‘Dat geflikflooi, dachten ze nou echt dat we niks doorhadden?’ Coira neemt een slokje van haar koffie zonder te weten of ze nu het meest geniet van de Europese drank die Finola als enige op het eiland schenkt of de terugkijk op de afgelopen feestdagen. Waarschijnlijk het laatste.
‘Bedoel je Kyra en haar aannemer? Ik vind het zo leuk voor haar dat David naar het eiland is gekomen. Na de dood van Col was ze zo mogelijk nog muiziger geworden en nu bloeit ze helemaal op,’ antwoordt Finola.
‘Ach ja, Kyra. Als ze maar uitkijkt met zo’n gescheiden man uit de stad. Ze is altijd naïef geweest en straks zit hij weer op het vasteland.’
‘Ze is inmiddels een verstandige volwassen vrouw en er is op het eiland nog zoveel te doen, volgens mij blijft hij nog wel een tijd. Let maar op.’
‘We gaan het zien, maar eigenlijk bedoelde ik onze Laird en onze post-shophoudster.’
‘Wat is daarmee?’
‘Heb je al die lachjes en knipoogjes tussen hen niet gezien tijdens Hogmanay?’
‘Dat was ook een meer dan geslaagd nieuwjaarsfeest. Het beste wat we ooit hadden. Natuurlijk lachten ze tegen elkaar, net als wij allemaal deden. Ik kan niet meer zeggen hoeveel knipoogjes ik wel niet gehad heb, óók van de Laird.
Coira zucht, is zij nou de enige die echt oplet? Haar man Brodie haalde ook al zo ongeïnteresseerd zijn schouders op. ‘Toen we Auld Lang Syne zongen trok hij haar mee achter de schuur. Ze kwamen pas weer tevoorschijn toen David Dough riep omdat hij de champagne zocht. Ze zagen eruit als twee kinderen die betrapt waren bij het doktertje spelen, zag je dat niet?’
Finola schudt haar hoofd en Coira buigt wat dichter naar haar vriendin en dempt haar stem. ‘Laatst kon ik ’s nachts niet slapen en keek ik naar buiten of het was opgehouden was met regenen. Vanachter de winkel kwam een man tevoorschijn. Ook al had hij zijn kraag tot over zijn oren getrokken, het was onze Laird. Dat postuur en die jas, onmiskenbaar. Hij ging het pad op richting zijn huis en keek nog even om. Vast om te zien of Jane hem nog nakeek.’
‘Weet je het zeker? De deur van Jane’s cottage is achter de winkel. Misschien had hij een wandeling over het strand gemaakt?’
‘Midden in de nacht? Toe nou, Finola, ze hebben iets met elkaar. Waarom wil je het niet zien?’
Twijfel trekt over haar vriendins gezicht. ‘Misschien heb je gelijk.’
‘Natuurlijk heb ik gelijk. Ik zou alleen willen dat ze niet zo heimelijk doen.’
‘Waarom? Ze zijn ook de jongsten niet meer en ik kan mij voorstellen dat ze niet willen dat iedereen zich ermee bemoeit.’
‘Het gaat om onze Laird en onze winkelhoudster. Het gaat ons allemaal aan en als ze de vrouw van de Laird wordt, kan Jane natuurlijk niet in de winkel blijven.’
‘Loop je nou niet erg hard van stapel?’
‘Het zou een mooie baan voor Maisie zijn.’ Coira doet of ze doof is.
‘Aah.’ Finola knikt alsof ze zojuist tot het inzicht komt dat de aarde rond is. ‘Ik begrijp dat je dochter voorgoed terug is?’
Coira knikt.
‘Wat is er gebeurd?’
‘Ze is weg bij Thom.’
Als een donkerenwolk legt verdriet een schaduw over haar gezicht en maakt het net zo somber als het strand vlak voordat een bui losbarst.
‘Eerst koffie?’ Finola knijpt zacht in Coira’s hand.

