ANNEMIEKE DE SCHEPPER

Sinds februari 2017 plaats ik iedere zondag een nieuw verhaal. Het is een mooi podium voor mijn schrijverschap geworden. Ook deze zomer deel ik het met plezier met andere schrijvers. Enthousiast stuurden zij in voor mijn wedstrijd ‘Eilanders’, een thema ontleend aan de setting van mijn laatste boek ‘Terugkeer, een Schotse eilandnovelle’. De komende weken lezen jullie hier in willekeurige volgorde de verhalen die ik het mooist/best/aansprekends vond.
Ik begin met een verhaal van Annemieke de Schepper. Sfeervol en mooi vertelt zij over een bijzondere eilandnacht. Verrassend ook omdat er iets anders gebeurt dan je zou verwachten. Een verhaal om blij van te worden.

DE EILANDER EN HET MEISJE – ANNEMIEKE DE SCHEPPER
Eva gaat op de trap zitten. Het is midden in de nacht. De tussendeur naar de lounge is gesloten. Ze twijfelt of ze terug zal gaan naar haar hotelkamer. Door het zijraampje ziet ze hoe de buitenlamp een flauw schijnsel werpt op de duinen. Dan schiet er een schaduw voorbij. Gestommel bij de deur. De klink gaat naar beneden. Een windvlaag met zand komt haar kant op.
Eva springt op en instinctief duwt ze met haar volle gewicht tegen de halfgeopende deur.
‘Godver,’ een mannenstem. ‘Mijn poot.’
Ze herkent de stem van Sytse. Ze deinst achteruit en schijnt met haar telefoon in zijn gezicht. ‘Sytse?’
‘Ja, natuurlijk. Kan dat verdomde licht even weg?’ Hij houdt zijn arm voor zijn ogen.
‘O, s… s… sorry,’ Eva schijnt naar beneden.
Hij knippert. ‘Eva? Wat doe jij hier in godsnaam?’
‘I… ik w… wilde…,’ dat verdomde stotteren ook. Ze haalt diep adem, spant haar middenrif aan en laat los: ‘Ik wilde vallende sterren kijken.’
‘Oké. Twee zielen, een gedachte.’

Ze waren met werk op teambuilding in het oude strandhotel op Terschelling. Vannacht zou een meteorietenregen te zien zijn, had Sytse, de barman, gister gezegd. Coline en Karin hadden hem dwepend beloofd te komen, maar toen Eva over de bovenverdieping sloop, waren ze nergens te bekennen. Die waren te moe van roddelen over collega’s en flirten met de charmante, stoere eilander, Sytse.

‘Wacht,’ zegt Sytse. Uit zijn zak pakt hij een sleutelbos en hij opent de deur naar de lounge. Hij komt terug met een wijnkoeler en twee glazen. ‘Kom,’ zegt hij, ‘deze nacht moet beleefd worden.’ Hij pakt twee plaids, opent de buitendeur en geeft haar de stormlamp. ‘Klaar voor “a starry, starry night” of durf je niet?’ Hij plaagt haar.
Ze aarzelt, maar op een of andere manier voelt ze zich goed bij deze man. Ze slaat de plaid om en stapt resoluut de drempel over, de nacht in.

Sytse loopt gekromd tegen de wind voor haar uit. Zijn halflange haren waaien alle kanten op. Bij het duin spreidt hij zijn plaid uit, zet de koeler en glazen erop en ploft op de grond. Hij gaat liggen. Met zijn hand klopt hij op de plek naast hem.
Wat schutterig gaat Eva zitten.
Hij schenk twee glazen in, geeft haar er een. ‘Proost.’ In een teug slaat hij de wijn achterover.
Eva nipt van haar wijn, gaat voorzichtig liggen en richt haar gezicht naar de hemel zoals ze het Sytse ziet doen.
Hij wijst. ‘Daar, de eerste twee! Je mag een wens doen, Eefje. Wat mag het zijn?’
‘D… d… die mag je niet hardop zeggen, toch?’
Sytse lacht. ‘Omdat ze dan niet uit zouden komen? Onzin. Jezelf uitspreken kan nooit kwaad.’ Hij stopt even. ‘Weet alleen bij wie je het doet.’
Zijn grote handen frummelen in zijn jaszakken. Dan toont hij haar twee joints. ‘Ook een?’
Hij steekt de zijne aan en neemt een diepe haal.
Eva twijfelt. ‘I… ik h… heb nooit gebl… bl…’ Jezus Eef, spreekt ze zichzelf toe. Ze focust op haar adem: ‘Geblowd.’
‘Wil je daar nou niet eens vanaf?’
Ze is even in de war. Waar doelt hij op?
‘Lijkt me knap vermoeiend om alles drie keer te zeggen.’ In hoe hij haar stotteren benoemt, merkt ze geen zweem van ongemak of medelijden zoals bij de meeste mensen. En zeker geen achterbakse spot, zoals bij Coline en Karin.
Ze knikt. ‘G… g… geef maar.’ En ze strekt haar hand uit naar de joint. Hij steekt hem aan en volgt hoe ze haar eerste haal neemt.
‘Geniet ervan.’

