Sinds het voorjaar van 2017 publiceer ik iedere zondag een nieuw verhaal. Het is een mooi podium voor mijn schrijverschap geworden. Deze zomer deel ik dit met collega-schrijvers. Enthousiast stuurden zij in voor mijn wedstrijd ‘het gebeurde op een zondag.’ Dertien weken lang lezen jullie hier in willekeurige volgorde de verhalen die ik het mooist/best/aansprekends vond.  Deze zondag een verhaal van Alexander Roessen. Een verhaal vol jongensleed, met mooie details en dito spanningsopbouw maakt Alexander voor mij duidelijk waarom dat schip zo belangrijk is.

DE STEIGER – Alexander Roessen

Het reclamedoek van schildersbedrijf Van der Kwast wappert wild aan de steigerdelen voor mijn slaapkamerraam op de tweede verdieping. Toen ik de naam voor het eerst zag, moest ik nog lachen; sommige achternamen passen zo goed bij het beroep. Na vier weken is het lachen me wel vergaan.
In de kamer hangt een penetrante verflucht. Het volume van mijn walkman staat voluit. Koen Wauters roept in mijn oren naar een meisje om bij hem achterop zijn fiets te springen. Hoewel ik me kan afsluiten van het lawaai van buiten, valt de stank niet te negeren – ondanks dat het raam openstaat.
Uit het etui met precisiemessen dat voor me ligt pak ik een mesje, dat ik naast een plastic kader op de snijmat plaats. Op de bouwtekening zoek ik het nummer dat overeenkomt met dat in het kader. De nummers zijn zo klein dat te lang staren een migraineaanval uitlokt, dat houd ik mezelf tenminste voor sinds die ene keer. Ik kijk nog een keer naar de bouwtekening van het VOC-schip om er zeker van te zijn dat de nummers overeenkomen. ‘Twee keer kijken, dan pas snijden,’ zei mijn vader altijd. Een foto van het houten geraamte op de Bataviawerf met mijn vader en mij op de voorgrond staat op een plank boven mijn bureau. Drie weken verven, drogen, snijden, vijlen, lijmen, bouwen en weer opnieuw bouwen. Ik had al eerder klaar kunnen zijn, als die migraineaanval er niet tussendoor was gekomen. Nog twee weken om het touwwerk uit te vogelen, dan ben ik eindelijk klaar. Een mooie start van mijn nieuwe collectie schaalmodellen en een mooie herinnering aan het bezoek aan de replica in aanbouw van een maand geleden.
De walkman valt stil. Ik open het klepje, draai het cassettebandje om en wil op ‘play’ drukken als ik tussen het geklepper van het doek het dreunen van de planken hoor. Het is zondag, de schilders kunnen het niet zijn. Niet nog een keer, denk ik bij mezelf.

Het begon een week na ons bezoek aan de Batavia. De schilders waren naar huis, het reclamedoek wapperde die dag voor het eerst aan de steiger. Ik had net de punt van mijn kwast in een verfpotje (nummer 85, bruin) gedoopt, mijn gedachten er niet echt bij. Vanaf de steiger klonk plotseling gelach.
‘Kijk dan! Het kneusje zit te knutselen.’ Van schrik schoot ik uit met de kwast. De buurjongen, die na schooltijd elke kans pakte om mij te grazen te namen, stond breeduit lachend op de steiger. Hij had een nieuwe manier gevonden, de jacht was geopend. Bijna elke avond was het raak. Gebonk op het raam, gelach. Het was gekmakend, zelfs Koen Wauters kon mij niet meer helpen.
De week erna lag het mes trillend in mijn hand toen er op een avond weer hard op het raam werd gebonkt. Opeens verscheen er een zwarte vlek voor mijn ogen. De nummers op de bouwtekening verdwenen wanneer ik ernaar keek. Geschokt keek ik naar mijn hand, waar ook het mes langzaam verdween. Overal waar ik keek, alles ging verscholen achter een groter wordende vlek. Snel sloot ik de gordijnen. Huilend viel ik op bed. De hoofdpijn kwam later.
Drie dagen later rende ik van school naar huis, achtervolgd door dezelfde buurjongen. Ik gooide de voordeur achter me dicht en rende mijn kamer in. Maar hij was me te snel af, die middag stond het raam open om de grondverf te laten drogen. De Batavia vloog met de rest van mijn verzameling door de kamer. Ik kon opnieuw beginnen.

Ik zit klaar voor de dreun op het raam. De spanning is met een precisiemes te snijden. Mijn vader lacht me toe vanaf de scheepswerf. De laatste foto van ons samen. De ochtend erna was hij verdwenen, zonder gedag te zeggen. De treinmachinist had het nooit kunnen zien aankomen.
Buiten is het stil, op het klapperende doek na. Ik pak het mesje, sta op en ga naast het raam staan. Ik kijk naar buiten, maar zie niets. Ik kijk nog een keer. Twee keer kijken, dan pas snijden.
Een been verschijnt in het kozijn, twee handen grijpen zich vast aan de zijstijlen.
Zonder na te denken gooi ik mezelf op de buurjongen, samen vallen we op de steiger. Ik houd hem het mes op de keel en druk lichtjes door, druppels bloed lopen zijn T-shirt in. Geschokt duwt hij me van zich af. Zijn voet blijft hangen achter het doek als hij wil opstaan. Wild trappend bevrijdt hij zichzelf en sprint de steiger af.
‘Niemand komt tussen mij en mijn schip!’ schreeuw ik hem na.

Drie dagen later is de steiger verdwenen, iets afbreken gaat zoveel sneller dan iets opbouwen. Ik knoop de laatste tuigage aan een bolder en plaats het model naast de foto op de plank. Het begin is er.

OVER ALEXANDER

Alexander Roessen (1973), tekenaar, creatieveling, dromer, schrijver van korte verhalen en boekenblogger bij Thrillers & More. Eerdere korte verhalen verschenen in de korte verhalenbundels Horizon Taal en Aangespoelde verhalen. www.alexanderroessen.nl

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal

5 reacties

  1. Ben op 12 juli 2020 om 09:22

    Mooi en indringend verhaal. Zoveel drama in zo’n jong jongensleven…. Ik werd er helemaal in meegenomen. Hier hou ik van!

    • Marceline de Waard op 12 juli 2020 om 13:12

      Fijn om te lezen, Ben!

    • Alexander Roessen op 12 juli 2020 om 14:39

      Dankjewel voor het lezen en je reactie, Ben 😊

  2. Bep op 12 juli 2020 om 23:37

    Er zit al veel drama in deze jongen, al té veel gebeurd. Goed geschreven, de spanning erin houdend. Dankjewel👍

Laat een reactie achter