In de keuken gaan haar gedachten naar de tijd dat Maisie nog op het eiland woonde. Van een meisje met blonde krullen en blauwe poppenogen groeide ze uit tot een opstandige puber met te strakke spijkerbroeken, te korte truitjes en een zwaar opgemaakt gezicht. Iedere zomer baden haar ouders de sterren van de hemel dat ze zich niet door een van de zoons van de vakantiegangers in de problemen liet brengen. Het mocht niet baten en na een aantal ruzies waar het hele eiland van meegenoot, ging ze zwanger en amper achttien jaar oud haar vakantieliefde achterna om niet meer terug te keren. Tot nu. Door een geluid in de deuropening, draait ze zich om.
In een verontschuldigend gebaar haalt Coira haar schouders op. ‘Doe mij maar geen koffie meer, ik kan beter naar huis gaan.’

Bij thuiskomst slaat een bedompte slaapgeur tegen haar gezicht. Met een hand op de deurklink van haar woonkamer blijft ze staan. ‘Ben je nou nog niet aangekleed?’ Ze verstevigt haar greep op de klink om te voorkomen dat ze haar dochter van de bank afsleurt.
‘Mm.’ Nijdig laat Maisie haar telefoon op de bank vallen. ‘Waarom heb je hier geen wifi?’
‘In het hotel is wifi. Maar ik meen het Maisie, je kan hier niet de rest van je leven op míjn bank hangen. Als je op het eiland wilt blijven, moet je zorgen dat je werk krijgt en een huis.’
‘Er is hier geen werk.’
‘Misschien de winkel als …’
‘Ma, je ziet spoken. Volgens Kyra is er niets tussen Jane en de Laird.’
‘Kyra, Kyra. Laat je oren niet naar haar hangen, je weet toch dat zij nooit doorheeft wat er speelt. Ga het vragen.’
‘Wat moet ik vragen? En aan wie?’
Coira sluit haar ogen en telt tot tien. ‘Ga praten met de Laird,’ zegt ze als zij ze weer opendoet. ‘Als de winkel niks wordt, is er altijd nog werk in de schoonmaak van de vakantiehuisjes en …’
‘Andermans vuiligheid opruimen? Dat ga ik echt niet doen.’
‘Je kan het je niet permitteren om kieskeurig te zijn. Vooruit, kom met die luie kont de bank af. Ik ga boodschappen doen, als ik terugkom verwacht ik dat je bent aangekleed en een plan hebt.’

De voordeur slaat dicht en Maisie sleept zich van de bank naar de badkamer achter de keuken. Ze rilt en laat de badkamerdeur open zodat iets van de warmte van het fornuis naar binnen kan. In een van de gelig geworden tegels zit een barst en in de hoeken groeit iets grijs waarvan ze niet wilt weten wat het is. Verlangend denkt ze aan haar badkamer in Edinburgh met cv en de douche waaruit zo lang als ze wilde warme dikke stralen water stroomde. Waar ging het mis? Of moet ze zeggen: waarom ging het nooit goed? Ze wist dat Thom alleen maar met haar trouwde omdat zijn ouders daarop stonden.
Het waren schatten van mensen, ze kan zich niet voorstellen dat zij een vriendinnetje van een van haar zoons zo zou steunen als die beweerde zwanger van hem te zijn. Ze zou het meisje afdoen als een lellebel die haar zoon op wil zadelen met het kind van een ander.