Na een paar trekken, voelt ze een loomheid over zich komen die haar ontspant. Ze giechelt.
Sytse glimlacht: ‘Goed?’
Ze knikt. Meer hoeft ze bij hem niet te doen. Het gemak waarmee ze zichzelf kan zijn, verbaast haar. Wat in deze man maakt dat ze zich zo vrij en ruim voelt? Haar vader zou hem een schooier hebben genoemd met zijn lange haar, stoppelbaard en joint.
‘Wist je dat de grote Griekse redenaar Demosthenes ook stotterde?’ vraagt Sytse. Hij schenkt haar glas nog eens vol. ‘O, kijk, daar gaan er weer een paar!’
Ze glimlacht om zijn lenige geest.
De meteorietendelen schieten door de lucht. ‘W… weer een w… w… wens.’ Eva glimlacht.
‘Wat wens je?’ Sytse houdt zijn hoofd scheef. ‘Laat me raden: een stotterloos leven?’
‘Graag.’ Zo makkelijk heeft ze dat nog nooit toegegeven. Bij hem maakt het haar niet uit.
‘Met schijt aan de Colines en Karins in je leven?’
Wat heeft deze man alles snel in de gaten. Eva knikt.
‘Oké,’ antwoordt Sytse. ‘Methode Demosthenes.’ Hij graait door het zand, grijpt een handvol schelpen en stopt ze in zijn mond.
Eva giechelt.
Hij gaat staan, wankelt. Dan spreidt hij zijn armen, beweegt een paar keer overdreven zijn lippen en schreeuwt boven de wind en branding uit: ‘Ár-tí-cú-lé-ren, E-va!’
Een sterrenregen daalt neer. Het lijkt alsof Sytse een ovatie van de engelen in ontvangst neemt. Hij spuugt de schelpen uit, neemt een flinke slok. ‘Fuck them all, Eefje!’ Laat je nooit meer de mond snoeren! Hij veegt het zand van zijn mond. ‘Nu jij!’
Ze neemt een flinke trek van de joint, wordt nog lichter in haar hoofd. Ze slurpt gehaast haar wijn naar binnen. Boert. De sterren blijven vallen.
Hij trekt haar omhoog. Pakt haar handen beet. ‘Weet je niet dat je zoveel interessanter en mooier bent dan al die andere vrouwen?’
‘D… d… at z… zeg je vast tegen alle meiden die o… o… op het eiland komen?’
Sytse grinnikt. ‘Wel toen ik als puber bij de boot “het nieuwe vlees” kwam keuren. Nu alleen wanneer ik dat werkelijk voel. Come on, Eef. Ik zag je geworstel deze week.’
Even aarzelt ze nog. Ze wacht op een teken. Dan vallen er drie heldere sterren precies boven haar hoofd. Vastbesloten pakt ze een handvol schelpen, stopt ze in haar mond, kokhalst.
Sytse lacht. ‘Schreeuw, Eef, harder dan de wind. Denk aan Coline en Karin!’
Toegegeven, Sytse weet de juiste snaar te raken. Ze beweegt haar lippen, ademt diep in, opent wijd haar mond en schreeuwt: ‘Ik heb s… schijt aan j… jullie!
‘Niet zo braaf, Eefje.’
‘St… stomme p… pestkoppen!’
‘Wát zei je, Eef?’ Sytse houdt een hand achter zijn oor.
Dan, met haar gezicht gewend naar de sterren, die blijven komen en zich als een douche over haar heen storten, schreeuwt ze met alles wat ze in zich heeft: ‘STOMME TRUTTEN, KRIJG DE KOLERE!’ Moeiteloos.
‘Yes!’ Sytse klapt in zijn handen.
Eva spuugt de schelpen uit, valt op haar rug en krijgt de slappe lach zoals ze die jaren niet heeft gehad.
Sytse valt naast haar neer, legt zonder gêne zijn hoofd in haar schoot.
Even nog is daar haar vader met zijn beheerste spraak en feilloze formulering: ‘Let op je woorden, Eva. Zo spreekt een dame niet.’ Maar een blik op het ontspannen gezicht van Sytse en haar vader lost op.
Zacht streelt ze Sytses voorhoofd, haar andere hand legt ze op zijn hart. ‘Je bent een goed mens, Sytse de barman.’
Hij mompelt: ‘Nou, dat weet ik niet.’
‘Ik weet het wel.’ Vloeiende w’s.

