaal bestaat uit maximaal 99 woorden. In deze bundel staan er vier van mij:

  •  Sop
  •  Smoor
  •  Het boterlammetje
  •  Eén van hen

DE WAARHEID KEN JE NOOIT

‘Als jij vindt dat je Hans zijn dochters moet zoeken, doe je dat toch.’ Lucas pakt de pepermolen en draait er kwistig oplos boven de pan. Hij roert en de zoetkruidige geur van verse tomatensaus vult de keuken.
‘Hans wilde geen contact meer met ze, is dat dan geen verraad?’
‘Dek jij de tafel even.’ Lucas duwt twee borden in mijn handen. ‘Hans is er niet meer lieverd, je moet doen wat jou goed lijkt.’
Hans zijn ogen boven zijn grijze baard. De afgelopen koude winter en het telefoontje van de noodopvang.

OVERWERK

Er ligt een briefje in mijn locker en mijn hart mist een slag. Hoe weet hij mijn code? Ik klem mijn papieren tegen mijn borst en pak het eruit. Het briefje beeft in mijn handen:
Je hebt een lekker kontje in die broek, maar ik zie toch liever je benen onder een wikkeljurkje.

DE ORDE VAN DE BLAUWE TOREN

Het klikken van haar naaldhakken door het restaurant. Onmiskenbaar. In de spiegel achter zijn tafeltje vangt hij haar ogen. Haar wimpers raken haar wangen. Deinende borsten. Zijn mondhoek gaat omhoog.

GERECHTIGHEID

‘Ik heb ‘m gevonden. Die gore klootzak die mijn sisa in de kreukels ramde.’ ‘Ga eerst even zitten.’ ‘Ben je gek geworden, man. Hier.’ Barry duwt zijn telefoon onder de neus van de agent. ‘Jullie moeten hem oppakken. Nu.’ ‘Dat kan niet zomaar. We moeten eerst wat meer weten.’ ‘Jezus, man. Zijn jullie nu wouten. ‘t Is net of ik hier bij die debielen van jeugdzorg ben.’

DE MEERMAN

Pascalle klemt haar handen om haar sjaal en buigt haar hoofd. Tegen de wind in slaat ze het kustpad af richting het dorp. Beneden bij het haventje duwt ze de deur open van de pub. De ijzige wind laat het haardvuur flakkeren en met moeite sluit ze de deur. ‘Lekker hier.’ Ze snuift de rokerige geur op.

Morwen achter de bar lacht. ‘Er zijn betere plekken om te overwinteren.’
‘Niet voor mij.’ Pascalle wikkelt zich uit haar sjaal en ritst haar jas open.

VIER ULTRA KORTE VERHALEN:

Een ultrakortverhaal bestaat uit maximaal 99 woorden. In deze bundel staan er vier van mij:

  • Douchemutsje
  • Het zwarte schaap
  • Honderd jaar geleefd
  • Misvatting

DE HOEDENDOOS

En dan ben alleen ik er nog. Frances vouwt haar handen samen in haar schoot en laat zich meevoeren op de klanken van het Ave Maria van Bach. Adeline, Frances haar drie jaar oudere zus, overleed afgelopen zondag. 94 jaar oud. ‘Lieve oma …’ Een man in een antracietgrijs pak neemt het woord voor in de aula van het crematorium. Zijn schouders zijn kromgebogen en zijn kin wijst naar voren. Hij doet Frances denken aan haar vader. De rimpels in haar voorhoofd worden dieper. Adeline is zijn oma en dan is hun vader dus de overgrootvader van de man die nu zijn herinneringen aan Adeline deelt.

HET LUNCHTROMMELTJE

‘Nee, daar ben ik het niet mee eens.’ Ik kijk naar buiten, de zon lonkt en onze nieuwe collega begint de hele discussie opnieuw. Hij weet nog niet dat het geen zin heeft om tegen voorgenomen besluiten van onze directie in te gaan. Mijn gedachten dwalen alvast weg naar het weekend. Misschien naar het strand. Uitwaaien langs zee, strandtentje voor de lunch, ’s avonds vrijen.

EEN NIEUW LEVEN

Louisa’s mond is een streep. Haar mes en vork krassen over het bord en ze schuift de biefstuk naar de rand. Haar kiezen krijgen het rode vlees niet meer weg gekauwd, maar haar zoons en hun vrouwen zijn dol op de steaks van de lokale Anguskoeien, dus serveerde ze deze vanavond in plaats van een botergaar gesudderde lamsstoofpot. ‘Toe nou moeder.’ Alastair, haar oudste zoon, slikt zijn laatste hap door. “Het onderhoud van het kasteel is onbetaalbaar en het bod van de projectontwikkelaar is ronduit fantastisch.”

HET BALLET VAN DE ELFEN

Ieder jaar komt Nigel naar Orkney voor het Midsummer Artsfestival en ieder jaar vraagt hij of ik mee terugga. Overmorgen is de opening en morgenmiddag komt hij met de ferry aan. Ik kijk naar Julius. Met zijn ellenbogen op tafel schuift hij zijn puree en worstjes naar binnen. Mij smaakt het niet. Ik pak mijn bord op en gooi mijn portie in de vuilnisbak. Vanuit het keukenraam zie ik de vrijwilligers plezier maken bij de archeologische opgraving naast ons huis. De paar jaar dat Julius hier de opgraving zou leiden zijn er nu bijna twintig geworden. En terwijl het oranjegeel van de avondzon de harde stenen een zacht aanzien geeft, neemt onrust bezit van mijn lijf.