Bijzonder eigenlijk dat zulke aardige mensen als haar schoonouders zo’n egoïstische zoon konden voortbrengen, denkt ze onder het afdrogen. Maar ja, met een kind terugkeren naar het eiland was geen optie. Dus deed ze of ze zijn avontuurtjes niet doorhad en stortte ze zich op de opvoeding van hun twee zonen en de zaak. Ze had nooit kunnen bevroeden dat hij haar voor een meisje van half haar leeftijd zou verlaten. Nog steeds krijgt ze rillingen als ze zich het gegniffel achter haar rug voorstelt als de mensen dit zouden weten. Laat ze maar denken dat zij er een punt achter zette omdat zij, nu haar zoons het huis uit zijn, ontdekte dat ze uit elkaar waren gegroeid.
Haar hand gaat door haar kleren op zoek naar iets dat warm is, regenbestendig en ook nog leuk. Een onmogelijke combinatie en uiteindelijk kiest ze een dikke coltrui met een spijkerbroek voor onder haar regenpak.
Vakantiehuisjes schoonmaken? Wat denkt haar moeder in hemelsnaam van haar? Al die jaren dat ze de zakelijke kant van Thoms meubelbedrijf regelde, het runnen van de post-shop hier zou ze met twee ogen dicht kunnen. De enige stommiteit die ze beging, is dat ze haar aandeel in het meubelbedrijf niet notarieel had laten vastleggen zodat ze nu geen cent te makken heeft. Hoe kon ze zo stom zijn dat ze haar man op dat gebied wel vertrouwde?
Ze pakt haar blonde lokken vast en houdt ze in een knot vast. In de spiegel onderwerpt ze zichzelf aan een kritische blik. Nog geen grijze haar, nauwelijks rimpels en ook haar oogleden hangen nog niet. Ze trekt wat plukjes los bij haar slapen en tuit haar lippen. Best nog sexy voor een veertiger. Ze moet denken aan de grijze staart van Jane. Prima voor een eenvoudige eilandwinkel. Als straks de serre klaar het en de koffiecorner verandert in een serieuze lunchroom, mag het geheel toch wel wat meer cachet uitstralen? Misschien is dat een goede insteek voor een gesprek met de Laird. Of moet ze hem Dough noemen? Hij ziet er eigenlijk nog best goed uit voor een man van boven de zestig. Hij doet haar een beetje denken aan George Clooney, alleen heeft hij wat minder haar en ogen zo blauw als het water in de kreeftenbaai op een zonnige dag. Vrouw van de Laird, in plaats van winkelhoudster. Ze kan zich voorstellen dat Jane die promotie aanlokkelijk vindt. Alleen zag ze er gisteren niet uit als een vrouw die in de gepassioneerde ban van een man is. Integendeel, je hoeft Maisie niet te vertellen hoe een vrouw eruitziet die gekwetst is in de liefde. Misschien moet ze Jane de winkel gunnen? Het is alsof het ondeugende engeltje uit haar jeugd ontwaakt. Alles is relatief, fluistert het, Thom vond jou misschien wel oud. Voor een zestigplusser ben je een groen blaadje. Haar wangen kleuren alsof ze zojuist bepoederd zijn met rouge en met haar vrije hand zoekt ze in haar make-uptasje spelden om de knot op haar hoofd vast te zetten.

Wil je geen zondagverhaal missen? Geef dan je emailadres door via het formulier op mijn homepage en  ontvang iedere zondagochtend de link naar het nieuwste verhaal.

Fijn als je wilt liken en/of delen.

5 reacties

  1. Bep op 24 januari 2021 om 10:59

    Elke zondag lees ik met heel veel genoegen het nieuwe deel van je verhaal, leef mee met de bewoners van het eiland, over Jane en de Laird en kijk dan al weer uit naar volgende week zondag.
    Fijne zondag Marceline!

  2. Ben op 24 januari 2021 om 11:13

    O jee, er hangt iets dreigends in de lucht, het feuilleton is nog lang niet afgelopen gelukkig……

  3. Marceline de Waard op 24 januari 2021 om 17:34

    Ha Bep en Ben, dank weer voor jullie enthousiaste reacties. ik ben blij met jullie als trouwe lezers. Marceline

    • Louise Jonkman op 25 januari 2021 om 08:30

      Een intrige erbij! Voer de spanning maar op ..,
      Kijk alweer uit naar het volgende deel.
      Fijne week Marceline.

      • Marceline de Waard op 25 januari 2021 om 21:45

        Dank je wel, Louise!

Laat een reactie achter