Sinds het voorjaar van 2017 publiceer ik iedere zondag een nieuw verhaal. Het is een mooi podium voor mijn schrijverschap geworden. Deze zomer deel ik dit met collega-schrijvers. Enthousiast stuurden zij in voor mijn wedstrijd ‘het gebeurde op een zondag.’ Dertien weken lang lezen jullie hier in willekeurige volgorde de verhalen die ik het mooist/best/aansprekends vond. Het verhaal van vandaag is van Annette Akkerman. Indringend beschrijft zij een beklemmend wachten. Mijn hart bonkte mee, een goede nacht is een relatief begrip.

IN AFWACHTING – Annette Akkerman

Iedere vezel in mijn lichaam is gespannen. Mijn oren zijn gericht op het geluid van voetstappen in het grind. Mijn ogen turen in het donker. Als ik ze sluit, lijkt mijn gehoor minder alert. Overdag sluit ik juist mijn ogen om goed te kunnen luisteren. Deze gedachte haalt even de spanning uit mijn lijf. Een moment lang vindt het brein een ander spoor dan de cirkels waarin het draait. De klok springt van 2:59 naar 3:00. Drie uur al. Ik had al vier uur kunnen slapen. Ik moet plassen. Ik hoor nog niets. Snel sprint ik naar de wc. Een bevrijding. Even geniet ik van de wegvallende druk. Weer in bed, verberg ik me diep onder het dekbed.

3:28. Ik hoor een onvaste tred op het grind. Mijn hart slaat over. Het wachten is voorbij. Nu hoef ik alleen nog maar lijdzaam te verduren. Het voelt vreemd dat nu mijn spieren zich ontspannen. Mijn oren schetsen de beelden. De fiets wordt tegen de schutting gezet. Waarschijnlijk glijdt hij weg, want even later hoor ik de fiets nog eens met een hardere klap tegen de schutting aankomen. Ik probeer de hoeveelheid agressie door het geluid in te schatten. Het duurt in ieder geval niet lang om de sleutel in het slot te krijgen.

In het halletje hoor ik gestommel. Nu trekt hij zijn jas en schoenen uit. Ik merk dat ik mijn adem inhoud om elk klein gerucht op zijn waarde te schatten. Een klap en een grote vloek. Waar kan hij nu tegenaan zijn gelopen? Ik heb alles uit de weg gezet. Och nee, de wasmand met strijkgoed staat er nog. Klaar om naar boven te worden genomen. Het blijft bij die ene vloek. Dat is een goed teken. Een klaterende waterstraal. Er moet veel vocht geloosd worden. Ik heb al zo vaak naar deze stortvloed geluisterd, dat ik weet dat hij nu naast de pot plast. Morgen stinkt de opgedroogde urine en zal ik op mijn knieën proberen de stank tussen de voegen te neutraliseren met mijn schoonmaakmiddel. Alsof ik boete moet doen voor zijn zondagse kater.

Hij lijkt in een milde bui. Toch ben ik er nog niet gerust op. Ik hoor hem op de trap. Ik sluit mijn ogen en probeer zo rustig mogelijk te ademen. Dat valt nog niet mee met deze hartslag. Probeer je te ontspannen, spreek ik mezelf in gedachten toe. Het lukt. Ik houd me slapende. Een recept dat soms helpt.

De slaapkamerdeur gaat open, hij sluipt binnen. Hij is dus niet van plan me bruut wakker te maken. Dit keer zal hij zijn vuisten niet gebruiken. Hij heeft moeite om zich uit te kleden. Ik kijk door de spleetjes van mijn ogen. Ze zijn nu zo aan het donker gewend dat ik een vrij goed beeld heb. Hij krijgt zijn broek niet uit. Onder andere omstandigheden zou ik om het komische tafereel moeten lachen. Op een been staat hij te wankelen. Gelukkig lukt het hem om zich uit zijn broek te worstelen. Hij houdt zijn T-shirt aan.