Het is vier uur. De hemel bedaart. De heftigste sterrenregen is geweest. Een enkele vallende ster dwarrelt nog naar beneden. Slechts een paar uur tot de zon opgaat. Ze heeft geen wens meer. Morgen vertrekt ze.

OVER DE SCHRIJVER
Annemieke de Schepper is een Schiedamse schrijfster. Jarenlang schreef zij een column in het blad Schoolbestuur. Ook schreef ze veel korte verhalen waarvan er meerdere in de prijzen vielen. In 2019 publiceerde zij haar debuutroman De stille oorlog van mijn vader, die zich afspeelt tegen de achtergrond van de Slag om de Schelde en waarvoor zij terugging naar haar Zeeuwse roots. Het is een roman over de band tussen vader en dochter, over een zoektocht naar een familiegeschiedenis en over hoe traumatische ervaringen doorwerken in een volgende generatie.
www.annemiekedeschepper.nl

LEZERSWINACTIE
Omdat het dit jaar vijf jaar geleden is dat ik voor het eerst een zondagverhaal plaatste, verschijnt er dit jaar een bijzondere bundel met daarin ondermeer deze dertien winnende verhalen. Als lezer kun je ook een plekje in deze Eilandersbundel krijgen en je maakt kans op een gratis exemplaar. Hoe je mee kan doen, lees je hier.
Wil je zeker weten dat je geen wedstrijdverhaal mist? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

12 reacties

  1. Ben op 5 juni 2022 om 15:47

    Een mooi feelgood verhaal. Aansprekend geschreven. En een waardige opening van het verhalenfestival, dat belooft wat!

    • Marceline de Waard op 5 juni 2022 om 17:44

      Verhalenfestival: wat zeg je dat mooi, Ben! Fijn dat je mijn keuze kan waarderen.

  2. Bep op 6 juni 2022 om 00:49

    Goed geschreven verhaal, waar ik volop van genoten heb!
    Fijne week Marceline!

    • Marceline de Waard op 6 juni 2022 om 15:09

      Dat is goed om te lezen, Bep! Dank je wel.

  3. Elf van Chatillon op 6 juni 2022 om 10:48

    Wat een prachtig, vooral meeslepend verhaal.

    • Marceline de Waard op 6 juni 2022 om 15:09

      Fijn dat het verhaal ook jou kon bekoren, Elf!

  4. Femmy op 6 juni 2022 om 17:14

    Mooi thema, mooi verhaal. En een leuke manier om een verhalenwedstrijd en -bundel onder de aandacht te brengen.

    • Marceline de Waard op 7 juni 2022 om 08:15

      Dank je wel, Femmy!

  5. Louise Jonkman op 7 juni 2022 om 18:49

    Prachtig geschreven! Zo zintuiglijk … plus een wijze les, dat je uiten op wat voor manier dan ook bevrijdend werkt!
    Op naar de andere verhalen, maar deze vind ik al een winnares.

    • Marceline de Waard op 9 juni 2022 om 07:34

      Wat leuk dat jij ook zo enthousiast bent over dit verhaal, Louise!

  6. Joseph op 17 juni 2022 om 16:14

    Wat een leuk verhaal!
    Ik heb ervan genoten!

Laat een reactie achter