Hij keert zich naar me toe en kijkt met een smerige blik naar me. Ik sluit mijn ogen. Niet te hard knijpen, losjes. Nu is hij dicht genoeg bij me om over te schakelen op het volgende zintuig. De volgende stap van de nachtelijke analyse. Verschaald bier, zweet en sigarettenrook voeren de boventoon. Daar gaat het niet om. Ik zoek een ander luchtje. Ik probeer mijn neus open te zetten. En ja hoor. Daar is het, een vleugje vrouw. Dat gaat de goede kant op. Als hij naast me gaat liggen, ruik ik de rest. Hij is dus aan zijn trekken gekomen. Ik walg ervan dat hij niet eens meer het besef heeft om een schone onderbroek aan te trekken. Mijn maag draait om van de geur van zijn mannelijkheid, maar het lucht ook op. Ik weet nu dat hij geen behoefte heeft om zijn vadsige lichaam op het mijne te tillen. Vandaag gelukkig niet. Wie de vrouw ook is, ik ben haar dankbaar. Onbewust ontsnapt me een zucht. Hij stopt zijn beweging. Ik voel dat hij naar me kijkt. Nu opletten. Ik veins een kreun en draai mijn rug naar hem toe. Ik ben me bewust van mijn kwetsbaarheid en zijn klamme warmte door mijn nachtpon. Ik houd mijn adem nog even in. Ik probeer geen enkele beweging te maken. Hij trekt aan het dekbed. Ik zorg dat die meegeeft en hij zo snel mogelijk goed ligt.
‘Stomme trut.’
Dit deert me niet. Ik weet dat het nu niet lang meer duurt voordat hij begint te snurken. Daar is het verlossende geluid al. De wekker springt van 3:59 naar 4:00. Nog even luister ik heel goed. Ik kan gaan slapen. 4:05. Dit is een goede nacht.

OVER ANNETTE
Annette* Akkerman (1962) is geboren in Doetinchem (NL), heeft scheikunde gestudeerd in Nijmegen en woont nu in Maarssen samen met haar man en in de weekenden met haar beide studerende kinderen. Ze werkt in Utrecht bij de R&D afdeling van een koffiebedrijf. Daar ontwikkelt ze koffie- en theeproducten.
Ze schrijft gedichten en korte verhalen. Daarnaast houdt ze van schilderen, reizen, theater, musea en concerten. Verder probeert ze zo veel mogelijk in de vrije natuur te zijn. Haar favorieten zijn vogels en bomen.
Haar werk is gepubliceerd in tal van bundels en tijdschriften. Ook hangen er een aantal van haar gedichten in de openbare ruimte. Ze heeft verscheidene prijzen in schrijfwedstrijden gewonnen. Haar wens is om ooit tijd vrij te maken voor haar eigen dichtbundel.
Publicaties en schilderijen zijn te zien op https://annetteakkerman.exto.nl/

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

6 reacties

  1. Ben op 16 augustus 2020 om 10:16

    Mmmm beklemmend en zin om hard weg te rennen, of, na de start van het snurken, zachtjes om het bed heen te lopen en de man dood te steken.. Wat een goed verhaal!

    • Marceline de Waard op 16 augustus 2020 om 10:54

      Dat vond ik ook, Ben, ook al werd ik er niet moordlustig van! Dank voor je reactie.

  2. Conny Hoogendoorn op 16 augustus 2020 om 14:36

    Uitstekend verhaal, Annette. Maar dat zijn we van jou natuurlijk gewend. Top!

  3. Bep op 17 augustus 2020 om 00:01

    Heel beklemmend, je krijgt toch de heftige neiging om hem te doden! Hoe kan ze bij hem blijven?
    Goed geschreven verhaal!

  4. Marceline de Waard op 17 augustus 2020 om 15:03

    Dank voor de reacties, Conny en Bep, fijn dat jullie het verhaal ook konden waarderen.

  5. Annette Akkerman op 24 augustus 2020 om 18:24

    Ben, Conny en Bep, dank je wel!

Laat een reactie achter